God, waar bent u nou?

Tijdens het gijzelingsdrama in Beslan kwamen meer inwoners van het stadje om het leven dan in de Tweede Wereldoorlog. Behalve intens verdriet heerst er woede in de straten....

Door Corine de Vries

De frustratie richt zich vooral op de regionale autoriteiten, maar ook op de buurvolkeren.

Tegen veel huizen in het kleine stadje Beslan staan zondagochtend deksels van lijkkisten. Op de begraafplaats zijn bulldozers druk met het delven van graven, bijgestaan door tientallen mannen met schoppen.

Een dag eerder, op zaterdag, zijn de straten al vol huilende bewoners, die troost zoeken bij elkaar. 'Er is zo veel verdriet. Zelfs in de oorlog heb ik niet zoveel bloed en ellende gezien', jammert de 70-jarige grootmoeder Nadja Tzoemartova. Haar woorden zijn treffend. Op het sociaal-realistische oorlogsmonument in het centrum van de stad staan de namen van 350 mannen uit Beslan die stierven in de Tweede Wereldoorlog. Het dodental bij de gijzeling van school Nr. 1 ligt nu al hoger en groeit met het uur.

Tzoemartova staat voor het ziekenhuis dat zaterdagochtend door de Russische president Vladimir Poetin is bezocht. Een paar uur na het bloedige einde van het gijzelingsdrama ging hij daar langs bij enkele slachtoffers. Poetin sprak er met dokters, leiders van het leger en de veiligheidsdienst, met de directrice van de school en met de regionale autoriteiten.

Maar Tzoemartova is voor iets anders naar het ziekenhuis gekomen. Ze loopt naar een muur waar tientallen lijsten hangen. Daarop staan, zowel handgeschreven als getypt, ongeveer zevenhonderd namen van kinderen en volwassenen die het gijzelingsdrama hebben overleefd en nu in de verschillende ziekenhuizen liggen.

Op een van de lijsten staan ook de verwondingen vermeld. 'Michail Mkritsaja, 9 jaar, schotwond in het voorhoofd' en 'Alla Aslanova, 33 jaar, gewond aan hoofd door explosie, granaatscherven in de rug'. Volgens de autoriteiten is een grote meerderheid van de gijzelaars gedood of verwond door de explosies, maar van de 42 slachtoffers op deze lijst zijn er vijftien door een of meer kogels geraakt.

Op zaterdagochtend verdringen tientallen wanhopige familieleden zich voor de lijsten. Als Tzoemartova drie keer alle lijsten heeft nagelopen, draait ze zich om. 'Waar is hij nou, mijn kleinzoon. Acht jaar is hij pas. Drie dagen lang heb ik voor hem gebeden. God, waar bent u nou', huilt ze. 'Zij die dit gedaan hebben, zijn minder dan beesten. Zelfs beesten zorgen voor hun kinderen.'

Naast verdriet is er ook veel woede voelbaar in de straten van Beslan. Die is niet eenduidig. Sommigen zijn boos op president Poetin en de Russische regering, anderen op de autoriteiten van Noord-Ossetien velen richten hun woede ook op de buurvolkeren. De Tsjetjenen, maar vooral ook de Ingoesjeten. De Ingoesjeten en de Osseti liggen elkaar van oudsher niet.

Niet ver van het ziekenhuis belt een man op zijn mobiele telefoon. 'Natasja is dood', zegt hij duidelijk hoorbaar. 'Marina ligt in het ziekenhuis en haar papa is ook dood. Het komt allemaal door de Ingoesjeten. Ik denk dat we nu een oorlog krijgen. Alle Ingoesjeten zijn al de stad uitgevlucht.'

Aan de achterkant van het uitgebrande schoolgebouw staat een grote groep mannen opgewonden te discussin. Ze willen naar de school lopen, maar militairen houden hen op de naastgelegen spoorlijn tegen, kalasjnikovs in de aanslag. Alleen een man die zijn vrouw en vier kinderen bij het gijzeldrama verloor, breekt door het cordon en wordt door de veiligheidsdienst FSB opgevangen. Ze bieden hem een sigaret aan en nemen hem mee het schoolplein op.

Te zien is hoe medewerkers van het ministerie van Noodsituaties achter elkaar lichamen in zwart plastic het gebouw uitdragen en in een lange rij langs de muur leggen. 'Ze zijn de terroristen aan het ruimen', legt een politieagent uit. 'En ze zoeken naar mijnen en bewijsmateriaal. Daarom mag niemand in de buurt komen.'

De mannen geloven niets van die uitleg.

'Hoe kan het anders dat er nog zoveel mensen hun kinderen niet gevonden hebben', zegt een van hen. 'De autoriteiten hebben iets te verbergen. Ze willen niet dat de waarheid ooit bekend wordt.'

Tamik Kazakhov heeft geen hoop meer dat hij zijn zus nog levend zal terugzien. Ze bevond zich samen met haar zevenjarige zoontje onder de gijzelaars. 'Het jongetje is terecht. Hij is in shock, maar verder gaat het redelijk met hem. Tot de tweede explosie hield hij de hand van zijn moeder vast. Daarna was ze verdwenen. Ze is dood, dat weten we zeker. Maar we willen haar lichaam begraven.

'De mensen zijn woedend', zegt Kazakhov.

'Kijk maar naar deze mannen, ze waren de militairen bijna aangevlogen. Ze zullen die woede op iemand moeten bekoelen. Op wie, dat weet ik nog niet.'

Buiten het cultureel centrum in de stad verzamelen zich zaterdag honderden inwoners. Om twaalf uur zouden de regionale autoriteiten de familieleden van vermiste gijzelaars toespreken. Anderhalf uur lang gebeurt er niets. Wanhopige vrouwen richten zich tot de journalisten. 'Waarom verspreiden jullie zoveel leugens', schreeuwt de 30-jarige Larissa. 'Jullie zeiden dat er maar 350 gijzelaars waren. Ik roep al dagen dat er veel meer kinderen zaten. Waarom luisteren jullie niet naar mij? '

Maar hun frustratie richt zich vooral tegen de regionale autoriteiten. De terroristen hadden drie politici aangewezen met wie ze wilden onderhandelen: de president van Noord-Ossetileksander Dzjazochov, de president van Ingoesjetioerat Zjazikov en presidentieel adviseur Aslanbek Aslachanov. De drie allen pro-Russisch en gehaat door de rebellen gingen niet in op dat verzoek. Volgens de Russische media waren ze bang te worden geexecuteerd. Na hun weigering kregen de kinderen niks meer te drinken en mochten ze niet meer naar de wc.

'Waarom kwam de president niettoen de strijders daar om vroegen? Hij was bang om te sterven, maar nu zijn onze kinderen dood. De lafaards hebben het recht verloren om zich nog man te noemen', roept Larissa.

De woordvoerder van de Noord-Ossetische president, Lev Dzoegajev, komt even later het plein op om zijn baas te verdedigen. Twee zwaarbewapende agenten houden hem voortdurend in het oog. 'De president is niet op het verzoek van de terroristen ingegaan, omdat het Kremlin hem dat verbood', zegt hij. 'We begrijpen de emotionele reacties en de woede, maar het is nu niet het moment om in discussie te gaan. De president moet nu eerst de waarheid boven tafel krijgen. We moeten alle slachtoffers lokaliseren en zorgen dat iedereen hulp krijgt.'

Zaterdagmiddag verschijnen ineens twee witte tafeltjes op het plein. Twee vrouwen schrijven alle namen en gegevens van de vermisten in schriftjes die zijn bestemd voor de procureur. Familieleden kunnen er ook foto's inleveren. Na twee uur staan er al 114 namen in de schriftjes.

Sveta Moekakova komt als enige melden dat haar vermiste kleinzoon Azamar die ochtend is gevonden. Hij is pas een jaar en achttien dagen en kan nog niet praten. 'Ik zag hem toevallig in het ziekenhuis van Vladikavkaz. Ik herkende hem aan zijn ondergoed en omdat hij nog zo klein is. Hij zat onder het bloed, zijn ingewanden lagen deels bloot. Hij is hier geopereerd. Vijf uur geleden begon hij weer zelf te ademen. Straks vliegt hij naar Moskou waar hij opnieuw geopereerd zal worden.'

Van haar dochter die de explosies ook overleefde, hoorde Moekakova hoe het jongetje de dagen in gijzeling heeft ervaren. 'Hij huilde veel want hij had zo'n dorst. Uiteindelijk gaf ze hem een doekje dat gedrenkt was in urine om op te zuigen. Op de tweede dag zat een terrorist vlakbij vijgen te eten. Azamar liep naar hem toe en stopte een vijg in zijn mond. Toen niet lang daarna de kleinste kinderen werden vrijgelaten, mocht Azamar niet mee. Ik denk dat hij is gestraft voor die vijg.'

Zondagochtend staan er al 203 namen in de schriftjes. Boris Tigijev levert een foto van zijn 14-jarige Soslam in. 'Na de explosie leefde hij nog. Mijn dochter heeft gezien hoe hij wegrende van het schoolgebouw', zegt hij.

Even later verschijnt een medewerker van de binnenlandse veiligheidsdienst op het plein die komt melden dat in de ziekenhuizen van Rostov en Naltsjik nog veel ongentificeerde kinderen liggen. Ze verkeren in shock en hebben sinds hun bevrijding nog niet gesproken. In de ogen van Tigijev verschijnt een sprankje hoop.

Meer over