Gezamenlijk energiebeleid EU nog een stap te ver

De gascrisis heeft de EU op haar kwetsbaarheid gewezen, maar voor een gezamenlijk energiebeleid zijn de EU-landen voorlopig te verdeeld....

Het spoedberaad van de EU-experts over de gasoorlog tussen Rusland en Oekraïne was woensdag al bijna afgelopen voordat het begonnen was. Uit Moskou was een paar uur eerder het bericht gekomen dat de twee partijen het eens waren geworden over de nieuwe prijs die Oekraïne voor het Russische gas moet betalen. Maar ook al is de crisis voorbij, de EU blijft met het nare gevoel zitten dat zij vrijwel machteloos is als de energieleveranciers de kraan dichtdraaien.

Volgens eurocommissaris Piebalgs (Energie) heeft de crisis nog eens aangetoond hoe belangrijk het is dat de EU een gemeenschappelijk energiebeleid krijgt. Daarover wordt al decennia gepraat, maar vooralsnog hebben de EU-landen zelf het laatste woord als het om energiezaken gaat. De afgelopen jaren hebben de EU-landen wel de Europese energiemarkt geliberaliseerd, zodat commerciële gebruikers nu volledig vrij zijn bij het uitkiezen van leveranciers.

Maar volgens eurocommissaris Kroes (Mededinging) is de liberalisatie maar gedeeltelijk geslaagd. In een rapport over de Europese gasmarkt concludeerde zij enkele maanden geleden dat het voor nieuwkomers vaak nog moeilijk is een voet tussen de deur te krijgen op de nationale markten.

Maar een interne markt voor energieproducten betekent nog geen gemeenschappelijk energiebeleid. De Europese Commissie is erop gebrand meer zeggenschap te krijgen over de strategische olievoorraden die de EU-landen moeten aanhouden. Maar die voorstellen stuitten op verzet van enkele landen, waaronder Groot-Brittannië. Een voorstel om de EU-landen te verplichten ook een strategische gasvoorraad aan te leggen, sneuvelde eveneens. Het voornaamste struikelblok is dat de opslag van gas veel lastiger en kostbaarder is dan het opslaan van olie.

Vooral Groot-Brittannië had bezwaren tegen de plannen. Daarbij speelt uiteraard mee dat Londen beducht is dat Brussel teveel greep krijgt op de Britse olie- en gasproductie. Maar de laatste tijd heeft de Britse regering het roer omgegooid. Tot verrassing van zijn EU-collega’s pleitte premier Blair afgelopen zomer voor meer samenwerking, zodat de EU-landen van hun ‘collectieve kracht’ kunnen profiteren tegenover leveranciers.

Op verzoek van de Europese leiders is Piebalgs nu bezig met het opstellen van een rapport over een gemeenschappelijk energiebeleid. Het is nog de vraag hoever de EU-landen bereid zijn te gaan.

Het ligt voor de hand dat ze weinig moeite zullen hebben met voorstellen om de energienetwerken beter op elkaar te laten aansluiten, zodat de EU-landen elkaar makkelijker kunnen bijspringen in geval van tekorten. Maar wat betreft het verminderen van de energieafhankelijkheid van de EU – de EU zal in 2030 zeker 70 procent van zijn energie moeten invoeren – wil bijna geen enkel land Brussel veel macht geven.

De EU-landen zijn het ook volstrekt oneens over de rol die nucleaire energie moet spelen. Terwijl Frankrijk 80 procent van zijn elektriciteit uit kernenergie krijgt, heeft Duitsland besloten op den duur al zijn kerncentrales te sluiten (al vindt de nieuwe Duitse minister van Energie dat daar nog eens over moet worden gepraat). Op dat terrein zal er zeker geen gemeenschappelijk EU-beleid komen.

Meer over