Goede kaarten, foute kaarten

De Grote Atlas van Nederland 1930-1950 toont Nederland aan de vooravond van de grote modernisering. Met unieke, nooit eerder gepubliceerde kaarten uit de oorlogsjaren....

Door Ben van Raaij

'Nicht für die -ffentlichkeit bestimmt!' staat er omineus met grote letters boven de kaarten van het vredige Hollandse polderland. De kaartenreeks, daterend uit de jaren 1941-'43, was dan ook bestemd voor de Duitse bezetter, het Oberkommando van de Wehrmacht.

De Topografische Karte der Niederlande ('Truppenkarte') was het werk van de Topografische Dienst, de rijksdienst (nu onderdeel van het Kadaster) die sinds 1806 in Nederland de basiskaart maakt waarvan alle andere kaarten worden afgeleid, en die daar in oorlogstijd blijkbaar ook niet mee ophield.

De Truppenkarte is óók bijzonder omdat hij snel, binnen drie jaar, tot stand is gekomen, zegt historicus drs. Ben Schoenmaker van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). 'Veelal kostte zo'n serie tien jaar of langer, en dan was de eerste kaart verouderd voordat de laatste klaar was. Maar dit is een homogene serie die precies laat zien hoe Nederland er in de eerste oorlogsjaren uitzag.'

Daarom vormt de Truppenkarte, waarvan het NIMH een van de twee nog complete series bezit, het hart van de net verschenen Grote Atlas van Nederland 1930-1950. Schoenmaker is er met historisch geograaf dr. Ben de Pater (Universiteit Utrecht) hoofdauteur van.

De Atlas brengt een belangrijke periode in beeld, vanwege de oorlog maar ook omdat dit Nederland is aan de vooravond van de modernisering, voordat de naoorlogse industrialisatie, verstedelijking en ruilverkaveling hun beslag kregen. Op de Truppenkarte (1 op 50.000) zie je nog het oude platteland met versnipperde percelen, compacte, amper uitgelegde steden, een simpel wegennet zonder snelwegen.

De Atlas biedt ook een schat aan andere, nooit eerder gepubliceerde kaarten en stadsplattegronden uit de oorlogsjaren, bijvoorbeeld over het strijdverloop van dag tot dag. Zoals een curieuze kaart van het Centraal Luchtwachtbureau met meldingen van Duitse vliegbewegingen en parachutistenlandingen tussen 10 en 15 mei 1940. Er werden veel meer parachutisten gezien dan er waren, ook op plaatsen waar ze nooit zijn afgesprongen.

'Het toont de chaos van die meidagen', zegt Schoenmaker. 'Er heerste een ware parachutistenpsychose. Parachutisten waren nog een nieuw fenomeen. Mensen zagen ze waar ze niet waren, ook vanwege geruchten dat ze zich als boer of non hadden vermomd.'

Aangrijpend is de kaart die het Bureau Statistiek der Gemeente Amsterdam in 1941 maakte van de verspreiding van joden over de stad. Per buurt staat er exact hoeveel joden er wonen. Met de oude jodenbuurt rond de Nieuwmarkt, waar de arme joden woonden, en de welgestelde Rivierenbuurt en Apollobuurt in donkerrood: 50 tot 75 procent joodse bewoners.

Uniek zijn de ruim tachtig inlichtingenkaarten uit het NIMH-archief van Sectie V (Genie) van de Ordedienst, het georganiseerde verzet. Situatiekaarten van Duitse vliegvelden, V2-lanceerinrichtingen, 'kriegswichtige' industrie, compleet met mitrailleursnesten en prikkeldraadversperringen.

Riskant werk, zegt Schoenmaker. 'Men gebruikte vooroorlogse kaarten. De gegevens werden op een overtrekvel ingetekend en op kleinbeeld gefotografeerd. De films werden per koerier naar Londen gesmokkeld, daar ontwikkeld en op de juiste kaart gelegd.'

Pijnlijk eigenlijk, dat de Topografische Dienst tegelijkertijd collaboreerde. 'Ach, het hele overheidsapparaat werkte voor de bezetter', zegt Schoenmaker. Van sabotage is hem niets gebleken. 'Het werk werd streng gecontroleerd door het Duitse karteringsbureau. Bovendien moest in 1941-'42 de ergste Duitse terreur nog beginnen.'

Meer over