Goed advies maakt babyhoofdjes scheef

Om wiegendood tegen te gaan, werd eind jaren tachtig aangeraden baby's op hun rug te leggen. Het aantal zuigelingen met scheve hoofdjes lijkt hierdoor te zijn toegenomen....

ER ZIJN de laatste jaren veel baby's bijgekomen die een scheef hoofdje hebben. Hoe dat komt, weet niemand zeker, maar een vermoeden is er wel. Het advies om pasgeborenen niet meer op de buik of de zij te leggen - om de kans op wiegendood te verkleinen - lijkt er debet aan. 'Het kan een lichte en niet ernstige bijwerking zijn van de geadviseerde rugligging', zegt jeugdarts dr. M. Boere-Boonekamp van de Universiteit Twente.

Tien jaar geleden overleden nog jaarlijks tweehonderd baby's als gevolg van wiegendood: het onverwachte overlijden in de slaap van een zuigeling vóór de eerste verjaardag. Medici adviseerden eind jaren tachtig baby's niet meer op hun buik te leggen. De raad werd massaal opgevolgd en had de afgelopen jaren een scherpe daling van het overlijden door wiegendood tot gevolg. Het aantal van tweehonderd zakte tot vijftig sterfgevallen per jaar.

Veel baby's liggen dus nooit meer op hun buik. Maar terwijl ze op hun rug liggen, ontwikkelt een deel van hen een voorkeur voor één en dezelfde houding. Zo'n zuigeling ligt het grootste deel van de tijd met het hoofdje en ook andere lichaamsdelen naar één kant gedraaid. Daarbij kiest ruim de helft van deze kinderen voor rechts en de rest voor links.

'Door die eenzijdige houding hebben deze baby's vaker een scheef hoofd, met een afgeplatte zijkant, soms ook van het voorhoofd, waarschijnlijk als gevolg van krachten die op de schedel ontstaan', zegt Boere-Boonekamp. Ouders vinden die scheefhoofdigheid niet mooi - het lijkt alsof het kind scheel kijkt - en er zijn ook gevaren aan verbonden. Kinderen met een voorkeurshouding hebben vaker afwijkingen aan de heupen, de wervelkolom of een scheve hals.

'Het kind ligt in de vorm van een komma', zegt Boere-Boonekamp. 'Als het naar rechts kijkt, liggen de beentjes ook naar rechts. Daarbij is de wervelkolom gedraaid en kan het linkerbeentje niet plat liggen. Het kind ligt weliswaar op de rug, maar eigenlijk gedraaid op zijn rechterzij.'

De jeugdarts deed in 1995, samen met 167 consultatiebureau-medici, een landelijk onderzoek naar 7609 baby's. Zij ontdekte dat bijna 10 procent van de zuigelingen jonger dan zes maanden een bepaalde lighouding prefereert. Zo'n voorkeur komt vaker voor bij het eerste kind, te vroeg geborenen en bij kinderen die een stuitligging hadden bij de geboorte.

De manier waarop het kind in de eerste week ligt en de wijze van voeding spelen ook een rol, zo bleek. Zuigelingen die altijd aan dezelfde kant worden gevoed, hebben bijvoorbeeld vaker een voorkeurshouding dan anderen. De voorkeur is het sterkst bij zuigelingen beneden de zestien weken en komt wat vaker voor bij jongetjes dan bij meisjes.

Eén op de drie kinderen met een scheef hoofd wordt doorverwezen naar de huisarts of de kinderarts. De voorkeurshouding neemt overigens in de meeste gevallen vanzelf af bij het ouder worden, als de baby zich zelfstandig gaat bewegen.

Het verschijnsel scheefhoofdigheid bij baby's was al bekend bij consultatiebureau-artsen. Tot nu toe werden als achterliggende oorzaken genoemd: het vroegtijdig sluiten van de naden van de schedel, heup- of neurologische afwijkingen of een bloeding in de nekspier als de bevalling moeilijk was verlopen. De rugligging is daar nu als vermoedelijke nieuwe oorzaak aan toegevoegd.

'Ouders zal worden geadviseerd het kind vanaf de geboorte symmetrisch te verzorgen', zegt Boere-Boonekamp. 'Het advies om het kind niet op de rug of de zij te leggen, blijft natuurlijk gehandhaafd, al is het goed de baby overdag, als er iemand bij is, toch af en toe op de buik te leggen. Bij heel jonge zuigelingen moet het hoofdje afwisselend naar rechts of links worden gedraaid. Geadviseerd wordt de baby ook afwisselend links en rechts te voeden (bij borstvoeding gebeurt dat vanzelf) en bij het verschonen en baden de baby met de voetjes naar de verzorger toe te leggen.'

Suzanne Baart

Meer over