Nieuws

Gezondheidsraad adviseert derde prik voor 60-plussers en zorginstellingen

Alle 4,5 miljoen Nederlanders ouder dan 60 jaar moeten een derde dosis coronavaccin aangeboden krijgen. Op die manier moet hun bescherming tegen het virus extra worden versterkt. Dit stelt de Gezondheidsraad in een dinsdagmiddag verschenen advies aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid.

Maarten Keulemans
De RAI in Amsterdam, in april, toen de 70-plussers hun tweede prikken kregen. De Gezondheidsraad adviseert nu alle mensen boven de 60 een derde prik te geven. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De RAI in Amsterdam, in april, toen de 70-plussers hun tweede prikken kregen. De Gezondheidsraad adviseert nu alle mensen boven de 60 een derde prik te geven.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Doorgaans neemt De Jonge de adviezen van de Gezondheidsraad over. Behalve ouderen moet de prik ook beschikbaar komen voor bewoners van zorginstellingen zoals verpleeghuizen en woonzorgcentra, vindt de Gezondheidsraad. Daar ontstaan immers makkelijk uitbraken, omdat men er dicht op elkaar woont. De extra prik moet dat voorkomen.

De Gezondheidsraad adviseert de groepen van oud naar jong te vaccineren, net als bij de eerdere vaccinatiecampagne. Na de 60-plussers kunnen ook jongeren een derde prik krijgen. Nederland heeft op dit moment 4,7 miljoen doses Pfizervaccin beschikbaar, plus 1,6 miljoen doses Moderna. Van dat laatste vaccin zal men overigens een halve dosis krijgen als boosterprik.

Bescherming

De bescherming tegen ernstige ziekte is voor gevaccineerden ‘nog steeds heel goed’, benadrukte voorzitter Bart-Jan Kullberg tijdens een toelichting. Maar aan de horizon pakken donkere wolken zich samen. Zo ziet Public Health England, het Britse RIVM, de bescherming tegen ziekenhuisopname bij gevaccineerde ouderen teruglopen: 98 procent bescherming kort na vaccinatie met het Pfizervaccin, 91 procent twintig weken later.

Sterker nog is de afname van de voorhoede van antistoffen, die moeten beschermen tegen infectie. Bij Britse gevaccineerde 65-plussers zakte de bescherming tegen infectie van 80 procent kort na inenting tot nog maar 55 procent een halfjaar later. Bij veertigers en vijftigers zakte die bescherming ook, maar minder: 88 procent kort na de tweede prik, 76 procent twintig weken later.

Opvallend genoeg ziet de Gezondheidsraad geen reden om de verschillende merken vaccins anders te behandelen. ‘We zien eigenlijk geen verschil tussen de vaccins, niet in het buitenland en niet in Nederland’, zei Kullberg. Maar de Britse cijfers vertellen toch een wat ander verhaal. Zo zijn 65-plussers die met het vaccin van AstraZeneca zijn ingeënt, na een halfjaar nog maar voor 37 procent beschermd tegen ziekte, en voor 76 procent tegen ziekenhuisopname.

Andere maatregelen

Overigens verwacht de Gezondheidsraad niet dat de boosterprik veel effect zal hebben op de nu aanzwellende ziektegolf. ‘Daarvoor zijn andere maatregelen verreweg het belangrijkst, net als primair vaccineren’, zegt Kullberg.

De Gezondheidsraad adviseert om de groepen van oud naar jong te vaccineren, net als bij de eerdere vaccinatiecampagne. Nederland heeft op dit moment 4,7 miljoen doses Pfizervaccin beschikbaar, plus nog eens 1,6 miljoen doses Moderna.

Twee maanden geleden waarschuwden experts van de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA in artsenblad The Lancet nog om vooral niet te makkelijk opnieuw naar de spuit grijpen. Dat zou het vertrouwen in de werking van vaccins kunnen ondermijnen, en nog ongevaccineerden kunnen afschrikken. Maar Kullberg ziet dat anders. ‘Deze vaccins beschermen veruit de meeste mensen boven verwachting goed. Het is echter wel zaak om die bescherming bij te houden.’

Het eerder door de Wereldgezondheidsorganisatie ingebrachte argument dat het beter is om eerst te zorgen dat arme landen worden gevaccineerd, gaat wat de Gezondheidsraad betreft niet op. De Raad wil daarom alleen prikken inzetten ‘voor groepen voor wie de noodzaak medisch onderbouwd kan worden’, staat in het advies te lezen.

Meer over