Goede en foute gemeentesecretarissen

JUBILEUMBOEKEN ZIJN zelden een vreugde voor buitenstaanders. De als vrijwilligers aangewezen auteurs strooien eerder suiker en honing dan peper en zout over hun proza en de ad hoc-redactie laat het rode potlood liever rusten....

Dat juist gemeentesecretarissen - hun club bestaat vijftig jaar - aan deze gratuite zonnigheid in boekvorm grotendeels ontsnappen, is opmerkelijk. Deze 'penvoerders' (die na 1900 meer juristen, 'managers' en topadviseurs zouden worden) hebben hun betere en lossere pennen uitgekozen en aldus werden veel curiosa uit een rijk verleden, teruggaand tot de oude Egyptenaren, opgedolven. Ook de titel En bracht de schare tot kalmte slaat op een verhaal uit een ver verleden. De gemeentesecretaris van Efese bracht de plaatselijke middenstand tot kalmte, nadat deze veel schade had geleden door de succesvolle predikaties van Paulus. Dankzij deze tactvolle bemiddeling kon de geloofsverkondiger op eigen benen, maar wel met spoed, uit de stad ontsnappen.

Niet ieder verhaal is boeiend en er wordt ook wel eens in stadhuistaal georakeld. Maar het gemiddelde peil is behoorlijk en het boek blijkt voor het grootste deel leesbaar voor wie is geïnteresseerd in en voorkennis heeft van het lokale bestuur. Bovendien is het fraai en professioneel vormgegeven.

Wat fragmentarisch zijn toekomstbespiegelingen over gemeenten die veel meer gepolitiseerd zijn dan nu en waarin de meerderheid van de raad niet zo vaak meer de publieke opinie weerspiegelt. Een krassere toekomstprojectie is afkomstig van de redactie: een beschouwing bij het eeuwfeest van de Vereniging van Gemeentesecretarissen in 2043. B en W bestaan dan niet meer en de secretaris leidt de gemeente op basis van een program van de raad. Als gemeentesecretarissen gaan dagdromen wordt het al gauw bont.

Beroemde secretarissen passeren de revue: Jan van Hout die in de zestiende eeuw het Leidse verzet tegen de Spanjaarden leidde en tevens dichter, schrijver en de eerste grote archivaris was. Tevens verklaarde hij het dorre ambtelijke proza de oorlog.

Niet minder veelzijdig en erudiet was de Haarlemse secretaris Dirk Volckertszoon Coornhert, tevens notaris, graveur, dichter, toneelschrijver, musicus en groot promotor van de verdraagzaamheid, een schaars goed in de Tachtigjarige Oorlog.

Ook raadpensionaris Anthonie Heinsius was aanvankelijk een geslaagd secretaris, evenals (begin deze eeuw) de eerste hoogleraar bestuurskunde G. A. van Poelje. Secretaris van Amsterdam werd in 1819 jonkheer Willem Backer, 21 jaar oud (!) en afkomstig uit een 'vertrouwd' regentengeslacht. Hij zou het met succes blijven tot zijn dood, 32 jaar later.

In Haarlem deelden eerder tieners uit de stedelijke elite de job, althans de vergoeding. Ze lieten alle werk door 'clercken' doen.

Aardig is ook een hoofdstuk van redacteur Jan de Wildt (ex-secretaris van Zaandam) over de gemeentesecretaris in de Nederlandse literatuur. Vader Pieter Bas (Godfried Bomans) ontbreekt niet en evenmin Jacob Minderhout uit De nakomer van Maarten 't Hart. Geestig wordt de uitbundige, Vlaamse 'oom Felix' uit Telemachus in het dorp van Marnix Gijsen getekend; geen sieraad voor de beroepsgroep. Overigens had in dit hoofdstuk Dorknoper van Marten Toonder een ereplaats verdiend, maar dit bijna nationale symbool wordt alleen elders in het boek vluchtig genoemd.

Het beste en boeiendste deel betreft '40-'45 en is geschreven door Dick Houwaart, ex-hoofdredacteur en vroeger voorlichtingschef van Binnenlandse Zaken. Gemeentesecretarissen die aanbleven om te saboteren en het verzet te helpen, hadden het zeer moeilijk, vooral onder een NSB-burgemeester. Daarbij moet worden bedacht dat in juli 1944 51 procent van de bevolking een NSB-burgemeester had. Slechts een klein deel van de ambtenaren voldeed aan oproepen uit Londen en in de verzetspers om, liefst na een fikse daad, onder te duiken.

Gemeenteambtenaren vonden weinig steun in een Aanwijzing uit 1937, waarin een soort balans werd opgesteld tussen de schade aan het volk door weggaan (en vervangen worden door Duitsgezinden) en de schade die zou ontstaan door hulp aan de bezetter bij aanblijven. In theorie viel die balans al gauw uit ten gunste van aanblijven. Maar er waren ethisch onaanvaardbare opdrachten (directe oorlogshulp aan de Duitser, wegvoeren van joden) waardoor die balans op den duur vaak zou moeten omslaan naar het ontslag nemen op morele gronden.

Houwaart noemt enige helden, zoals secretaris Pieter Wierenga van Haren, die een staking van al zijn ambtenaren tegen een NSB-burgemeester leidde en door de SS zonder proces werd doodgeschoten. En Douwe Weina van de gemeente Oosterhesselen (Drenthe), die bij zijn vertrek de hele burgerlijke stand achterover drukte. Ook worden compleet foute secretarissen genoemd, die soms al voor de oorlog stiekem NSB'er waren. In het hoofdstuk ontbreekt gemeentesecretaris Louis Beel, die na ruzie met de Eindhovense NSB-burgemeester ontslag nam en mede daarom minister van Binnenlandse Zaken in Londen werd (en later premier en 'onderkoning').

Houwaart ontwaart bij de gemeentesecretarissen in oorlogstijd 'enkele heel dapperen, enkele verraders en velen die meenden beter te kunnen blijven dan heen te gaan'. Hij is kritisch over de doorsnee-secretaris, maar milder dan 'oorlogsburgemeester' W.P. Berghuis (de latere AR-voorzitter), die meende dat het de bezetter vrij goed gelukt was de Nederlandse gemeenteapparaten voor zich te laten werken. Pittige kost voor een jubileumbundel.

Den Haag moedigde overigens een fiere houding van de gemeenteambtenaren niet erg aan. Secretaris-generaal Frederiks van Binnenlandse Zaken propageerde eigenlijk steeds het zitten blijven en gehoorzamen en hij heeft kennelijk bovenmatig veel invloed gehad. Na de oorlog werd hij door Beel gewipt, maar wel 'eervol', dit laatste tot verontwaardiging van verzetsmensen en van wél weerbare gemeenteambtenaren die het hadden overleefd.

Jan Joost Lindner

Joost Cox, Jan van den Bosch, Ed Figee & Jan de Wildt: En bracht de schare tot kalmte - Bespiegelingen over de gemeentesecretaris door de eeuwen heen.

Sdu; 304 pagina's; ¿ 59,90.

ISBN 90 12 08486 5.

Meer over