Gids voor het oude en het moderne Caïro

MAX RODENBECK, de Britse auteur van Caïro – Biografie van een stad, was als kleuter voor het eerst in de vijfduizend jaar oude hoofdstad van Egypte....

Zijn overgrootmoeder Alfredo reed in het voorjaar van 1895 met haar zuster op een ezel naar het inmiddels verdwenen Shepheard's Hotel, waar de officieren van het Britse bezettingsleger gewoon waren uit te rusten na een zware dag op het poloveld van de Gezira Sporting Club. De dames werden belaagd door een horde venters die hen, zoals thans nog altijd gebruikelijk, allerlei rotzooi probeerde aan te smeren. Tot overmaat van ramp struikelde Alfreda's ezel en belandde zij voor het hotelterras in het stof. Een galante Engelsman was haar redding – een romance was het gevolg. Rodenbeck is dan ook van mening dat hij zijn bestaan te danken heeft aan een anonieme ezel in Caïro.

Met veel liefde en gevoel voor details, humor en anekdotes beschrijft Rodenbeck de geschiedenis van al-Qahira, de Onoverwinnelijke, de naam die werd gegeven aan de stad die in 969 door de Fatimiden, de nieuwe heersers, werd gesticht op de puinhopen van de vroegere stad. Als een archeoloog voert Rodenbeck de lezer door de verschillende tijdlagen en langs de verschillende monumenten. Hij beperkt zich niet tot een chronologisch verhaal, maar maakt uitstapjes, slaat zijstraatjes in en weet toch steeds weer als vanzelfsprekend uit het labyrint op de hoofdweg terecht te komen.

Zo begint een hoofdstuk met een beschrijving van de wijk al-Chalifa, bekend om zijn vrijdagse markten. Rodenbeck brengt de lezer naar de plaats waar Cairo's grootste dierenmarkt zich uitstrekt en komt vervolgens uit bij de Moqattamheuvels waar in steengroeven, die duizenden jaren oud zijn, nog altijd stenen worden uitgehakt. Deze heuvels verleiden hem tot een uitstapje naar drieduizend voor Christus, kort nadat farao Mendes aan de andere kant van de Nijl de stad Memphis had gesticht. Om vervolgens uit te weiden over de geschiedenis van Caïro's oudste monumenten, piramiden en graftombes, ondertussen de zestiende- en zeventiende-eeuwse handel in mummies niet vergetend.

Europeanen waren er immers van overtuigd dat het slijmerige binnenste van de verrotte lijken genezende krachten bezat. Wat volgde was een lucratieve handel in mummies, en als die niet voorradig waren in de met pek behandelde en in de zon gelooide stoffelijke resten van misdadigers en minvermogenden.

Deze zoektocht naar mummies is volgens een conservator van het Egyptisch Museum een van de belangrijkste oorzaken geweest van de schade die is toegebracht aan de oudheidkundige schatten van het land. Maar al eerder, onder de Romeinen, werden tal van faraonische kostbaarheden verscheept. Na de egyptomanie die ontstond in het kielzog van de veldtocht van Napoleon naar Egypte, wedijverden welgestelde Europeanen met elkaar om de mooiste schatten.

Egyptenaren zelf bleken weinig oog voor deze schatten te hebben. De minachting van de vrome moslim voor het heidendom zorgde ervoor dat talloze oude monumenten werden afgebroken. Alleen al tussen 1820 en 1830 werden twaalf tempels afgebroken. De stenen werden hergebruikt voor de muren van de paleizen van de pasja's in Caïro.

Teruggevonden documenten van de joodse gemeenschap van de stad belichten de veelheid van waren die in de elfde eeuw in de bazaars te vinden waren: exemplaren van Duizend-en-één-nacht (zoals uit de inventarislijst van een boekhandelaar is gebleken), muskietennetten uit de Egyptische delta, rieten matten uit Alexandrië en Basra, opium uit Asyoet, zijden tulbanden uit het islamitische Spanje en Sicilië, matrassen uit Jemen, mantels uit Bagdad, Armeense tapijten, Abessijnse huiden en struisveren, Chinees porselein, geparfumeerde Tunesische zeep, koperen vaten uit Mosoel, zwaarden uit Damascus, koranstandaards van Indiaas teakhout, Byzantijns brokaat, barnsteen van de Oostzee, parels uit Muskat en robijnen van Ceylon.

De Florentijnse reiziger Leonardo Frescobaldi schreef in 1384 dat er in één straat van Caïro meer mensen woonden dan in heel Florence en volgens hem was het aantal vaartuigen dat in de haven voor anker lag, driemaal zo groot als het aantal schepen in de havens van Venetië, Genua en Ancona bij elkaar. Het inwonertal van Caïro bedroeg voor de verwoestende pestepidemie van 1348 vermoedelijk al een half miljoen of meer.

De veldtocht van Napoleon luidde definitief het tijdperk van Europese overheersing in. Pas in de eerste helft van de twintigste eeuw wisten de Egyptenaren langzaam de koloniale ketens af te werpen. Deze periode zou ook gekenmerkt kunnen worden als de gouden eeuw van het moderne Caïro. Zowel politiek als cultureel gaf de stad de toon aan in de Arabische wereld. Egypte's grote diva Oemm Kalsoem wist met haar liederen 37 jaar lang tot aan haar afscheid in 1973, miljoenen luisteraars overal in de Arabische wereld elke eerste donderdagavond van de maand aan de radio te kluisteren. President Nasser verenigde met zijn boodschap van Arabische eenheid velen in het Midden-Oosten en de Moslim Broeders, misschien wel zijn grootste tegenstanders, wisten wereldwijde aanhang te verkrijgen.

Egypte verloor deze dominante positie na de smadelijke nederlaag in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Caïro's befaamde muziek- en filmindustrie raakte in het slop. De Iraanse revolutie, de oorlog tussen Irak en Iran, de burgeroorlog in Algerije, de Golfoorlog en de komst van Amerikaanse troepen op Arabisch grondgebied getuigden van het voortdurende falen van Nassers pan-Arabische droom. Daarnaast werden de culturele en politieke vrijheden belaagd door de moslimfundamentalisten. Om die de wind uit de zeilen te nemen nam de overheid een steeds religieuzere houding aan, met alle verstikkende gevolgen van dien.

Daarnaast is de overheid op economisch en sociaal gebied niet in staat elementaire voorzieningen te garanderen, wat heeft geleid tot de huidige chaos waar Caïro's inwoners zich door heen proberen te slaan met een flinke dosis humor en talloze inventieve overlevingstactieken.

Rodenbeck had enige schroom om aan een boek over Caïro te beginnen. Hij had de stad verlaten omdat die steeds harder, ongeduldiger en intoleranter werd. Bij terugkomst na drie jaar afwezigheid voelde hij zich echter weer meteen thuis en wilde hij iets terug doen voor de stad die hem altijd heeft gefascineerd en hem 'paste als een oude schoen'. Het resultaat is een prachtig boek dat, hoewel soms behept met wat ongelukkige vertalingen, misschien wel een van de beste gidsen is op een ontdekkingstocht door de eeuwenoude en nog altijd van vitaliteit zinderende stad.

Meer over