Interview

Glenn Loury: ‘Als de zwarte gemeenschap verandering wil, moet ze ook naar zichzelf kijken’

Witte Amerikanen zijn niet verantwoordelijk voor alles wat er mis is in de Afro-Amerikaanse gemeenschap, zegt ­hoogleraar Glenn Loury. Blijven ­hameren op racisme staat échte verandering in de weg.

Glenn Loury: ‘Het is belachelijk om te stellen dat de politiemacht in de VS het grootste gevaar vormt voor de lichamelijke integriteit van zwarte mensen.’ Beeld Bart Heynen
Glenn Loury: ‘Het is belachelijk om te stellen dat de politiemacht in de VS het grootste gevaar vormt voor de lichamelijke integriteit van zwarte mensen.’Beeld Bart Heynen

Glenn Loury (72) vindt het ook niet leuk om te zeggen. Hij houdt van ‘zijn mensen’. En hij is niet meer die wijsneuzerige Harvard-professor uit de jaren tachtig, die zo hard oordeelde over de tekortkomingen van de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Maar het moet Loury – professor in de economie en sociale wetenschappen aan Brown University – toch van het hart: ‘Afro-Amerikanen nemen nog steeds te weinig verantwoordelijkheid voor hun eigen gemeenschap. Dat vond ik toen, en ja, dat vind ik nu weer.’

Furore maakte Loury midden jaren tachtig met zijn verhaal over pathologische weeffouten in de Afro-Amerikaanse cultuur; zijn kritiek op het gebrek aan betrokken vaders, op de hoge mate van geweld en criminaliteit. Dat was de werkelijke vijand binnen de gemeenschap, door Loury gemunt als de enemy within. Maar over deze vijand ging het nauwelijks. Alle aandacht ging uit naar de enemy without: het witte racisme in de VS.

En nu zijn de pijlen tot Loury’s grote frustratie wederom, of nog steeds, gericht op de witte Amerikanen. Die zouden debet zijn aan alle problemen. Sinds de dood van George Floyd gaat alle aandacht uit naar politiegeweld tegen Afro-Amerikanen. ‘Terwijl het belachelijk is om te stellen dat de Amerikaanse politiemacht het grootste gevaar vormt voor de lichamelijke integriteit van zwarte mensen. Het is een demagogisch en explosief discours.’

Loury deelt zijn snedige politieke analyses in zijn onlineprogramma The Glenn Show. Daar discussieert hij regelmatig met geestverwant John McWhorter, Afro-Amerikaans linguïst aan Columbia University. Loury en McWhorter noemen zich the wokebusters en fileren het antiracistische discours van de Black Lives Matter-beweging. Want ja, Afro-Amerikanen worden vaker gedood door de politie in verhouding tot hun aandeel in de populatie. Maar zwarten zijn ook veel vaker arm – en hoe oneerlijk ook, ‘being poor attracts the cops’. Daarnaast zijn Afro-Amerikanen ook vaker crimineel. Waarom, vragen Loury en McWhorter zich af, neemt niemand deze variabelen mee in de vergelijking?’

In de video ‘The fake narrative about police and race’ verheft Loury zijn door corona geschuurde stem als hij praat over Maxine Waters, het Californische Congreslid dat begin april een menigte demonstranten opzweepte om ‘agressiever’ te worden bij een eventuele vrijspraak van politieagent Derek Chauvin. Loury, woedend: ‘Ik heb nergens – behalve in rechtse media – een kritische noot gelezen over haar demagogische aanzet tot geweld.’

Een kleine maand later klinkt de stem van de professor via een Zoom-verbinding nog even hees als we praten over het antiracismedebat in de Verenigde Staten. In zijn huis op Rhode Island broedt Loury op een memoir over zijn levensloop. ‘Ik denk aan de titel: Changing My Mind. Mijn zoon Glenn junior vindt het een stomme titel, maar ik ben nou eenmaal vaak van gedachten veranderd.’ Laatst nog over Trump. ‘Ik vond aanvankelijk dat we moesten debatteren over de inhoud van zijn ideeën, niet over zijn persoon. Maar toen kwamen de verkiezingen van 2020 en weigerde Trump zijn nederlaag te erkennen. De persoon Trump bleek het gevaar voor onze democratie te zijn waarvoor critici vreesden. Ik had ongelijk.’

Glenn Loury is de belichaming van de Amerikaanse droom: een jongen uit het arme Zuid-Chicago die alles in zich heeft om de academische top te bereiken, maar zijn vriendin wordt zwanger. Een academische loopbaan lijkt in de kiem gesmoord. Loury geeft niet op, hij gaat nachtdiensten draaien als boekhouder in een drukkerij om zijn gezin te onderhouden en volgt overdag lessen op een lokaal college. Zijn docent spoort hem aan zich op te geven bij een echte universiteit: Northwestern University. Daar ontpopt hij zich als een wiskundig genie, een elegante tovenaar met vergelijkingen. Een PhD aan het prestigieuze MIT volgt.

En dan is daar de ultieme bekroning op zijn intellectuele inspanningen: Glenn Loury wordt op zijn 33ste de eerste zwarte hoogleraar aan de economische faculteit van Harvard. ‘Dat ervoer ik als een gigantische druk, ik was zo bang om te falen, door de mand te vallen. Ik ben niet lang daarna overgestapt naar de Harvard Kennedy School, een faculteit gericht op openbaar bestuur. Daar vond ik echt mijn stem.’

Die stem blijkt opvallend conservatief en is gevormd door Detroit, de stad die hij vaak bezocht toen hij lesgaf aan de Universiteit van Michigan. De ‘motorcity’ was in de jaren tachtig in de greep van misdaad en verval, witte gezinnen trokken en masse weg. Loury: ‘Een sociaal-econoom zal zich haasten te zeggen: ‘Detroit was het slachtoffer van globalisering, de auto-industrie kon niet opboksen tegen de mondiale competitie, met alle sociale gevolgen van dien.’ Maar ik zag ook iets anders: een zwarte gemeenschap in crisis.’

In 1984 publiceert professor Loury A New American Dilemma, een polemisch essay dat hem naar de binnenste kringen van de Amerikaanse conservatieve elite slingert. Hierin stelt Loury dat ‘de sociale ontreddering onder arme zwarten, de achterblijvende academische prestaties, het verontrustend hoge cijfer van onderlinge criminaliteit en de alarmerende toename van ongehuwde jonge moeders opdoemen als de primaire obstakels voor vooruitgang.’

U stuitte op veel weerstand met uw analyse. Tijdens een van uw voordrachten zat de weduwe van Martin Luther King, Coretta Scott King, vooraan te huilen.

‘Ik denk dat zij zich enorm teleurgesteld voelde. Ik was een Harvard-professor, het gezicht van een nieuwe generatie, en toen kwam ik met deze kritiek. Het was ketterij om te zeggen dat de Afro-Amerikaanse gemeenschap ook een eigen verantwoordelijkheid had. Ik was in hun ogen een verrader. Ik werd uitgesloten, maar eigenlijk genoot ik er wel van om de bad boy te zijn.’

Elders maakte u wel indruk met uw betoog.

‘Zeker, ik werd omarmd en geprezen door een conservatieve witte elite. In 1987 werd ik zelfs voorgedragen om de tweede man op het ministerie van Onderwijs te worden in de tweede termijn van Reagan. Ik was hard op weg om een soort Clarence Thomas (Afro-Amerikaanse rechter bij het Hooggerechtshof, red.) te worden.’

Maar het liep anders. Want Loury leidde al die tijd een dubbelleven. ‘Ik was er trots op om een code-switcher te zijn; me staande te houden op zowel Harvard als de straten van achterstandswijken. Ik rookte graag marihuana en raakte verslaafd aan coke en crack. Ik vond het heerlijk om vrouwen te versieren op straat. Misschien deed ik het om stoom af te blazen, in mijn leven aan Harvard stond ik onder een gigantische druk. Maar ik deed het evengoed. Er zat een enemy within Glenn, waarschijnlijk was ik daarom zo fel.’

Een van zijn toenmalige vriendinnen klaagde Loury na een heftige ruzie aan voor huiselijk geweld (‘Ik heb die vrouw geen geweld aangedaan, maar ik heb haar wel slecht behandeld’). Ze trok haar aanklacht in, maar Loury moest afzien van de positie. Niet lang daarna werd hij gearresteerd wegens drugsbezit. ‘Terugkijkend kun je je afvragen of ik die baan eigenlijk wel wilde. Ik deed er in elk geval alles aan om het te verklooien.’

Loury kickte af, sloot zich met zijn – vergevingsgezinde – vrouw Linda aan bij een kerk (later zou hij weer uittreden en zich atheïst verklaren). Hij stortte zich op zijn oorspronkelijke liefde: micro-economie. Pas in 1995 publiceerde hij weer over het onderwerp ras, op een mildere toon en vol zelfreflectie. Loury zette zijn tanden in Amerika’s gevangenisstelsel, met het bejubelde boek Race, Incarceration and American Values, waarin hij constateerde dat Afro-Amerikanen disproportioneel vertegenwoordigd waren in een genadeloos, onmenselijk gevangenissysteem. Loury was terug, herrezen uit de as als een gematigd, progressief denker.

Maar toen kwamen, na 2010, de politiemoorden op Afro-Amerikanen als Trayvon Martin, Michael Brown en Eric Garner. De Black Lives Matter-beweging kwam op stoom en schreef haar politieke manifest. Het onderwerp ras was terug als nooit tevoren, maar Loury was niet onder de indruk van de kwaliteit van de argumenten van deze nieuwe lichting denkers en demonstranten.

In zijn online­programma The Glenn Show deelt Loury zijn snedige politieke analyses. Vaak discussieert hij met geestverwant John McWhorter, linguïst aan Columbia; ze noemen zich ‘the ­wokebusters’. Beeld Bart Heynen
In zijn online­programma The Glenn Show deelt Loury zijn snedige politieke analyses. Vaak discussieert hij met geestverwant John McWhorter, linguïst aan Columbia; ze noemen zich ‘the ­wokebusters’.Beeld Bart Heynen

U keerde terug op uw schreden?

‘Ja, in de kern ben ik weer dezelfde mening toegedaan die ik verwoordde in A New American Dilemma. Ook door deze antiracismebeweging wordt net gedaan alsof de burgerrechtenbeweging geen vooruitgang heeft geboekt. Maar we hebben acht jaar een zwarte president gehad. Wij hebben zwarte miljardairs. We hebben Oprah Winfrey, we hebben LeBron James. Zwarte atleten zijn goden in ons land. Hiphop is op dit moment de meest dominante muziekstroming in onze cultuur. Dan is er ook nog een grote Afro-Amerikaanse middenklasse, universiteiten en grote bedrijven zetten zich helemaal in voor diversiteit. Ik geloof gewoon niet dat ongelijkheid in de Verenigde Staten anno 2021 valt toe te schrijven aan racisme.’

Het is wel een feit dat Afro-Amerikanen zo’n 2,5 keer vaker worden gedood door de politie dan witte Amerikanen.

‘Ja, maar Afro-Amerikanen zijn ook enorm disproportioneel vertegenwoordigd in de cijfers van gewelddadige criminaliteit: van verkrachting en gewapende overvallen tot moord. Neem de moordcijfers: elk jaar worden zo’n 15 duizend mensen gedood achtduizend van hen zijn zwarte slachtoffers en in 95 procent van de gevallen is de dader ook zwart. Dan schiet de analyse ‘het ligt aan de politie’ simpelweg tekort. Er zijn gewoon jonge, zeer gewelddadige mannen die met hun gangs vernielingen en leed veroorzaken.’

Daar zullen sommige mensen tegenover stellen dat dit geweld het gevolg is van racisme. Het is de uitkomst van sociale structuren die zijn kapotgemaakt door een geschiedenis van slavernij, gevolgd door rassensegregatie.

‘En daar ben ik het mee eens, natuurlijk is dat zo: de cultuur van zwarte levens in arme gebieden in Amerika is het product van een geschiedenis die helemaal teruggaat naar de slavernij. Mijn mening is: al deze invloeden ontslaan je nog niet van de eigen verantwoordelijkheid om goed voor je kinderen te zorgen, om zorg te dragen voor je eigen leven. Als we verandering willen, moeten we ook naar onszelf kijken.’

U stelt dat antiracisten met hun aanklachten witte mensen de macht geven en zwarte mensen juist ‘infantiliseren’. Wat bedoelt u daarmee?

‘Black Lives Matter-activisten doen een beroep op de witte meerderheid: erken je privileges, bied je excuses aan. Daarmee maken ze van de witte Amerikaan moral agents: zij kunnen beslissen om het goede te doen. Tegelijkertijd zijn arme zwarte mensen het product van de geschiedenis, willoze slachtoffers van hun omstandigheden. Ik wens mijn gemeenschap meer autonomie toe om hun eigen lot te bezegelen en niet afhankelijk te zijn van witte Amerikanen voor rechtvaardigheid.’

Is het, gezien de gespannen relatie tussen Afro-Amerikanen en de politie, niet invoelbaar dat mensen massaal de straat opgingen na de dood van George Floyd?

‘Jawel, en ik wil mensen ook niet vertellen hoe ze zich moeten voelen. Maar in absolute getallen komen nog steeds veel meer witte mensen om door politiegeweld dan zwarte, en is er voor elke George Floyd ook een wit voorbeeld te vinden. Denk aan iemand als Tony Timpa (een witte, geestelijk labiele man die werd vermoord door politieagenten, red.).

‘Er is dagelijks zo veel interactie tussen agenten en burgers, en als er dan met een persoon iets verschrikkelijk gebeurt, zoals met George Floyd, ontsteken mensen in woede en gaan ze de straat op – niet alleen om vreedzaam te demonstreren, maar ook om te plunderen en vernielen. Ik schrok van de massa’s mensen buiten de rechtszaal die eisten dat Derek Chauvin werd veroordeeld. Ze intimideerden de juryleden, ze ondermijnden een eerlijke rechtsgang.’

In The Glenn Show ageert u zelfs tegen het progressieve verwijt van stemonderdrukking – Republikeinen die het Afro-Amerikanen moeilijker maken te stemmen door wetgeving en regels. Terwijl: dat lijkt in Georgia momenteel toch echt aan de hand?

‘Sommige door Republikeinen voorgestelde wetswijzigingen zullen Afro-Amerikaanse stemmers meer raken. Maar dat is vooral snode partijtactiek van de Republikeinen, gericht op winst – zwarte gemeenschappen stemmen nu eenmaal vaker Democratisch. Het gaat hier niet om racistische motieven, voor mij is dat een belangrijk verschil.

‘Sommige van die nieuwe eisen vind ik bovendien niet onredelijk. Ik weet niet hoe het in jouw land zit, maar ik vind het niet zo vreemd dat je je moet legitimeren als je gaat stemmen. Het antwoord is ook niet om heel hard ‘racisme’ te roepen. Iedereen zou een identiteitsbewijs moeten krijgen, dat maakt het leven voor zwarte Amerikanen ook op andere manieren beter.’

Is dit nu toch de Glenn Loury van weleer, die er plezier in heeft om de bad boy te zijn? Wat staat er volgens u op het spel?’

‘Ik ben gewoon niet optimistisch over de koers van mijn land. Er is een grote groep stemmers – niet in de laatste plaats arme witte Amerikanen – die zich volledig vervreemd voelt van het Black Lives Matter-discours. Het monster is uiteindelijk de witte identiteitspolitiek. Ik vrees dat social justice warriors hun hand overspelen, met antizwarte sentimenten als gevolg.’

Hoe moet Amerika volgens u verder, als het niet langs identiteitslijnen is?

‘Ik refereer graag aan mijn collega-econoom Robert Reich, die oproept tot cognitieve empathie. We moeten leren de wereld te bezien door de ogen van een ander. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, totaal niet! Maar er is nu zo weinig begrip, en dat is lastig in een land dat zowel christelijke fundamentalisten als liberalen herbergt. Het punt is dat we moeten zien samen te leven. De manier waarop we nu over ras praten, de voortwoekerende identiteitspolitiek, vergroot de vervreemding en afstand tot elkaar.’

Lees ook:

Het onderling Afro-Amerikaans geweld laait op in Chicago

In het jaar van de Black Lives Matter-protesten tegen politiegeweld ziet Chicago, net als veel andere grote steden in de VS, ook een piek in het onderlinge geweld tussen Afro-Amerikanen. Dat kost veel meer levens.

Meer over