God en Darwin vloeken niet in biologie-examen

Nederland maakt zich internationaal belachelijk door de evolutietheorie niet meer op school te examineren, stelt K. Bakker...

BIOLOGEN vragen zich al enige tijd af waarom de regering het merkwaardige besluit heeft genomen om de evolutietheorie niet langer op te nemen in het centraal schriftelijk eindexamen biologie. Al diverse keren werd het ministerie vanuit het vakgebied geadviseerd deze beslissing terug te draaien. Tot nu toe tevergeefs.

Sinds enkele jaren wordt de evolutietheorie niet meer op het schriftelijk eindexamen, maar in het schoolonderzoek getoetst. Individuele scholen zouden zo meer mogelijkheden hebben aan te sluiten bij de wijze waarop in de les levensbeschouwelijke onderwerpen zijn behandeld.

Vorige week heeft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen er bij staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs opnieuw op aangedrongen havo- en vwo-leerlingen weer te examineren over hun kennis van de evolutietheorie. De KNAW wil bereiken dat in de tweede fase voortgezet onderwijs, die op dit moment wordt ingevuld, de evolutietheorie weer onderdeel van het examen wordt. Hopelijk volgt het paarse kabinet dit advies nu wel op.

Ik wil er met nadruk op wijzen dat het niet om een triviale zaak gaat, maar om een zeer principiële. Elke natuurwetenschap kent één of enkele centrale theorieën die een rol spelen bij het geven van een samenhangende verklaring van de observaties in dat wetenschapsgebied. Zonder de evolutietheorie resteert in de biologie een enorme hoeveelheid waarnemingen en verschijnselen die zich voordoen als weliswaar interessante, maar vaak onsamenhangende losse feiten.

De evolutietheorie is de enige theorie die bij uitstek kenmerkend is voor de biologie. Zij formuleert antwoorden op vragen die in de andere natuurwetenschappen niet voorkomen, namelijk die naar het ontstaan van de grote diversiteit van de levende wereld, en naar de functie en de wordingsgeschiedenis van verschijnselen: 'Waartoe dient het en hoe is het ontstaan?'

Dit soort vragen naar de biologische betekenis van vorm, fysiologie en gedrag, zoals die overal in de biologie opduiken, en naar de wording en de veranderingen van onze verschijnselen in de honderen miljoenen jaren lange geschiedenis van het leven op aarde, behoren tot het wezen van het biologisch denken.

In de biologie hebben ordeningsprincipes altijd een grote rol gespeeld bij de verklaring van de grote diversiteit van biologische verschijnselen. In de moderne biologie vervult de evolutietheorie deze rol. Deze vormt daarmee het hart van de biologie als natuurwetenschap. De beroemde Amerikaanse bioloog Dobzhansky schreef eens: 'Nothing makes sense in biology, except in the light of evolution.'

Prof. A. Rörsch, voorzitter van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek schreef onlangs: 'De biologie kent tenminste één algemeen, en algemeen erkend, alle onderdelen unificerend concept: dat is de uit het midden van de vorige eeuw stammende Darwinistische evolutie-theorie van onafhankelijke variatie en selectie in de vrije natuur. Wat minder algemeen bekend en erkend, is dat het concept op alle biologische niveaus, - van ecosystemen, organismen, cellen en moleculen - van groot belang is als leidraad bij wat we zouden kunnen noemen 'specifiek biologisch denken.'

Voor de goede orde: de darwinistische evolutietheorie is niet méér, maar ook niet minder dan een theorie. Zoals alle theoriën is die geldig, totdat die wordt vervangen door een andere, die beter in staat is de bestudeerde verschijnselen, vaak aangevuld met nieuwe feiten en ideën, te verklaren.

Een punt dat, zo vermoed ik, een rol heeft gespeeld bij het besluit van het vorige kabinet, is de vermeende tegenstelling tussen de evolutietheorie en het scheppingsverhaal. Echter, natuurwetenschap en levensbeschouwelijke zingeving, zoals die is te vinden in religie, literatuur en kunst, zijn totaal verschillende benaderingswijzen van de werkelijkheid en kunnen elkaar in principe niet schaden. Een puur biologische beschrijving van de liefde doet niets af aan de schoonheid van een liefdesgedicht of lied.

HET feit dat een natuurwetenschappelijke theorie grote implicaties kan hebben voor het levensbeschouwelijk denken doet niets af aan de waarde van die theorie binnen het kader van die natuurwetenschap. Alleen het laatste zou bepalend behoren te zijn of een dergelijke theorie al dan niet in een eindexamen thuishoort.

Het vakgebied biologie mag niet worden ontkracht door om redenen van politiek opportunisme de centrale these van dat vakgebied maar buiten het eindexamen te houden. De overheid behoort zich sterk te maken voor een onderwijs dat is gebaseerd op vrije wetenschap.

Nederland maakt zich door de evolutietheorie uit het eindexamen te weren volslagen belachelijk in de wereld en begeeft zich op dit punt in het gezelschap van een slinkend aantal achtergebleven staten in de VS. Wat als straks een of andere groepering ernstige bezwaren heeft tegen de ideeën van Galileï?

K. Bakker is emeritus hoogleraar dierenoecologie aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Meer over