Gods zwak voor de kleur roze

John Lanchester is adjunct-hoofdredacteur van de London Review of Books. Dat hij in het verleden als culinair journalist verbonden was aan The Observer is af te lezen aan zijn romandebuut, The Debt to Pleasure (De schuld van het genot)....

Tarquin Winot, zoals de hoofdpersoon zich noemt, vertelt zijn verhaal terwijl hij van Portsmouth naar de Provence reist. Zijn bespiegelingen beginnen onschuldig genoeg. In een flamboyante, zelfverzekerde stijl, schijnbaar achteloos doorspekt met uit (het Britse equivalent van) de Prisma Vreemde Woordentolk geplukte termen als 'serendiptisch', 'ambulatoir', 'chtonisch', 'liminaal', 'pandemie' en 'dyspeptisch', lijkt Winot een betoog te willen houden over het hogere koken en wat daar zoal mee samenhangt. Een kenmerkend citaat: 'De winter moet worden beschouwd als een gelegenheid voor de kok om, door middel van zijn kookkunst, zijn talent voor afgewogenheid en harmonie en zijn eenheid met de seizoenen te tonen'.

Om zijn opvattingen over de kunst van het koken te illustreren, geeft Winot in zijn betoog een reeks recepten, telkens aangepast aan het seizoen, en legt hij verbanden tussen de diverse internationale keukens. Wie wil weten hoe Russische blini's zich verhouden tot Franse crèpes en galettes, Zweedse krumkakor, sockerstruvor en plättar, Finse tattoriblinit, Italiaanse brigidini, Belgische gaufrettes, Yorkshire pudding en uiteraard Poolse nalesniki, is bij Winot aan het juiste adres. Dat in een dergelijk betoog verwijzingen naar de Amerikaanse socioloog Thorstein Veblen, de Romeinse godin Ceres, en uiteenlopende grote geesten als Roland Barthes, Winston Churchill en Sigmund Freud niet ontbreken, lijkt daarbij een bijna overbodige mededeling.

Winots betoog staat, kortom, stijf van de eruditie, of liever: de tevredenheid over de eigen eruditie. Alleen deze toon al maakt dat de lezer reeds na enkele bladzijden een zekere argwaan jegens de verteller begint te koesteren. Die argwaan groeit wanneer Winot, tussen zijn culinaire bespiegelingen door, steeds grotere flarden van zijn autobiografie prijsgeeft. Veelzeggend is daarbij de toon waarop bepaalde mededelingen worden gedaan.

Eerst komt de Noorse kok van de familie, Mithaug, ter sprake, die op een dag 'niet op tijd thuiskwam om de noodzakelijke voorbereidingen te treffen voor een belangrijk diner, omdat hij (zoals zou blijken) door een trein was overreden'. Verderop wordt, even terloops, het ontslag (wegens vermeende diefstal) en de daarop volgende zelfmoord van een kindermeisje uit de doeken gedaan. Enkele tientallen bladzijden later maakt Winot melding van een episode uit zijn jeugd waarbij hij de hamster van zijn broer vergiftigde, terwijl ook een vervelende buurvrouw in de Provence op onnatuurlijke wijze het leven blijkt te hebben gelaten.

Intussen zijn andere feiten aan het licht gekomen, die vragen oproepen over het doen en laten van de verteller. Waarom neemt hij elke dag een andere 'volgauto', zoals The Mossad Manual of Surveillance Techniques aanbeveelt? Wat moet hij trouwens met dat handboek, waarvan hij vertelt dat het alleen verkrijgbaar is 'in gefotokopieerde vorm via kleine postorderadvertenties in de wat meer paranoïde ingestelde periodieken voor huurlingen'?

Waarom draagt hij een zonnebril en een valse snor? Waarom plaatst hij afluisterapparatuur in de hotelkamer van een paartje dat op huwelijksreis is? En waarom heeft hij zo'n ongelooflijke hekel aan zijn broer, die een wereldberoemd beeldhouwer is? En ook: waarom meldt vertaler Ronald Jonkers, wanneer dr Crippen ter sprake komt, er voor de Nederlandse lezer nog even expliciet dat deze figuur een gifmoordenaar was?

Deze vragen stellen is tevens ze gedeeltelijk beantwoorden, en meer dan wat het bovenstaande suggereert, wil ik over de plot van The Debt to Pleasure niet verraden. Maar het zal duidelijk zijn dat Tarquin Winot het prototype is van de onbetrouwbare verteller en dat zijn verhaal aanzienlijk minder onschuldig is dan een interculturele verhandeling over culinaire zaken.

Het meest verrassende en waardevolle zit hem echter niet in dit geheimzinnige verhaal-achter-het-verhaal, maar in de vaak prachtig geformuleerde bespiegelingen over zaken die weinig tot niets met de plot van doen hebben. Over de paprika bijvoorbeeld, die 'werkelijk nooit ofte nimmer enige smaak heeft (. . .), een verdorven soort voedsel dat, als het in een laboratorium was ontwikkeld, de trots zou kunnen zijn van elke krankzinnige geleerde'.

Leonardo Da Vinci is voor Winot 'de man van de onuitvoerbare ontwerpen en uitvindingen, en van vermaarde op niet-gefixeerde en daarom in hoog tempo aftakelende oppervlakken uitgevoerde schilderingen, de vleesgeworden held van het principe van het onvoltooide, van de mislukking als gevolg van een overdaad aan talent en genie, die in zoveel verschillende media uitblonk, zonder in een daarvan blijvende herinnering achter te laten'.

Een zwak voor de kleur roze beschouwt de verteller als een onmiskenbaar teken van gebrek aan smaak, zoals dat onder anderen gedeeld wordt door de Britse arbeidersklasse, vermaarde Franse restauranthouders, Indiase posterontwerpers (niet 'Indische', zoals de vertaler abusievelijk stelt) en God, 'wiens favoriete gevoeligheid voor die kleur zo overduidelijk naar voren komt in de overdadigste cinematische voorbeelden van zijn schepping (zonsondergangen, flamingo's)'.

Ook Winots verhandelingen over de onderscheidene charmes (c.q. het gebrek daaraan) van diverse internationale rivieren, de perversies van de Britse keuken, de samenstelling van de ideale droge martini (à la Auden, niet à la Buñuel, en zeker niet à la Bond) en de vraag of april vóór T.S. Eliot ook al de wreedste maand was, zijn het lezen waard. The Debt to Pleasure is een boek om mee in discussie te gaan, om je aan te ergeren, om keihard bij in lachen of boosaardig bij in grinniken uit te barsten. Je kunt je erin laven aan een veelheid van even zinloze als onweerstaanbare feiten en weetjes. Bovendien bevat het een aantal verrukkelijke recepten.

John Lanchester: The Debt to Pleasure. Picador, import Van Ditmar, ¿ 34,65.

John Lanchester: De schuld van het genot. Uit het Engels vertaald door Ronald Jonkers. Bert Bakker, ¿ 34,90.

Meer over