Gezicht Mohammed scheen als een volle maan

De Deense spotprenten wekken veel woede in de islamitische wereld, omdat het verboden zou zijn de profeet af te beelden....

Afbeeldingen van de profeet zijn uiterst schaars, maar we weten wel hoe hij eruit zag.

De koran verbiedt niet uitdrukkelijk God, Mohammed of gewoon mensen af te beelden. Het heilige boek is volgens de islam het letterlijke woord van God, door de profeet aan de wereld gegeven.

Hoewel de koran niets verbiedt, heeft slechts een handjevol mensen gewaagd de profeet af te beelden. God is immers de Schepper van hemel en aarde. Welke sterveling zou het willen of durven Gods macht weer te geven in beelden of tekeningen? God is barmhartig, maar zijn toorn kan groot zijn.

De paar bekende afbeeldingen van Mohammed staan in geschriften uit Perzië, het huidige Iran, die voor de culturele elite waren bedoeld. Nu nog nemen shi’ieten een wat lossere houding aan tegenover afbeeldingen dan soennieten.

Voor ‘gewone gelovigen’ in de islam hebben afbeeldingen nooit de rol gespeeld die de beeltenis van Jezus – volgens de leer God zelf – voor christenen in de geschiedenis wel altijd heeft gespeeld.

De islam heeft veel joodse en christelijke invloeden. Maar de koran gaat niet zover als het tweede gebod (of volgens de joodse traditie de ‘tweede uitspraak’) dat christenen en joden voorschrijft geen gesneden beelden of gestaltes te maken van wat boven in de hemel of beneden op aarde is.

Wel hekelt de koran bij monde van oerprofeet Abraham de gelovigen die hij aantrof toen zij beelden aanbaden. Dat leidde maar tot afgoderij. Abraham vernietigde hun beelden. Het is daarom beter geen beelden te maken, aldus de koran.

Van de vereerde profeet zijn geen beelden gemaakt, toch weten moslims hoe hij eruit zag. Niet uit de koran, maar uit de zogeheten hadith’s, de overleveringen over leven en leer van Mohammed. Zij vormen de soenna, letterlijk het ‘pad’ van de profeet, de manier waarop hij leefde. Soennieten erkennen dat pad, Mohammed is hun gids daarop. Soenna en koran vormen de basis van de sharia, de islamitische wet.

Er bestaat een immense literatuur over het uiterlijk van de profeet. Mohammed was van gemiddelde lengte, niet dik, had een wit rond gezicht met volle zwarte baard waarin maar weinig grijze haren zaten. Zijn gezicht scheen als de maan als hij vol was, vermelden de meest gezaghebbende verzamelingen hadith’s van Al-Bukhari en al-Muslim uit de negende eeuw.

Mohammed, aldus de hadith’s, had brede schouders, halflang haar, donkere ogen en lange oogleden. Als hij liep, was het of hij een heuvel afdaalde. Hij had ook een moedervlek ‘zo groot als een duivenei’ tussen zijn schouderbladen, die in de traditie bekend werd als het ‘zegel der profeten’.

Een van de belangrijkste islamitische profeten is Abraham, de stichter van de Ka’aba. Daarop volgden onder meer Isaak, Jacob, Mozes en Jezus. Mohammed was de laatste profeet, de bezegeling. Hij droeg vaak een rode mantel met strakke, lange mouwen, een zwarte tulband, waarvan het uiteinde los hing, en leren laarzen. Aan de pink van zijn rechterhand droeg Mohammed een zilveren zegelring, met de steen naar de palm van zijn hand gedraaid.

Tot afbeeldingen leidden al die details niet. Daarvoor was het ontzag voor de profeet te groot. Volgens de koran was hij een mens als alle anderen, maar in de loop van de geschiedenis werd hij steeds meer als de perfecte mens gezien, zonder zonden.

In de islamitische traditie is Mohammeds beschrijving daarom in kalligrafie omgezet. Dat staat bekend als hilya, versiering. In plaats van beeldjes hangen deze kalligrafische ‘portretten’ in huiskamers en op kantoren.

In het christendom woedde aanvankelijk ook een hevige strijd over het afbeelden van Jezus en zijn volgelingen, tussen de zogeheten iconoclasten en de icoonvereerders. De eersten vreesden aanbidding van beelden, icoonvereerders vonden het maken van beelden van Jezus en heiligen op iconen, en het vereren daarvan, deel uitmaken van de geloofsbelevenis. Uiteindelijk wonnen zij de strijd toen de Byzantijnse keizerin Theodora in 873 iconen toestond.

Tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw laaide de weerzin tegen beelden weer op. Overal in Europa waar het calvinisme won, vond de zogeheten beeldenstrijd plaats.

Zo’n strijd heeft in de islam nooit gewoed. Daarvoor zorgden de overleveringen van de profeet: ‘wie afbeeldingen maakt, wordt door God zo lang gestraft tot hij zijn afbeeldingen leven inblaast. Dat zal hij nooit kunnen.’ Of: ‘De mensen die het ergst worden gestraft op de dag des oordeels, zijn zij die afbeeldingen maken.’

Maar Mohammeds afkeer van beelden is ook onlosmakelijk verbonden met zijn strijd tegen de machtige stamleiders op het Arabisch schiereiland, die hem en zijn boodschap bespotten. Bij de Ka’aba in Mekka, het centrum van handel en religie, werden 360 afgoden vereerd. De stamleiders bleven hem afwijzen en dwongen Mohammed naar Medina uit te wijken, van waaruit hij zijn zegetocht begon.

Voor zijn bespotters was hij destijds mild. Hij wenste hen vrede toe. De beelden verdwenen.

Meer over