Glibberig en ongrijpbaar: Gijs IJlander laat te weinig aan de verbeelding over

Gijs IJlander ruimt op. De korte verhalen die hij in de afgelopen zes jaar aan uiteenlopende periodieken bijdroeg, zijn gebundeld in Vis voor iedereen, dat besluit met een verantwoording....

Hier en daar heeft IJlander een wijziging aangebracht. De Duitser in 'Some Sunny Day' (dat vier jaar geleden als relatiegeschenk van Veen/Contact verscheen) die in 1945 door de Hollanders lelijk te grazen was genomen en dat toelichtte met 'Da hat man mir den Schwanz abgeschnitten', zegt in de nieuwe versie 'Da hat man mich den Schwanz abgeschnitten'. Dat klinkt wel zo correct. In de getroffene een meewerkend voorwerp zien, was te onwaarschijnlijk.

Ingrijpende veranderingen heb ik niet aangetroffen, en dat is een spijtige constatering. IJlander heeft met vier voorafgaande boeken aangetoond boeiend te kunnen variëren op het thema dat men zou kunnen samenvatten met 'de gevaren van monomanie'. Zijn personages zijn door iets of iemand geobsedeerd, en pendelen allengs ondoorzichtiger tussen waan en werkelijkheid. Bij IJlander is verschil tussen mens en dier niet groot. Beide worden bestuurd door drift en instinct, terwijl het zogenaamd gezonde verstand maar een relschopper en afleider is; de oorzaak van zorgen, vereenzaming en vervorming. Op zijn best brouwt IJlander van deze uitgangspunten een spannend verhaal, zoals hem dat lukte met de romans Een fabelachtig uitzicht (1990) en Zwartwild (1992).

Blijkbaar heeft hij ruimte nodig, want in deze korte verhalen laat IJlander zich er (uit haast?) herhaaldelijk toe verleiden datgene te benoemen wat de lezer liever zelf had bedacht. 'Some Sunny Day' is gebaseerd op een mooi gegeven. Het is uitermate geschikt voor verfilming: een Hollands echtpaar, autogek, krijgt een schitterende Porsche van een Duitser (ja, die zonder Schwanz) en neemt daarin deel aan een rally naar het Teutoburgerwald. Ze verdwalen, de irritatie neemt toe, en ergens bij een verlaten boerderij vinden ze, hoe is het mogelijk, nòg een puntgave oude Porsche.

Dan slaan de stoppen bij de man volledig door, met nefaste gevolgen. Twee aanmerkingen moet ik kwijt. Ten eerste heet het echtpaar Overmaat, en dat is inderdaad te veel van het goede. Zo'n vingerwijzing ontneemt de verrassing aan wat komen gaat. Ten tweede wordt de verbeten autoliefde van de twee zonder enige subtiliteit uitgelegd als compensatie voor hun kinderloosheid.

Daarmee wordt de gekte van het stel benoemd als zielig, en zieligheid is fnuikend voor de spanning. Dit is, als gezegd, een probleem waar IJlander-als-verhalenschrijver vaker mee kampt. In het titelverhaal stelt een taalkundige die een viscongres in Finland bezoekt ('uit nieuwsgierigheid naar drogredeneringen'), dat de mens even ongrijpbaar en glibberig is als de vis. Had dat nou niet gezegd!

De vervreemding van het verhaal, waarin mens en vis gelijkelijk spartelen, wordt door zo'n pontificale vergelijking ingedamd. 'Vis voor iedereen' is nu niet meer dan een adstructie bij die stelling.

Aan alle personages is steevast een steekje los. Door IJlander's benoemzucht lijkt het net of ze dat zelf heel goed weten, maar niet flauw willen zijn tegenover hun bedenker en daarom een verhaal lang de joker uithangen. In 'Het veerhuis' bewoont simpele Leen een deel van een donkere bouwval. Zijn kot is volgestouwd met tijdschriften, van de Panorama tot gespecialiseerde bladen voor artsen of computerfanaten. 'Veel van deze groeperingen overlappen elkaar', denkt Leen hardop. 'Ik wil degene zijn in wie ze alle samenvallen, ik wil de wereld volledig kennen.' Dat gaat mis, het zal niemand verbazen, maar de helderheid van de geciteerde gedachtengang strookt geenszins met de gedragingen van Leen.

De dieren in deze bundel vind ik nog het sterkst. Zij zeggen tenminste niets, en helpen dus ook het verhaal niet naar de vaantjes. Ze zijn bedreigend of hulpeloos, maar laten het aan ons over ze te kwalificeren. In 'Kijk eens hoe zij glanzen' heeft een man twee hanen in een hok geïsoleerd, omdat hij ze wil slachten voor het kerstmaal. Als het moment suprême daar is en hij ze bij de nek moet grijpen, doorvaart hem een huiver. Hij druipt af.

Dat beeld spreekt. Een verhaal verder vliegt een haan ene Islander aan. De nagels krassen op zijn handen, de snavel hakt in zijn wang. Deze man is geen winnaar, weten wij dan. Om diep te gaan zuchten, als de Islander van IJlander pas een paar bladzijden later iets begint te dagen: 'Er ontbrak mij iets.'

Gijs IJlander: Vis voor iedereen.

Veen, ¿ 29,90.

Meer over