Gods hand redde Jeruzalem

Vorige week trok het Israëlische kabinet na veel ophef het besluit in om Arabische grond in Oost-Jeruzalem te onteigenen. A.B....

A.B. YEHOSHUA

ALS IK een gelovig mens was geweest, zou ik het aan de hand van God toeschrijven: in het Israëlische parlement ontstond vorige week een warrige situatie die er uiteindelijk toe leidde dat de regering een betreurenswaardig besluit introk.

De onteigening van Arabische stukken land in Oost-Jeruzalem om er woonwijken te bouwen voor ultra-orthodoxe joden was van de baan. Aan het ongelukkige besluit kleefden drie bezwaren: het was overbodig, onrechtvaardig en schadelijk voor het vredesproces.

Het was overbodig omdat er in het joodse deel van Jeruzalem genoeg grond is om woningen voor joden te bouwen. Bovendien zou Jeruzalem in westelijke richting binnen de grenzen van vóór 1967 kunnen uitbreiden. Ook daar is genoeg grond om duizenden woningen neer te zetten.

De onteigening van land in Arabische dorpen die nooit deel hebben uitgemaakt van Jeruzalem voordat ze door Israël werden geannexeerd en bij Jeruzalem werden getrokken, diende slechts een politiek doel: te voorkomen dat Arabieren op onbebouwde grond huizen zouden neerzetten, en om zo veel mogelijk Arabische grond in handen te krijgen.

De onteigening was des te onrechtvaardiger, omdat het de Arabieren al die tijd was verboden op hun eigen grond te bouwen en er nu uitsluitend joden zouden worden gehuisvest. De Arabische inwoners van Jeruzalem worden al lange tijd op alle mogelijke manieren achtergesteld als het gaat om gemeentelijke ontwikkelingsgelden en huisvesting. Maar het toppunt van onrechtvaardigheid is toch wel een bouwverbod voor Arabische grond totdat met één pennestreek van de 'groene zone' in het bestemmingsplan joods woongebied wordt gemaakt.

Ten slotte was het onteigeningsbesluit uiterst schadelijk voor het vredesproces. Daarvan getuigen niet alleen de scherpe reacties uit de Arabische wereld, die zich langzamerhand begint te verzoenen met Israël. Afkeurende reacties kwamen uit de hele wereld. In het Verdrag van Oslo is immers duidelijk overeengekomen dat het onderwerp Jeruzalem pas aan het eind van de onderhandelingen ter tafel zou komen. Ondertussen zou in Jeruzalem de status quo worden gehandhaafd. Beide partijen kunnen die status quo op eigen wijze interpreteren, maar door de onteigening van Arabische grond wordt hij in elk geval niet gehandhaafd, maar geschonden.

De situatie die vorige week ontstond was uniek in de Israëlische parlementaire geschiedenis. De Arabische partijen, die het beleid van de regering doorgaans steunen, dienden een motie van wantrouwen in. De rechtse, nationalistisch-joodse partijen dreigden de motie te steunen, niet omdat ze tegen de landonteigening zijn, maar omdat ze een kans roken de regering ten val te brengen.

Rabin redde zich uit de situatie door het regeringsbesluit (waarmee de meeste kabinetsleden toch al niet gelukkig waren) in te trekken. Zo zette het onderling verdeelde kabinet zichzelf te kijk. De rechtse oppositie stond ook voor schut, omdat die in haar machtshonger moeiteloos haar eigen principes overboord had gezet en uiteindelijk in eigen doel schoot.

Wie stond er nog meer in zijn hemd? De Amerikaanse regering, die voor het eerst in vijf jaar besloot in de Veiligheidsraad van haar vetorecht gebruik te maken. En waarvoor? Voor een onrechtvaardig, ondoordacht besluit van de Israëlische regering. Over deze Amerikaanse schande moeten een paar woorden worden gezegd.

De laatste jaren lijken de Amerikaanse regering en de volksvertegenwoordiging te zijn verworden tot een steungroep van het Israëlische nationalisme. Zonder valse bescheidenheid meen ik dat ik in mijn leven heel wat politieke ontwikkelingen heb voorzien, maar daartoe behoort niet het enorme gewicht dat aan de Amerikaans-joodse kiezer wordt toegekend.

Amerikaanse politici dingen zo onderdanig en kruiperig naar de gunst van de joodse kiezer, dat je soms het idee krijgt dat de joden in de Verenigde Staten niet 2, maar 20 procent van de bevolking uitmaken.

Het is mij een raadsel waarom weldenkende Amerikanen hun regering en hun vertegenwoordigers toestaan de Amerikaanse belangen en waarden opzij te schuiven voor een paar stemmen van de joodse lobby, die zich laat leiden door de grillen van de Israëlische politiek. Niet alleen druist de handelwijze van Amerikaanse bestuurders en congresleden soms in tegen de meest elementaire waarden van de Amerikaanse natie, maar zij leidt er ook toe dat de Amerikaanse belastingbetaler de rekening voor hun foute politieke beslissingen krijgt gepresenteerd.

Een voorbeeld hiervan is de gang van zaken rond de annexatie van de Hoogvlakte van Golan. In 1980 nam Begin het eenzijdige, onrechtmatige besluit de Golan te annexeren in weerwil van resolutie 242 van de Veiligheidsraad, die was onderschreven door alle naties van de wereld, inclusief Israël.

Als de Amerikaanse regering bijvoorbeeld uit protest haar ambassadeur uit Israël had teruggeroepen in plaats van een vage afkeuring uit te spreken, was een overbodig en schadelijk proces misschien een halt toegeroepen. Misschien was de bouw van nederzettingen op de Golan gestaakt en waren zo de huidige moeilijkheden in de vredesonderhandelingen met Syrië grotendeels voorkomen.

En als uiteindelijk een vredesverdrag met Syrië zal worden getekend, zullen de Verenigde Staten grote bedragen naar Israël moeten overmaken om de ontmanteling van de nederzettingen en de herhuisvesting van de kolonisten te bekostigen.

De VS laten zich altijd voorstaan op hun strijd voor democratische waarden. Waarom steunden en steunen zij dan een Israëlische politiek die kan leiden tot de bestendiging van een onmiskenbaar ondemocratische situatie in de geannexeerde gebieden, waar honderdduizenden Arabieren zullen leven die nooit burgerrechten zullen krijgen?

IK BEGRIJP en waardeer de krachtige Amerikaanse steun voor Israëls veiligheid en de hulp aan een kleine staat die is verrezen op de puinhopen van de holocaust. Maar waarom zou Amerika ingaan tegen zijn eigen logica en tegen de mening van al zijn bondgenoten? Waarom zou het Israël steunen in een overbodig besluit Arabische dorpelingen te beroven van hun land?

Ik ben zoals gezegd geen gelovig mens, maar ik ontwaar bijna Gods hand in het absurde toneelstuk dat vorige week in de Knesset werd opgevoerd. Het kan haast niet anders: God greep in om de heilige stad en het vredesproces te redden uit de handen van degenen die hardnekkig het eeuwige vuur van kortzichtig nationalisme blijven aanwakkeren.

A.B. Yehoshua is een Israëlisch schrijver.

Vertaling uit het Hebreeuws: Ruben Verhasselt.

Meer over