PostuumMient Jan Faber (1940-2022)

Gezicht van de Nederlandse vredesbeweging Mient Jan Faber demonstreerde tegen wil en dank

Hij was het boegbeeld van het Nederlandse verzet tegen kernwapens in de jaren tachtig en sprak honderdduizenden betogers toe. Maar Mient Jan Faber, zondag overleden, was ook een uitgesproken criticus van autoritaire regimes in Oost-Europa, waarmee hij een bijdrage leverde aan de val van de Muur.

Jonathan Witteman
Mient Jan Faber in 1998.
 Beeld Martijn Beekman
Mient Jan Faber in 1998.Beeld Martijn Beekman

Mient Jan Faber mag dan de geschiedenis ingaan als het uithangbord van de twee grootste Nederlandse demonstraties ooit, eigenlijk had de zondag op 81-jarige leeftijd overleden vredesactivist een broertje dood aan demonstreren.

‘Ik hou helemaal niet van demonstraties, ze kunnen me gestolen worden’, zei het gezicht van de anti-kernwapenbeweging tegen het Algemeen Dagblad. ‘Er gaat iets zó ongenuanceerds vanuit…’

Zijn voorkeur voor ratio boven emotie – ‘bij mij gaat het allemaal vrij analytisch, ik draag heel weinig fanatisme mee’ – belette de secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) niet om op 21 november 1981 met meer dan 400 duizend betogers op het Amsterdamse Museumplein te demonstreren tegen de plaatsing van Navo-kruisraketten. Hun beroemde leus: ‘Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland!’

Den Haag, oktober 1983: Mient Jan Faber voert de grootste demonstratie aan die ooit in Nederland is gehouden, tegen de plaatsing van kernwapens.
 Beeld Bert Verhoeff
Den Haag, oktober 1983: Mient Jan Faber voert de grootste demonstratie aan die ooit in Nederland is gehouden, tegen de plaatsing van kernwapens.Beeld Bert Verhoeff

Twee jaar later voerde Faber zelfs meer dan een half miljoen betogers aan op het Haagse Malieveld, al had die tweede antikernwapendemonstratie voor de geboren Coevordenaar zelf niet zo nodig gehoeven. ‘Ik vond dat met die eerste demonstratie in Amsterdam het signaal aan de internationale wereld al was afgegeven. Maar goed, de emoties over kernwapens zaten in een bepaald spoor, dat was niet meer tegen te houden’, blikte hij in 2014 terug in Trouw.

Het signaal was zeker luid en duidelijk aangekomen in de DDR, waar de Stasi in de jaren tachtig ‘een meter of drie’ aan dossiers over de sozialismusfeindliche Mient Jan Faber pende, zou historica Beatrice de Graaf later ontdekken. De Oost-Duitse inlichtingen- en veiligheidsdienst noemde hem ‘eerzuchtig en egocentrisch’, en citeerde met instemming de Haagse Post, die hem tot ‘Machiavelli van de vrede’ had gebombardeerd.

Breuk met de gereformeerde traditie

Het zat de Stasi dwars dat Faber zich niet alleen tegen Navo-kernwapens keerde, maar tegen álle kernwapens, ook van het Warschaupact. Bovendien droeg Faber met zijn steun aan het Poolse Solidarność, het Tsjechoslowaakse Charta 77 en andere oppositiegroepen bij aan de ondermijning van communistische regimes in Oost-Europa, vreesde de Stasi.

Mient Jan Faber groeide op in een gereformeerd gezin van zes kinderen, als oudste zoon van de loco-gemeentesecretaris van Coevorden. ’s Zondags ging hij twee keer ter kerke, waar zijn vader ouderling was, en dan ’s middags naar de knapenvereniging, al ging hij als puber liever ‘stiekem’ naar de verrichtingen van voetbalclub Germanicus kijken, schreef hij later in Er op en er onder: kroniek van een gereformeerde jongen.

Zijn keuze om in 1959 wiskunde te gaan studeren zag hij als een ‘breuk met de gereformeerde traditie’. In 1974 promoveerde Faber aan de VU op ‘de metriseerbaarheid van gegeneraliseerde geordende ruimten’. ‘Ach, ik voel me nooit die doctor in de wiskunde hoor’, zei hij daarover. ‘Veel eerder voel ik me als een van de vele piepende muizen die we hier in dit land hebben rondlopen.’

Faber groeide uit tot een bekende Nederlander als secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad. In de jaren negentig was hij voorzitter van de Helsinki Citizens Assembly, een netwerk van Europese vredes- en mensenrechtenactivisten. De vader van twee dochters zette zich in voor de overlevenden van de massamoord in Srebrenica, waarover Faber het boek De genocide die niet werd voorkomen schreef.

Verwarring bij de achterban

Zowel binnen als buiten eigen kring was hij niet helemaal onomstreden. Critici noemden hem ‘autoritair’, hoewel zijn vriend en mede-Coevordenaar Relus ter Beek, minister van Defensie in het kabinet-Lubbers III, liever sprak van ‘een betonnen structuur: hij wil met zijn kop door de muur en is ook niet bang om tegen de muur op te lopen’. ‘Hij is heel intelligent en hij heeft charisma’, zei Cees Commandeur, begin jaren tachtig medelid van het Komitee Kruisraketten Nee, ‘maar hij is mislukt als leider, juist doordat hij bij de achterban verwarring zaait.’

Voor een ‘mislukte’ leider hield Faber het evenwel buitengewoon lang vol als voorman van het IKV, tot 2003 om precies te zijn. In dat jaar trad hij terug als algemeen secretaris, nadat Faber in conflict was gekomen met het IKV-bestuur om zijn steun aan het omverwerpen van dictator Saddam Hoessein.

‘De betekenis van Mient Jan Faber reikt veel verder dan zijn rol binnen de Nederlandse vredesbeweging’, schrijft PAX, opvolger van het in 2007 gefuseerde IKV en Pax Christi Nederland, in een verklaring. ‘De Europese vredesbeweging waar hij jarenlang aan bouwde, heeft mede bijgedragen aan de val van de Muur. We verliezen in hem een groot politiek strateeg en een zeer gedreven campagneman.’

Meer over