Glimlachen naar het machinegeweer, oog op de bal

Het wordt vandaag geen leuke dag, ben ik bang. Het kon, vrees ik, wel eens een tamelijk onplezierige dag worden....

On through the hail of slaughter,

Where gallant comrades Fall,

Where blood is poured like water,

They drive the trickling ball.

Het is de ochtend van de 24ste juni 1916, de eerste dag van de Slag aan de Somme - ook zo'n dag van niks. Captain W. P. Nevill van het 8ste East Surreys klimt uit de loopgraaf. Hij heeft een voetbal in zijn hand. Even knippert hij met zijn ogen tegen het vroege zonlicht en dan trapt Nevill de bal ferm het niemandsland in. Een ooggetuige: 'Het was een mooie trap. De bal ging omhoog en vloog een knap eind richting Duitse linies.'

Drie pelotonscommandanten uit het achtste doen seconden later hetzelfde. Scheids, vier ballen op het veld! Honderden mannen proberen nu in balbezit te komen. Het is namelijk een wedstrijd: eerste bal in de Duitse frontlinie wint. Een regen van staal slaat de spelers in het gezicht; de Duitsers spelen catenaccio.

Het is geen uniek voorval. Langs het hele Westelijk Front zien Duitse soldaten Engelse dribbelaars en spelverdelers op zich afkomen. Voetbal als surrogaat voor oorlogsvoering, alleen zijn ze nog even vergeten de oorlog af te schaffen.

Je moet in de zomer van 1998 in Engeland hebben gewoond, om te weten wat hij op 30 juni van dat jaar aanrichtte, de achtste finale van het WK, Engeland - Argentinië. Een collectieve shock-toestand. Nationaal onbegrip.

Waarom, vragen 26 miljoen Engelsen zich voor de televisie verslagen af, gaat David Batty de beslissende penalty nemen? Batty heeft nooit van zijn leven een penalty genomen, zelfs niet op de training. Batty mist.

'Toen ik me aanmeldde had ik visioenen van een bollend net en dat ik een held zou worden', zegt Batty ter verklaring van zijn idiote ingeving. De tv-kijkers begrijpen het, want Engelser kan niet. Visioenen van hoop en glorie in het zicht van de catastrofe. Glimlachen naar het machinegeweer, oog op de bal.

Engeland - Argentinië, WK 1986, de Hand van God en zo. Of God nog eens met die mythe afrekent, zou ik willen weten.

De meeste Engelsen ruilen de overwinning in het duel om de Falklands (1982) onmiddellijk in voor een zege nu, vandaag, eindelijk, op Argentinië. Wat moet je met een paar kale rotsen vol schapen als de weg naar de hemel open ligt?

De kop van The Sun ligt al klaar: GOTCHA!!

Na de ramp van vier jaar geleden verklaart de Daily Mail dat nu vaststaat dat God een Argentijn is van Duitse komaf. Zeer on-Engelse gedachte, tekenend voor de wanhoop. Want God wás altijd een licht-verstrooide Engelse Lord die smulde van cricket - sport waarmee hij de Engelsman een voorproefje van de eeuwigheid schonk.

Ach, rechtvaardigheid! Bestaat het nog? In het voetbal hoef je er in elk geval niet om te komen. Waarom anders de 36 Years of Hurt, na het magische jaar 1966?

Engeland. Nergens is de hunkering naar succes sterker. Altijd blijven dromen. Slechts liederlijke onsportiviteit, buitenissige vormen van pech, absurde blunders en nooit eerder waargenomen scheidsrechterlijke dwalingen staan tussen ons en de titel. Hoe ongelukkig.

De Engelsman. Tegen Zweden, dat was behoorlijk verschrikkelijk, was het niet? Argentinië, tegen Nigeria: buitengewoon moet ik zeggen, echt buitengewoon. Een tamelijk solide elftal, helemaal niet slecht. Excuseer mij. Moge St. George ons bijstaan! Ze gaan er minimaal vijf inschieten en dansen op ons graf.

Onmiddellijk na kick-off wordt W.P. Nevill dodelijk getroffen. Zijn laatste gedachte betreft het genot van de perfecte wreeftrap.

Waar ter wereld heeft doodsverachting de vorm van een vijfje? Waar wordt de bal zo hartstochtelijk bemind? En wanneer komt daar eindelijk weer eens iets voor terug?

Misschien is ergens besloten dat het vandaag maar eens Engelands dag moet worden. Erg aannemelijk is het niet, maar het zou kunnen.

Come on, England!

Meer over