Glanzend als boter, warm als toast Sylvia Plath met terugwerkende kracht

Aan de wieg van Sylvia Plath heeft een ongeteld aantal boze feeën gestaan, en voor een belangrijk deel is de essentie van haar poëzie daaraan toe te schrijven....

With heads like darning-eggs to nod

And nod and nod at foot and head

And at the left side of my crib.

Met de stoplap en het naaikussen is de maasbal uit de moderne samenleving verdwenen, maar dit is een gedicht dat je nooit meer vergeet. Elke keer als je het terugleest, steeds opnieuw, is het weer even verbijsterend, het beeld van de feeën die niet alleen de muzen, maar ook de medereizigsters - 'in gewaden van steen', in gowns of stone - zijn geworden van de poëzie:

Faces blank as the day I was born,

Their shadows long in the setting

sun

That never brightens or goes down.

Over de gecompliceerde verhouding met haar ouders ('The Disquieting Muses' is rechtstreeks gericht aan Plaths moeder) is in de loop der tijden het nodige opgemerkt. Dat is vooral gebeurd naar aanleiding van het gedicht 'Daddy', postuum gepubliceerd in de bundel Ariel (1965), waarin de dichteres zichzelf bespreekt in termen van een witte voet die dertig jaar lang heeft opgesloten gezeten in een zwarte schoen. Die schoen, die omknelling staat gelijk aan haar vader, Otto Plath, die in 1940 sterft als Sylvia acht jaar oud is.

Ook in dit gedicht gaat de zon niet onder: de vader wordt op een krankzinnige manier uitvergroot tot een vampier en een nazistische beul, aan wie alleen het zwijgen lijkt te kunnen worden opgelegd door een staak in het graf te planten en door de inwoners van het dorp willens en wetens op dat graf te laten dansen: 'Daddy, daddy, you bastard, I'm through.'

In februari 1963 pleegt Sylvia Plath zelfmoord. Dat ze op dat moment met haar lezers nog in het geheel niet had afgerekend, zou vervolgens blijken uit de opeenvolgende publikaties uit haar literaire nalatenschap: drie bundels gedichten, de brieven in Letters Home (1976), de verhalen en dagboeken in Johnny Panic and the Bible of Dreams (1977). Pas in 1981, wanneer haar weduwnaar, Ted Hughes, een editie van de verzamelde gedichten bezorgt, lijkt het stil te worden. Aan de suggestie dat er nog allerlei ongepubliceerd materiaal in de archieven moet liggen, wordt geen verder gevolg gegeven.

Dan wordt het 1996 en verschijnt bij uitgeverij Faber and Faber een zorgeloos kinderboek, onder de titel The It-Doesn't-Matter Suit. Het lijkt te zijn geschreven voor kinderen van een jaar of vijf, wat wordt bevestigd door het gekartonneerde omslag en door het soort tekeningen waarmee de tekst is geïllustreerd. Maar het is ook, net als in haar poëzie, het zoveelste bewijs dat Sylvia Plath vooral leefde en schreef uit een wanhopig verlangen om bij anderen in de smaak te vallen.

Het verhaal speelt in een Tirol-achtig dorpje, Winkelburg genaamd, in het gezin van de heer en mevrouw Nix, dat uit zeven zonen bestaat. De jongste zoon heet Max. Eigenlijk heet hij Maximilian, 'but because he was only seven he did not seed such a big name. So everybody called him just Max.'

Max Nix. Als je dat omzet in het Duits, dan krijg je Macht Nichts. Het geeft niet. Het doet er niet toe. It doesn't matter. Max is gelukkig, het enige is dat hij graag, in plaats van alleen een broek en een trui, een pak zou willen hebben, want iedereen in Winkelburg heeft een pak.

Via een onverklaard wonder bezorgt de post op een dag een grote doos waaruit een mosterdkleurig kostuum te voorschijn komt, licht als een veertje, glanzend als boter en warm als toast. Nog nooit heeft iemand zo'n vreemd pak in Winkelburg gezien.

Onmiddellijk weet Max dat het pak hem nooit zal passen, dat het voor zijn vader bestemd is, of hooguit voor zijn oudere broers. Maar dat gebeurt niet: vader Nix werkt in het bankwezen en durft zich niet in een mosterdkleurige uitdossing te vertonen. Het pak wordt ingenomen en gaat naar de oudste zoon. Ook deze is bang belachelijk te worden gevonden. Naar gelang het verhaal vordert, maakt moeder Nix het pak telkens kleiner, tot het terechtkomt bij Max.

Daar verandert de toon van het verhaal in een bezweringsformule. Alles wat Max in zijn nieuw pak onderneemt krijgt de onmiddellijke glans van het succes. Er komen vlekken op, maar dat geeft niet. Hij valt ermee in de sneeuw, maar dat geeft niet. Het wordt nat door de regen, maar dat geeft niet. Als hij een vos wil vangen, komt deze direct af op de prachtige kleur van de stof. Als hij de koeien gaat melken ('the suit's sunny colour made the cows dream of buttercups and daisies in the spring meadows, and they mooed for happiness'), vult hij de emmers met de romigste melk die ooit in Winkelburg was gezien.

Als hij door het dorpje loopt, hangt iedereen vol bewondering uit het raam. Een wereld waarin geen brokken kunnen worden gemaakt - dat is zo ongeveer het ellendigste cliché voor een kinderboekenschrijver. Maar binnen het oeuvre van Sylvia Plath, waar de brokken nauwelijks zijn te overzien ('I shall never get you put together entirely,/ Pieced, glued, and properly jointed', schreef ze in 'The Colossus'), verandert het cliché in een dromerig negatiefbeeld, waarin voor een paar minuten de boze geesten tot zwijgen worden gebracht.

En met terugwerkende kracht zijn ze feller aanwezig in de rest van het werk.

Sylvia Plath: The It-Doesn't-Matter Suit. Faber and Faber, £ 8,99.

Meer over