Gluren

Kort nadat de eerste berichten over Amerikaanse afluisterpraktijken en PRISM waren verschenen, stonden onze ijverige volksvertegenwoordigers in rotten van drie voor de microfoons van de Tweede Kamer, klaar voor een potje stevig ondervragen van de leiders van het land. Hoe het hier zit met de internetprivacy en met de waarborgen tegen ongeoorloofd afluisteren en dito meegluren. Hoe het zit met de relatie tussen AIVD en NSA. Bij ontstentenis van verantwoordelijk minister Ronald Plasterk had het kabinet Ivo Opstelten afgevaardigd om de Kamer wat botten toe te werpen teneinde haar koest te houden. Opstelten, die is aangesteld om te allen tijde de schijn te vermijden dat hij mogelijkerwijs iets inhoudelijks zal zeggen, kweet zich ook ditmaal uitstekend van zijn taak. Hij verpakte wat onzinnigheden in onnavolgbare zinnen, gaf hoog op van een commissie die toezicht houdt op de inlichtingenvergaring en baste tot slot de vermoedelijk geruststellend bedoelde woorden: 'Wij werken binnen de kaders van de wet, en de Amerikanen natuurlijk ook.'

Welterusten.

Of een willekeurige digitale huiszoeking door een boswachter die een cursus tot buitengewoon opsporingsambtenaar heeft gevolgd 'binnen de kaders van de wet' valt, zei Opstelten er niet bij, maar volgens John Knieriem kan elke boswachter met zo'n diploma naar hartelust rondsnuffelen in onze intieme gegevens. Knieriem is directeur van Intermax, een hostingbedrijf, en net als alle telecom- en internetbedrijven in Nederland stuurt hij al jaren elke nacht de privégegevens van zijn klanten naar de overheid. Moet van de wet.

Zaterdag vertelde Knieriem in de Volkskrant dat hij zich afvraagt waar die verzamelwoede van de overheid in zal culmineren. Af en toe rolt een ambtenaar 'een apparaat' bij Intermax naar binnen, 'met een kabel eraan', dat 'alles meeleest': wie met wie mailt, wat er in die berichten staat. 'Alles gewoon.'

Dat er vervolgens ongecontroleerd wordt gegraaid in die data, is iets waar ook andere internetexperts zich al jaren hevig zorgen over maken. Er liggen stapels rapporten van de databeheerder Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) - ook Knieriem zwaaide met zo'n rapport - waaruit blijkt dat het er een bende is, al jaren. De politie grasduint stelselmatig in de bestanden - geregeld zonder proces-verbaal, zonder controle, waardoor niet valt na te gaan of dit gluren rechtmatig gebeurt. Gebeurt al jaren, is al jaren ophef over, zijn al jaren geschokte aanbevelingen over. Beloftes voor verbetering zijn er ook al jaren.

Opsporingsambtenaren wisselden in het verleden weleens CIOT-inloggegevens uit, waardoor ook boswachters zonder cursus en andere onbevoegden in de database konden. Even snel de buurman natrekken.

Het roept de bange vraag op of in die 'commissie' van Opstelten die zo adequaat toezicht houdt op de inlichtingenvergaring soms de grootste talenten zijn opgenomen uit de raden van commissarissen van Vestia en Amarantis. Met Loek - 'Meavita en achttien bijbanen' - Hermans aan het hoofd.

Over de 'kaders' van de Amerikaanse wet hoeven we ons evenmin veel illusies te maken. The New York Times onthulde dit weekeinde hoe de Amerikaanse rechtbank in het geheim de bevoegdheden van de NSA almaar verder oprekt. Geheime vonnissen zijn daar de nieuwe transparantie en democratische afrekenbaarheid.

Hoe kan, vroeg John Knieriem zaterdag in deze krant, de Tweede Kamer ooit goed controleren wat met al die data gebeurt? Het antwoord wist hij zelf ook wel.

Niet.

undefined

Meer over