Goede doel heiligt niet langer kwade middelen

Het Congres accepteert niet alle middelen in de strijd tegen het terrorisme. Met de zege van senator McCain lijkt president Bush op de grenzen van zijn macht te zijn gestuit....

Van onze correspondent Jan Tromp

‘Wij martelen niet’, verklaarde de president begin november plechtig. Met zijn onnavolgbare vermogen om weg te komen als hij in de hoek zit, verwelkomde de president donderdag, ruim een maand later, een wet die het martelen van politieke gevangenen verbiedt. De wet liet de wereld zien ‘dat deze regering niet martelt’, zei de president met droge ogen.

De initiatiefnemer, de Republikeinse senator John McCain, liet het erbij, beleefdheidshalve, en ook in het besef dat de Amerikaanse president een nederlaag had geleden, in ten minste twee opzichten. In de eerste plaats verloor George W. Bush donderdag het inhoudelijk debat. Die discussie gaat over de intrinsieke waarde van het martelen. Er is een school van conservatieve realisten die menen dat martelen moet – als zelfbescherming voor de beschaafde wereld.

De conservatieve publicist Charles Krauthammer stelde begin december in het neo-conservatieve weekblad The Weekly Standard de discussie op scherp. ‘Een terrorist heeft een atoombom verstopt in New York City’, schreef Krauthammer. ‘De bom gaat over een uur af. Een miljoen mensen zullen sterven. Je grijpt de terrorist. Hij weet waar de bom is. Hij doet er het zwijgen toe.’

De retorische vraag was natuurlijk of je deze man de nagels mag uittrekken, in de maagstreek mag schoppen met de stalen punt van je laars, hem onder water mag houden totdat de verdrinking nabij is. Sterker, de vraag is of in zo’n geval martelen geen morele plicht is.

Dit is het denken dat bestaat onder leden van de regering-Bush. In de oorlog tegen het terrorisme hebben we van doen met niets ontziende vijanden. Het is steeds de opmaat naar de volgende gedachte: ondervraging met dwingende, fysieke middelen (zorgvuldig nooit aangeduid als ‘marteling’) kan noodzakelijk zijn.

‘Velen zijn extreem gevaarlijk’, zei minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice bij het begin van haar Europese trip, op 5 december. ‘Sommigen beschikken over informatie die levens kan redden, misschien wel duizenden levens.’

McCain houdt vast aan een tegengestelde filosofie: Amerika moet zich in de strijd tegen het kwaad niet laten verleiden tot de middelen van het kwaad. Terroristen zijn inderdaad de belichaming van het kwaad, zei hij telkens. ‘Maar de discussie gaat niet over hen. De discussie gaat over ons. De strijd waarin we verwikkeld zijn, gaat over de dingen waarvoor wij staan en waarin wij heilig geloven. En dat is de eerbiediging van mensenrechten, waarbij het niet uitmaakt hoe verschrikkelijk onze tegenstanders zijn.’

Hij kreeg de overgrote meerderheid van de Senaat mee in deze redenering. Woensdag liet een grote meerderheid van het Huis van Afgevaardigden weten dat het tijd was voor een openlijk verklaard verbod op martelen.

De Amerikaanse president leed donderdag nog een tweede belangrijke nederlaag, een politieke. Vanaf 11 september 2001, vanaf de afkondiging van de oorlog tegen het terrorisme, hebben leden van de regering-Bush, de president voorop, steeds op het standpunt gestaan dat de bijzondere omstandigheden de uitvoerende macht bijzondere volmachten verleende.

Het leidde tot een eigengereide politieke cultuur waarin geheimzinnigheid de boventoon is gaan voeren. Met de waarheid werd veelal geknoeid. Van de tribunalen op Guantánamo tot inderdaad de ondervragingsmethoden. Het feit dat McCain won, zou erop kunnen duiden dat de Amerikaanse president op de grenzen van zijn macht is gestuit. Gisteren kwam prompt de tweede illustratie: de Senaat stemde tegen de Patriot Act, omdat een meerderheid vindt dat deze anti-terreurwet burgerrechten aantast.

Meer over