Goed gevoel voor een habbekrats

In Engeland floreert de goededoelenwinkel. Reden: de koopjes die er te halen zijn. Dat het daarmee lastig concurreren is, merkt de middenstander in Orpington.

VAN ONZE CORRESPONDENT PATRICK VAN IJZENDOORN

ORPINGTON - Napoleon noemde Groot-Brittannië laatdunkend een 'natie van kruideniers'. Inmiddels kan het koninkrijk beter 'natie van goededoelenwinkels' worden genoemd. Een bezoekje aan het bedevaartsoord van de Britse liefdadigheidsconsument.

'Kijk wat ik voor 2,50 pond heb gekocht!' Trots opent Estelle, een vrouw van middelbare leeftijd, haar Marks & Spencertasje om tien rode tafelmatjes te tonen. 'Vrijwel nieuw,' voegt ze er blij aan toe, terwijl ze op de bus richting het dorpje Pratt's Bottom wacht. Haar groene boodschappentasje is misleidend, want ze heeft de placemats niet aangeschaft bij de meest Engelse van alle supermarkten, maar bij Hospices of Hope, een van de twaalf goededoelenwinkels aan de High Street van Orpington. Hier komen filantropie en consumentisme samen, twee zaken waar de Britten goed in zijn.

Orpington komt zelden in het nieuws. Dat de saaie broer van de flamboyante Londense burgemeester Boris Johnson, Jo, het 15 duizend zielen tellend slaapstadje in Zuidoost-Londen in het parlement vertegenwoordigt, is passend en geboden. De enige reden voor faam is Charles Darwin, die iets verderop in Down House woonde en soms een 8 kilometer lange wandeling naar Orpington aanvaardde om boodschappen te doen. Enkele decennia geleden raakte de term 'Orpington Man' in zwang, een typische vertegenwoordiger van de lagere middenklasse.

Onlangs werd bekend dat Orpington het hoogste aantal charity shops per inwoners telt. Langs de voornaamste winkelstraat zijn er winkels die geld inzamelen voor huisdieren, arme kinderen, het plaatselijke hospitium, bejaarden, arme kinderen, mensen met hersenverlamming en vluchtelingen. Voor kankerpatiënten zijn er zelfs drie liefdadigheidswinkels: twee van Cancer Research en één van Marie Curie. In deze madeliefjes van het Britse winkellandschap is van alles te koop, van boeken tot bedden, van kleren tot kinderwagens. Het eiland telt er bijna 9.000.

Ze bloeien dankzij het economisch darwinisme dat in Britse winkelstraten plaatsvindt. Orpington is daarvan een schoolvoorbeeld. Grote supermarktfilialen aan de rand van het centrum hebben het leven uit de High Street gezogen, een ontwikkeling die is versneld door de economische crisis. In panden waar zich vroeger slagerijen, bakkers en dierenwinkels bevonden, zitten nu gokkantoren, rollatorwinkels, makelaars en voordeelwinkels als Pound World, Pound Land en Pound Stretcher. Op de gevels doen namen als Grand Parade en Old Village Causeway denken aan de Victoriaanse tijd.

Voor de rest: liefdadigheidswinkels. Deze betalen amper huur en worden gedreven door vrijwilligers. Eleanor bijvoorbeeld, die achter de toonbank van Oxfam staat, de marktleider onder de liefdadigheidswinkels. 'Wij waren hier zestien jaar geleden de eerste,' zegt ze, terwijl ze een meisje blij maakt met een teddybeer van 99 pence. 'Maar ondanks de concurrentie hebben we juist steeds meer klandizie, omdat mensen speciaal naar Orpington komen voor deze winkels. Ze zijn ideaal voor echtparen. Terwijl de vrouw de kledingrekken afloopt, kan haar man grasduinen tussen de boeken.'

Tweedehandskleren zijn geliefd bij Estelle, de dame van de tafelmatjes. 'Onlangs was ik op een feestje en de gastheer zei dat ik de bestgeklede gast was. Ik fluisterde hem toe dat ik mijn jurk voor een habbekrats tweedehands had gekocht. 'Deed mijn vrouw dat maar', zei hij toen lachend.' Iets verderop komt Ethel O'Dean net uit de winkel van een jeugdstichting. 'Wat ik gekocht heb? Kijk, deze drie suikerpotten met mooie bloemenmotiefjes. Niet voor mezelf hoor. Het zijn cadeautjes. Dit zijn geschikte plekken voor mensen die van winkelen houden en niet in de schulden willen komen.'

Aan de overkant van de straat staat het pand van The British Heart Foundation leeg, dit tot treurnis van de 80-jarige Jean Cook die met haar zoon John uit Halstead is gekomen om op koopjesjacht te gaan. 'Dit was de beste. Als enige verkochten ze elektronische apparatuur. Nieuw of tweedehands maakt me niets uit. Na gebruik is alles tweedehands, darling, of je het nu zelf doet of een ander', zegt Cook, 'Bovendien is het een leuke manier om aan een goed doel te geven.' Hoewel ze deze winkels als verslavend beschouwt, koestert Cook wel bedenkingen bij de concurrentievervalsing.

Ze wijst bijvoorbeeld op het lot van een klein warenhuis, ingeklemd tussen een kredietverstrekker en een diepvrieswinkel, waar haar zoon recentelijk een Boeddhabeeld heeft aangeschaft. Binnen zit een met tulband getooide eigenaar Arshbir tussen zijn afgeprijsde reiskoffers en tuinspullen op zijn mobiele telefoon ongestoord naar een Bollywoodfilm te kijken. De Sikh, één van de weinige exotische gezichten in deze contreien, heeft de winkel pas een paar maanden maar houdt nu al opheffingsuitverkoop. 'Er is geen klandizie. De liefdadigheidswinkels zijn te sterk.'

Ook herenmodezaak James Terry houdt uitverkoop. 'We gaan met pensioen', zegt mede-eigenaar Fernando, 'maar we zoeken al maanden naar een koper. Tevergeefs, helaas. De deadline is in zicht.' Het zou Dennis de groenteboer niet verbazen als ook hier een goededoelenzaak komt. 'De straat is in rap tempo verloederd. Met mijn kraampje kan ik net overleven. Alleen de liefdadigheidswinkels en knakenwinkels maken gezonde winsten. De gemeente jaagt ook nog eens klanten weg met haar parkeerbeleid. Misschien moeten ze de naam van de straat veranderen in Charity Street.'

Beloning met 6 cijfers

De bazen van de grote Britse liefdadigheidsorganisaties zijn in opspraak geraakt door forse salarisstijgingen en het opstrijken van bonussen. The Daily Telegraph heeft onlangs onthuld dat het aantal zescijferige beloningen voor bestuurders bij veertien vooraanstaande hulporganisaties sinds 2010 met 60 procent is toegenomen. Sommige leidinggevenden verdienden meer dan 3 ton per jaar, ruim twee keer zoveel als premier David Cameron. Bij Save the Children verdeelden de leden van het dagelijks bestuur bovendien 160.000 pond aan bonussen, ondanks dalende inkomsten. Volgens de organisaties zijn hoge beloningen nodig om de beste mensen aan te trekken.

undefined

Meer over