Goed doel: onderzoeksjournalistiek

Gedegen onderzoeksjournalistiek is kostbaar. Follow the money zoekt financiële steun bij weldoeners, naar Amerikaans voorbeeld.

AMSTERDAM - Vanaf november kunnen vrijgevige particulieren en bedrijven de Nederlandse onderzoeksjournalistiek verder helpen: Follow the money, het journalistieke platform van journalisten Eric Smit en Arne van der Wal, vormt zich om tot een stichting en hoopt op gulle gevers om het toekomstige werk te bekostigen.

Het is daarmee de eerste Nederlandse nieuwsorganisatie die fondsen werft bij particulieren. Het initiatief is gemodelleerd naar succesvolle voorbeelden in het buitenland, zoals het Amerikaanse ProPublica.

De onderzoeksjournalistiek in Nederland staat onder druk, zegt initiatiefnemer Eric Smit. Onder invloed van dalende advertentie en lezersinkomsten is er binnen redacties steeds minder ruimte om journalisten voor langere tijd te laten werken aan een project.

Onderzoeksjournalistiek op bestelling, zoals Follow the money de afgelopen drie jaar probeerde, bleek niet voldoende geld op te leveren. 'Kranten en tijdschriften betalen vaak een freelancertarief', legt Smit uit. 'Soms is dat 25 of 50 cent per woord, en na flink onderhandelen kan dat een euro worden. Voor een artikel van 2.500 woorden zijn wij weleens anderhalve maand met twee man bezig. De opbrengsten zijn te laag om de boel draaiende te houden.'

Tegelijkertijd is de behoefte aan dit type journalistiek onverminderd groot, vindt Smit. 'Bij de financiële crisis zie je dat journalisten vaak achter het schandaal aanlopen. Uiteindelijk staan er mooie reconstructies in kranten en tijdschriften, maar ze hebben niet zelf ontdekt dat ABN Amro op omvallen stond.' Hij noemt het 'misschien wat hoogdravend', maar zegt het toch maar: 'Die controlerende rol van de journalistiek is van groot belang voor de samenleving.'

Verschillende hoofdredacties, waaronder die van NRC Handelsblad en de Volkskrant, willen samenwerken met de stichting. Het geld dat zij voor artikelen betalen, is slechts een gedeelte van de beoogde inkomsten. De rest moet van particulieren en bedrijven komen.

Die hebben geen invloed op de inhoud, maar mogen het bedrag dat zij geven wel oormerken. Dan wordt het geld alleen besteed aan onderzoek naar een specifiek thema, zoals de zorg, de financiële sector of de politiek.

'Er is binnen het Nederlandse bedrijfsleven zeker animo om hieraan bij te dragen', zegt Smit, die eerder bij zakenblad Quote werkte. 'Mensen uit de Quote 500 geven veel geld aan charitatieve projecten zoals het VUmc.'

Maar geven bedrijven niet liever aan ziekenhuizen dan aan journalisten? Smit: 'Het zakenleven heeft ook baat bij controle. Als een bedrijf het verziekt, moet dat zo snel mogelijk aan het licht worden gebracht. Anders verliezen burgers hun vertrouwen in het hele bedrijfsleven.'

-----------------------------

Afgekeken van ProPublica

Het grote voorbeeld van Follow the money is het Amerikaanse ProPublica, een in New York gevestigd non-profitbureau voor journalistiek.

In 2007 richtte Paul Steiger, voormalig managing editor van The Wall Street Journal, de stichting op om onderzoeksjournalistiek naar een hoger plan te tillen. Hij was een half jaar daarvoor benaderd door de Sandler Foundation, een charitatieve instelling die een substantieel gedeelte van haar vermogen ter beschikking wilde stellen voor onderzoeksjournalistiek. Steiger stelde vier eisen: een vaste redactie, samenwerking met twee grote nieuwsorganisaties, toestemming om de stukken gratis online te plaatsen en geen inhoudelijke inmenging van donateurs. Zo geschiedde: inmiddels heeft ProPublica twee Pulitzer prijzen op haar naam staan.

undefined

Meer over