Giro koorts

Dat de Ronde van Italië over twee weken in Amsterdam begint, is al meteen één van de absurditeiten die het sportevenement de glans van een mythe geven....

Daar kunnen we vast mee beginnen, opdat we straks niet worden overvallen door schreeuwende fans, spandoeken met spelfouten, door bierblikjes en frietzakken, wegversperringen en hels getoeter. Hebben we net de Koninginnedagrotzooi achter de rug, krijgen we dát. Allemaal redenen de Giro te mijden. We dienen ons tijdig in te lezen, zodat we doordrongen zijn van de allure nog vóórdat de Ronde-karavaan onze trommelvliezen komt teisteren.

In 1949 heeft schrijver Dino Buzzati een legendarische reportage gemaakt van De Ronde van Italië, die dat jaar niet werd gewonnen door de oude Hector (Bartali) maar door Achilles (Coppi). Buzzati’s afschrift kon die klassieke status verwerven omdat hij zo knap om de Giro heen praat. Buzzati bespreekt de natuur, de omstanders en de entourage omdat hij begreep dat die bijzaken het spektakel van die negentien etappes omlijsten. Die wielrennende mannetjes zijn het schilderij, dat eerst door die lijst diepte krijgt.

Voordat de Giro in mei 1949 begint – het wordt zijn eerste – hoort Buzzati in Palermo enige kenners uit. De een zegt dat het een hartversterker is, de ander een martelgang, een lyrisch gedicht, een oorlog, een corrupte bende. Of is het de macht van de Geest waardoor de renners zich afbeulen, en zijn de toeschouwers een zee van gelovigen?

Dan ziet Buzzati die ene vent: die klaagt, voorspelt regen, en luizen in de hotels. Mekkert dat de beste renners niet meedoen. En de wielersport, die is dood. Dood en begraven! Is hij een soigneur, ploegleider, mecanicien? Buzzati ziet hem met overgave zweten, vloeken en roken, en heeft dan deze maat door. ‘Hoelang is het niet geleden dat ik een man heb gezien die zo gelukkig was?’ Als wij ook zo leren kijken, kunnen we straks veel verdragen.

Meer over