Gissing

Zoveel soorten van verdriet, dichtte M. Vasalis, ik noem ze niet. Daarna noemde ze er toch één: 'het afstand doen en scheiden'.


Maar dat is niet de variant waar ik het over wil hebben. Er bestaat een soort verdriet dat bij de lijder zelf verliefdheid opwekt. Je ziet wel eens mensen die zo gehecht zijn geraakt aan hun verdriet, dat ze eigenlijk niet meer zonder kunnen.


U moet dit even verwerken. Maar ik raaskal niet. Kent u helemaal niemand die op de openingsvraag 'Hoe gaat het?' de armen over elkaar slaat, even met het hoofd schudt en donker verklaart: 'Niet best.' Om er eens goed de tijd voor te nemen, alle mogelijke kwalen te schilderen.


Jawel, die mensen kent u. Ze zitten ook in uw familie. Dichter bij misschien nog. Gaat het die mensen plotseling onverwacht goed, dan zijn ze uit hun evenwicht. Ze vertrouwen het niet, en gaan zitten wachten op nieuwe tegenslag en rampspoed. Die nooit uitblijft. Dan kunnen ze hun oude riedels oppakken. De wereld klopt weer.


Verliefd op zijn verdriet, zo zou je George Gissing (1857-1903) kunnen noemen. Bij uitgeverij Flanor zijn de teksten gebundeld die Geerten Meijsing in de loop der jaren schreef over deze onfortuinlijke romancier: Het Gissing-syndroom. De erudiete en pessimistische filoloog zwierf 's nachts over straat, nam een alcoholisch hoertje mee naar huis en trouwde met haar. Ellende! Daarna trouwde hij een straatschuimster die hem eerst twee kinderen schonk alvorens hem met vaatwerk te bekogelen, en die in het gesticht eindigde. Wat een monster!


Gissing was continu arm. Toen zijn boek The private papers of Henry Ryecroft zowaar een succes werd, het eerste in zijn carrière, was de auteur zelf net gestorven. Dat moest hij nou weer hebben.


Wanneer het hem kortstondig goed ging en de zon scheen, kwam er prompt niets uit zijn handen. Hij stierf op 28 december 1903 in Frankrijk, 46 jaar oud.


In stijl, en helemaal af, want de doodsoorzaken luidden: long-


emfyseem, syfilis, ondervoeding en heimwee naar Engeland.


Meer over