nieuwsnieuws

Gezondheidsraad: stuur vrouwen een zelftest om baarmoederhalskanker vaker op te sporen

Stuur alle vrouwen die worden opgeroepen voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker direct een zelftest mee. Dat adviseert de Gezondheidsraad aan het ministerie van Volksgezondheid.

Zelftest voor bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.  Beeld ANP / Hollandse Hoogte
Zelftest voor bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.Beeld ANP / Hollandse Hoogte

Rond de achthonderd vrouwen in Nederland krijgen jaarlijks baarmoederhalskanker, aldus het RIVM. Ongeveer een kwart van de patiënten overlijdt. Dat aantal zou volgens het onderzoeksinstituut twee keer zo hoog liggen zonder bevolkingsonderzoek. Om deze kanker in een vroeg stadium op te sporen, krijgen vrouwen tussen de 30 en 60 jaar elke paar jaar een oproep voor een uitstrijkje bij de huisarts. De opkomst is laag en daalt de laatste jaren bovendien: iets meer dan de helft gaf in 2019 gehoor aan de oproep.

Wie het vervelend vindt om een uitstrijkje te laten maken, kan een zelfafnameset aanvragen. Maar de Gezondheidsraad adviseert nu om deze direct mee te sturen, met alle uitnodigingen, om deelname aan het bevolkingsonderzoek op te krikken.

Afwijkende cellen

De uitstrijkjes worden eerst getest op het humaan papillomavirus (hpv), dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken. In geval van risicovolle varianten volgt een onderzoek naar afwijkende, oftewel ‘onrustige’, cellen. Blijken ook die er te zijn, dan volgt doorverwijzing naar de gynaecoloog voor nader onderzoek.

De test met de zelfafnameset is even betrouwbaar als de uitstrijkjes als het gaat om het opsporen van hpv-virussen, bleek in 2019 uit onderzoek onder veertienduizend Nederlandse vrouwen. Voor de controle op celafwijkingen is de zelftest niet afdoende: daarvoor is alsnog een bezoek aan de huisarts nodig voor een uitstrijkje.

Dit laatste vormt een extra probleem: van de vrouwen die sinds 2017 positief testten op het hpv-virus na een zelftest, liet 20 procent geen uitstrijkje maken voor de test op afwijkende cellen. Reden om te onderzoeken of deze groep met een verhoogd risico aangemoedigd kan worden om alsnog te komen, bijvoorbeeld met informatiecampagnes en een grotere rol voor persoonlijke adviezen van de huisarts, aldus de raad.

Hoeveel het meesturen van zelftesten in de praktijk oplevert, moet sowieso nog blijken, maar de Gezondheidsraad ziet zich gesterkt door de resultaten van een proefbevolkingsonderzoek. Daarbij kregen vrouwen die niet reageerden op hun oproep een zelftest toegestuurd. Eenderde van hen maakte hier gebruik van. Dat is beduidend meer dan in de huidige bevolkingsonderzoeken: slechts 7 tot 10 procent van de vrouwen die geen uitstrijkje lieten maken, vroegen sinds 2017 een zelfafnameset aan.

Minder doorverwijzingen nodig

De raad denkt verder dat het aantal onnodige doorverwijzingen naar de gynaecoloog fors omlaag kan door scherper onderscheid te maken tussen verschillende typen van het hpv-virus. Bij types die een duidelijk verhoogd risico veroorzaken, zouden vrouwen al bij beperkte celafwijkingen worden doorgestuurd. Bij minder risicovolle virussen zou dit alleen gebeuren als sprake is van sterkere afwijkingen. Ook adviseert de raad om vrouwen die wel een positieve hpv-test hadden, maar geen of beperkte celafwijkingen, pas na een jaar extra te controleren. Nu gebeurt dit al na een half jaar.

Dit kan duizenden doorverwijzingen schelen van vrouwen die geen baarmoederhalskanker of een voorstadium hebben, terwijl er nauwelijks gevallen van (beginnende) kanker worden gemist, aldus het advies. Dit zou volgens de Gezondheidsraad een hoop onnodige stress en ongemak schelen.

Meer over