Gharib in tweede marathon al de beste

Koning Mohammed VI zou zo wel bellen, verwachtte Jaoud Gharib, dat deed hij namelijk altijd als een Marokkaan een wereld-of olympische titel had veroverd....

Gharib maakte in Rotterdam in april zijn debuut op de klassieke afstand. Hij eindigde toen als zesde, in 2.09.15, ruim achter winnaar William Kiplagat, die 2.07.42 nodig had.

Kiplagat werd in Parijs natuurlijk als kanshebber genoemd. Ook de naam van de snelste man (2.06.33) dit seizoen, Michael Kosgei, circuleerde. Regerend wereld-én olympisch kampioen Gezaghene Abera stond bij de book-makers eveneens hoog aangeschreven.

Maar het werd Jaoud Gharib, 31 jaar. Hij komt van het veldlopen, werd vorig jaar tweede bij het WK halve marathon en wordt getraind door Brahim Boutayeb, in 1988 de olympisch kampioen op de 10.000 meter. Hij loopt veel op de steile paden in het Atlasgebergte. 'Ik hoorde collega-lopers klagen over de heuveltjes hier, nou, ik ben wel anders gewend.'

Gharib plaatste zijn demarrage na 34 kilometer. Een grote groep was nog het halve marathonpunt gepasseerd, over een parcours dat grotendeels door het toeristische centrum van Parijs ging. Pas de laatste kilometers gingen recht naar het noorden, in de richting van de finish in het Stade de France, in de buitenwijk Saint-Denis.

De Keniaan Mike Rotich, die bij de marathon in Parijs in april, weliswaar op een ander parcours, nog gefinisht was in 2.06.33, viel sterk terug. Alleen de Spanjaard Julio Rey kon volgen. Vanuit het achterveld poogde Stefeno Baldini aan te sluiten. De Italiaan, altijd een sterke kampioenschapsloper, stoomde door naar de derde plaats.

Gharib plaatste zijn definitieve spurt in de tunnel naar het stadion, Rey moest daarop het antwoord schuldig blijven. De Spanjaard is in Nederland geen onbekende. Hij werd in 1999 derde in de marathon van Rotterdam, na afloop bleek dat hij sporen van de anabolica mesterolone in zijn urine had. Hij werd voor twee jaar geschorst.

Zes man eindigden in Parijs onder de 2.10, maar de favorieten waren daar niet bij. Abera, de regerend kampioen en dit jaar nog winnaar in Londen, stapte geblesseerd uit, ook Kiplagat gaf er de brui aan.

Zijn hele team stelde teleur, zoals vrijwel alle Kenianen tijdens deze wereldkampioenschappen faalden. Het lijkt wel of ze met tegenzin, gedwongen door hun bond, naar WK's gaan. In 1987 won een Keniaan voor het laatst goud op de marathon.

Kiplagat dacht eerder deze week nog dat de marathon zondag zou worden gelopen. De Keniaanse ploeg was woensdag aangekomen, na een vertraging van vele uren. Dinsdagnacht had het team doorgebracht op het vliegveld van Doha in Qatar. Kiplagat: 'Ik heb zes uur onder een tafel geslapen.'

Dat staat haaks op de gedegen voorbereiding, deels in Kenia, van Luc Krotwaar. De 35-jarige routinier liep in Parijs pas zijn eerste grote kampioenschapsmarathon.

Hij ging brutaal van start, liep zelfs even voorop. 'Ik zocht mijn eigen tempo, bovendien waren er in de eerste kilometer nogal wat bochten. Daar loop je beter alleen.' Hij zakte daarna weg naar de 48ste plaats, had vervolgens weer even zicht op de kopgroep, maar kon niet aansluiten. Hij eindigde als 20ste. 'Dat vlakke tempo kon ik aan, maar toen het harder ging kon ik niet aanpikken bij die jongens met allemaal een beter persoonlijk record.'

Krotwaar had op een slachting gehoopt, een marathon onder snikhete omstandigheden. Dan had hij tactisch willen lopen, om in de laatste kilometers afvallers op te vegen, zoals Bert van Vlaanderen deed tijdens de WK van 1993 (brons).

Hij moet zich voor de Spelen van volgend jaar kwalificeren met een tijd van 2.10.30. Krotwaar start in december in de Japanse stad Fukuoka. Lukt het daar niet, dan heeft hij volgend voorjaar nog een laatste kans.

Hij wil graag starten in Athene, de 'bakermat' van de marathon. Hij krijgt dan in Attica zeker te maken met de hittegolf die hij zaterdag in het koele Parijs node had gemist.

Meer over