Gezocht: linkshandige poloster Drie of vier in de selectie

Nu Jantien Cabout is gestopt als international zit het Nederlands team niet meer zo ruim in speelsters met een linkerarm. Jammer, want 'links' is een verrijking voor elke ploeg.

JOHN VOLKERS

EINDHOVEN - Kun je zonder linkshandige speelster de waterpolowereld aan je voeten krijgen? Die vraag staat centraal bij de olympische campagne van de Nederlandse vrouwenploeg, de verrassende winnaar bij de Spelen van Peking 2008.

Al bij de eerste stap richting Londen 2012, met de Europese titelstrijd van januari in Eindhoven, moet olympisch kampioen Nederland het doen zonder een echt linkshandige schutter. Zeker nu Jantien Cabout, dochter uit een roemrucht waterpologeslacht, eind oktober haar positie in de nationale ploeg opzegde.

Ze kon het niet meer opbrengen, zegt zus Mieke, een beul aan de linkerkant, met een sterke rechtse werparm. 'Jantien had twee intensieve perioden van revalidatie achter de rug, na een duimblessure en knieletsel. Ze vroeg zich af: is dit wat ik wil? Ze had in de vorige olympische cyclus moeten afhaken met een schouderblessure. Ze was als toeschouwer in Peking geweest en wilde het daarom nog een keer proberen.'

In Peking leunde de gouden Nederlandse ploeg zwaar op het linkshandige blok in de aanval. Marieke van den Ham, Rianne Guichelaar en vooral de vrouw van het toernooi, Daniëlle de Bruijn, hadden een meer dan gemiddelde inbreng in het eindresultaat. De Bruijn scoorde in de gewonnen finale tegen de Verenigde Staten zeven van de negen doelpunten.

De gestopte De Bruijn ('ik train nog een keer per week') weet dat het zoeken is naar een ware opvolger, met een verfijnde linkerhand. 'Ik had geen lange arm. Ik had een explosief schot. Mijn kracht was dat ik op het laatste moment mijn hand vaak bijdraaide en de bal een andere richting gaf.'

De posities 1 en 2, rechterhoek en rechteropbouw, worden bij voorkeur bezet door een waterpoloër 'met een linkerarm'. De Bruijn: 'Het is zo gevaarlijk, omdat de weg naar het doel gewoon korter is. En omdat de blokkering altijd moeite heeft met linkshandigen. Die zijn meer ingesteld op rechtshandigen.'

Mieke Cabout: 'En je kunt van die posities met de linkerarm je hoek vergroten. Als je met rechts werpt, dan verklein je juist je hoek.'

De huidige selectie, die tijdens de EK in Eindhoven bij de topvier dient te eindigen om door te gaan naar het olympisch kwalificatietoernooi in Imperia (Ita), telt na het vertrek van Jantien Cabout nog twee linkshandige speelsters de 18-jarige junior Vivian Sevenich en Sophie Veldhuis (23).

De laatste, zus van topzwemster Marleen Veldhuis, noemt zich geen echte schutter. 'Ik ben meer een snelle zwemmer, een uitbraakspeelster. Maar ik werk hard aan mijn schot. Vivian is een heel andere poloster, zij is heel sterk en een goede schutter.'

De twee hadden idealiter in de luwte van Jantien Cabout kunnen groeien. Dat zal dus niet gebeuren. Ondanks de uiterst waterpologerichte sfeer waar zij uit voortkomt. De Cabouten uit Gouda zijn met de dochters Harriët en Marloes nog twee potentiële internationals rijk.

Zus Mieke: 'Hoe jammer ik het ook vind, voor Jantien is dit beter. Het gaat om haar geluk. In de familie was geen commotie. We wisten dat het speelde. Er is vaak over gesproken.'

Kamergenoot Nienke Vermeer: 'We waren juist anderhalve week op trainingskamp geweest, in de Amerikaanse staat Colorado. Na thuiskomst heeft Jantien een brief opgesteld en die ons in Zeist op 26 oktober voorgelezen. We nemen nog afscheid van haar met een etentje.'

De ploeg van de Italiaanse bondscoach Mauro Maugeri mag niet aangeslagen zijn, zo houdt iedereen elkaar voor.

Daniëlle de Bruijn zegt dat een groot succes ook op een andere manier voor elkaar kan komen. 'Italië werd in 2004 olympisch kampioen zonder één linkshandige speelster. Onze bondscoach weet precies hoe dat moet. De Verenigde Staten, zelfde verhaal, die zijn meerdere keren wereldkampioen geworden zonder een vrouw op 1 met een linkerarm.'

Nederland doet het vooralsnog met Nomi Stomphorst op de rechtervleugel. Zij speelde een goed WK in Shanghai, waar de nationale ploeg zevende werd.

Het gaat op die posities om creativiteit, zegt De Bruijn. 'Ik heb het ook moeten leren, om slim te spelen, creatief te zijn. Ik keek het af bij Lieneke van den Heuvel en Patricia Megens. Nu zijn we met het internationale spel meer op het krachtwaterpolo uitgekomen. Meiden als Iefke van Belkum, Yasemin Smit en Mieke Cabout kunnen daar ook uitstekend in mee.'

Drie of vier in de selectie

'Een linkshandige speelster is een verrijking voor je ploeg', vindt Robin van Galen, bondscoach van de Nederlandse waterpoloploeg die in 2008 olympisch kampioen werd. 'Bij voorkeur heb je er drie of vier in je team.'

Vooral aan de rechterkant van het bad komt een waterpoloër met een 'sterke linkse' goed tot zijn recht. Zo'n speler hoeft de bal niet voor zich langs te laten gaan om te kunnen vangen. Daardoor is de bal minder lang onderweg en kan hij sneller schieten. Ook de hoek naar het doel is groter. Aan de linkerkant heb je overigens weer weinig aan een linkshandige speelster, daar zijn rechtshandigen beter. Van Galen: 'Maar daar zijn er een hele hoop van. Doordat linkshandigen zeldzaam zijn, worden ze soms ook eerder tot een selectie toegelaten. Maar ze moeten wel kunnen waterpoloën natuurlijk.'

Ook op de midvoorpositie is een linkshandig goud waard. '99 van de 100 midvoors zijn rechts. Onbewust stellen midachters (hun directe verdediger, red) zich daarop in', aldus Van Galen. Dus kunnen verdedigers moeilijk omgaan met linkshandigen.

undefined

Meer over