Goed proeven

Tijdens de proeftijd kan nog steeds bijna alles wat een dag later verboden is. De zieke, de zwangere en het ondernemingsraadslid kunnen tijdens hun proeftijd zomaar naar huis worden gestuurd....

De recente rechtspraak biedt aanknopingspunten voor de stelling dat de werknemer tijdens de proeftijd niet meer volledig vogelvrij is. Er blijken grenzen te zijn.

Werknemers die menen ten onrechte tijdens de proeftijd te zijn weggestuurd beroepen zich veelal op 'slecht werkgeversgedrag'. Rechters hebben hier steeds vaker oren naar.

Het karakter van de proeftijd speelt daarbij een belangrijke rol. De Hoge Raad formuleerde dat als volgt: 'Aan de proeftijd ligt de gedachte ten grondslag dat partijen desgewenst gelegenheid moeten hebben om, alvorens voor de toekomst gebonden te zijn, zich gedurende een, met het oog op de belangen van de werknemer beperkte, periode proefondervindelijk op de hoogte te stellen van elkaars hoedanigheden, van de aard van de te verrichten arbeid en van de geschiktheid van de werknemer voor de bedongen arbeid'.

Een ontslag op de tweede dag van de proeftijd vond de rechter mede daarom te gortig. De werkgever had volgens de rechter onvoldoende tijd genomen om inzicht te krijgen in de bekwaamheid van de werkneemster en daarmee in strijd gehandeld met het goed werkgeverschap. De werkgever had dus niet goed geproefd en de werkneemster kreeg een schadevergoeding.

Ook het proeftijdontslag van de werknemer die zich op de eerste dag van zijn dienstverband ziek meldde, kostte de werkgever geld. De rechtbank stelde vast dat de werkgever geen enkele reden had te twijfelen aan de juistheid van de ziekmelding. De ziekmelding was daarmee niet een gedraging die kon bijdragen aan de beoordeling van de geschiktheid van de werknemer. De werknemer ontving een schadevergoeding van drie maandsalarissen.

Schadeplichtig was ook de werkgever die al vóór de eerste werkdag liet weten dat de nieuwe werknemer bij nader inzien toch niet welkom was. Het vervolgens niet aanbieden van schadevergoeding was volgens de rechter in strijd met het goed werkgeverschap. De onwelkome werknemer kreeg alsnog sollicitatiekosten, twee maandsalarissen en de autokosten van twee maanden.

In dezelfde kwestie moest de rechter ook beoordelen of aan het zogenoemde schriftelijkheidsvereiste was voldaan. Om ervoor te zorgen dat de werknemer weet waaraan hij begint moet een proeftijd altijd schriftelijk worden overeengekomen. In dit geval stond de proeftijd niet in het arbeidscontract, maar werd daarin verwezen naar de arbeidsvoorwaarden op een meegezonden cd-rom. De kantonrechter vond dat schriftelijk genoeg. Aangenomen mocht worden dat de werknemer de cd-rom heeft kunnen openen, lezen en desgewenst printen. Dat valt nog te bezien, want hoe lang is het geleden dat onze minister-president de muis hanteerde als een afstandsbediening?

Meer over