GODDELIJK

Vaak schiet hij als een veer over het podium, niet zelden levert hij bovenmenselijke prestaties met een bijna ongeziene lichaamscontrole....

Door Annette Embrechts

Eigenlijk zou Emio Greco helemaal niet hebben geleefd. Zijn ouders wilden twee kinderen en die hadden ze: twee meisjes. Maar een van de twee, Ada, stierf toen ze vierenhalf was aan leukemie. En daarom, alleen daarom, hoopten ze op nog een kindje. Het werd een jongen: Eupremio. Vernoemd naar zijn grootvader. Maar zijn moeder noemde hem vanaf de eerste dag Emio, bang dat het later Premio of zoiets zou worden. Eén keer, zegt hij, meende hij te voelen dat zijn zusje in hem voortleeft. Letterlijk, lichamelijk. Het is bij die ene keer gebleven maar de echo van die ervaring beïnvloedt hem tot op de dag van vandaag.

Toch is de verbondenheid met zijn overleden zus niet de hoofdreden dat hij als danser op het podium bijzonder vrouwelijk oogt. Niet in het minst door de lange jurken die hij in zijn choreografieën draagt. Gewaden zijn het, vaak met opzettelijk te lange mouwen en altijd van opvallende stof: zijde, mohair, linnen, blanché. Greco en zijn compagnon Pieter C. Scholten laten ze speciaal ontwerpen door Clifford Portier. Greco: 'Elk kostuum heeft in de dansgeschiedenis een connotatie. Kleding mag geen decoratie zijn. Ze mag het lichaam bedekken maar vooral niet verhullen.' Zweet versterkt het transparante effect. Gaandeweg de voorstelling plakt het materiaal vast aan bijna elke vezel van zijn huid.

Regisseur en dramaturg Scholten nuanceert Greco's feminiene uitstraling: 'Zijn charisma is eerder seksloos en androgyn.' Anderen - critici en festivalleiders - durven een veel mooier woord te gebruiken: goddelijk. De dansrecensent van deze krant sprak over een 'halfgod'. De Fransen schrijven in recensies nog steeds over 'een Messias'.

En dan de Belgen: 'De verrijzenis van Emio Greco' kopte De Morgen naar aanleiding van Rimasto Orfano, het sextet dat twee weken geleden tijdens het KunstenFestivaldesArts in Brussel zijn wereldpremière beleefde en volgende week de eerste dansvoorstelling is in het Holland Festival.

Het is de wijze waarop Greco opkomt, vaak in het schemerduister of juist een fel wit universum, en het podium onder spanning zet. Zijn danstaal siddert van energie, zijn lichaam hunkert naar beweging en reageert hypersensitief op zintuiglijke prikkels zoals een hels kabaal of een batterij aan lichtspots. Vaak schiet hij als een veer over het podium, zijn dansers meezuigend in zijn spoor, soms komt hij in een lichtkegel tot stilstand terwijl zijn handen hoger en hoger reiken. Niet zelden levert hij bovenmenselijke dansprestaties met een bijna ongeziene lichaamscontrole.

'Figuren uit een andere wereld' schreef De Standaard over Rimasto Orfano (letterlijk: 'verweesd achtergebleven'). En ook hier mist de kleding haar doel niet: de gewaden, schuin van draad, doen denken aan het kleed dat Maria uit één stuk weefde voor haar zoon en waar de soldaten na de kruisiging om zouden dobbelen. Bewust spelen Greco en Scholten in dit jongste werk met zijn en niet-zijn, met rebellie en overgave, met het sacrale en het profane.

Wie de verlegen, bescheiden en kaal geschoren Greco (36) tegenover zich ziet, denkt eerder aan een jonge Italiaanse voetballer die toevallig scoort in de dans in plaats van in de sport. Uiterlijk vormt hij de tegenpool van Pieter C. Scholten (40) - grijszwarte krullen, intellectueel brilletje - naar wie de initialen PC verwijzen in de naam van hun dansgezelschap: Emio Greco/PC. Voor dit interview zitten ze op een steenworp verwijderd van Cosmic, het Nes-theater waar ze elkaar zeven jaar geleden leerden kennen en besloten een zomer lang samen te werken aan een nieuw dansidioom.

Scholten had tot dan toe zes regies op zijn naam staan in het kleinschalige theatercircuit en organiseerde dansontmoetingen tussen jonge choreografen. Opgegroeid in een kunstzinnig middenklasgezin in Vlaardingen (vader regisseur in het amateurtheater, moeder voordrachtskunstenares, zus actief in theater-op-maat en broer kunsthistoricus) en opgeleid aan de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Kampen (lichting 'Marieke Heebink en Anneke Blok'), bleef hij altijd met een dramaturgisch oog naar dans kijken.

Greco danste op dat moment bij Jan Fabre, in de (tegenvallende) coproductie met Het Nationale Ballet, Quando la terra si rimette in movimento (1995). Eerder trok hij de aandacht met zijn solo van een stervend paard in het duivelstrage Fabre-stuk Da un'altra faccia del tempo (1993). Fabre was zijn eerste kennismaking met de eigentijdse dans, voor de improvisatie tijdens de auditie 'deed' hij 'maar wat'.

Pas op 21-jarige leeftijd begon Greco aan een klassieke balletopleiding in Cannes. Daarvoor had hij nog nooit een dansvoorstelling gezien. 'Dansers waren voor mij sterren uit musical-films. Zo'n ster wilde ik worden als zesjarig zoontje van communistische boeren uit Brindisi.' Na cabarateske musicals, commerciële videoclips, optredens in nachtclubs en een rol in een film met Yves Montand vond hij bij Fabre de zeggingskracht van een dansend lichaam. Liever dan een instrument in andermans handen wilde hij daarna zijn eigen ideeën vormgeven. Scholten reikte hem het danstheoretisch kader aan. Samen bedachten ze 'de zeven noodzakelijkheden' (les sept nécessités) zoals (1) 'Ik moet u zeggen dat mijn lichaam nieuwsgierig is, en: ik ben (en volg) mijn lichaam'. Nog steeds geldt deze 'ik moet u zeggen'-serie als hun artistieke credo. Het lichaam maakt bij Greco altijd de dienst uit, maar niet zonder machtsstrijd met het controlerende brein. Fricties en tegenstellingen (tussen licht en donker, snel en langzaam, balans en disbalans) vormen de leidraad.

Hun eerste trilogie droeg de titel Fra cervello et movimento (tussen hersenen en beweging) en draaide om 'de hunkering naar een gesynchroniseerde, unisono manifestatie van geest en lichaam'. Scholten: 'De spanning tussen geest en lichaam werd in onze trilogie niet verzoend maar versterkt.' De afzonderlijke delen Bianco (1996), Rosso (1997) en Extra Dry (1999) met een sterke wisselwerking tussen het animale en het sublieme werden ongekend lovend ontvangen. 'Zelfs van ademen maakt Emio Greco nog iets bijzonders', schreef NRC Handelsblad over de tweede solo uit het drieluik.

Sindsdien is het in Amsterdam gestationeerde gezelschap Emio Greco/PC de klapper op dansfestivals. Drie keer te gast op het Edinburgh Festival, waarvan één keer winnaar van de Herald Angel Award voor de beste festivalvoorstelling. Sasha Walz vroeg hen te komen werken in de Berlijnse Schaubühne; in Sevilla maakten ze een groepswerk. Rome, Brussel, Edinburgh, allemaal staan ze in de rij voor een wereldpremière.

'Soms is de druk wel groot', zegt Greco, 'maar ik probeer te blijven luisteren naar mijn inner voice.' Scholten: 'Het Nederlands Dans Theater vroeg ons een choreografie voor het gezelschap te maken, maar de repetitietijd van vier weken verdraagt zich niet met onze werkwijze. Het is geen stijl die je dansers kunt aanleren, het is een filosofie waarbij het lichaam als een visionaire verteller wordt beschouwd. Een langere samenwerking is noodzakelijk en ligt in het verschiet.' Hier en daar fluisteren stemmen dat te hard aan het duo zou worden getrokken. Voorstellingen zouden op elkaar gaan lijken. Producties zijn bij Greco en Scholten echter geen kant en klare entiteiten, maar queestes naar de diepere betekenis van dans.

Meer dan tien projecten maakten ze in zeven jaar, allemaal in samenhang: het drieluik Fra cervello et movimento en de voorstudies uit de Double Points-serie en drie groot gemonteerde voorstellingen. Volgend seizoen gaan ze Theorema van Pier Paolo Passolini regisseren bij Toneelgroep Amsterdam. Een dansfilm geregisseerd door Jocelyn Cammack staat op de rol en in 2004 mogen ze een opera regisseren en choreograferen, voor het Edinburgh-festival. Greco, toch met 36 in de buurt van de 'pensioengerechtigde' leeftijd voor dansers: 'Ieder jaar zeg ik: ik heb nog tien jaar.' Zelden heeft hij last van blessures.

Een blonde danseres opent Rimasto Orfano door tegen een zacht schijnend peertje te zeggen: 'Emio Greco is dead.' Vervolgens verschijnt hij met een lichaam dat schokt op het ritme van sirenes en knipperende spots. De verrijzenis kan beginnen.

Meer over