Geworteld als een waterplant

Buitenstaander was Jhumpa Lahiri (46) altijd al. Sinds de Indiaas-Amerikaanse Pulitzerwinnares in Rome woont, voelt dat eindelijk goed. Voor Twee broers, haar meest ambitieuze boek tot nu, ging ze terug naar Calcutta.

Ze raakt bijna niet uitgesproken over haar nieuwe woonplaats Rome. 'Het klimaat is er geweldig! Tot eind november kun je er buiten eten, in elk geval overdag. Natuurlijk, in het hart van de zomer is het intens heet. Dan ga je naar de bergen. Maar na twee maanden is dat weer voorbij.'

Laat er geen misverstand over bestaan: het klimaat is niet de enige of zelfs maar de belangrijkste reden dat Jhumpa Lahiri ruim een jaar geleden de oostkust van de Verenigde Staten, waar ze vrijwel haar hele leven woonde, heeft ingeruild voor de Italiaanse hoofdstad.

'Ik verdiep me al vele jaren in de Italiaanse taal. Dat ik na mijn studie vergelijkende literatuurwetenschap een proefschrift over de Renaissance ben gaan schrijven, kwam vooral doordat ik me tot Italië voelde aangetrokken. Toen zich vorig jaar de gelegenheid voordeed een jaar in Rome te gaan wonen, heb ik die kans meteen aangegrepen. Inmiddels heb ik mijn man ervan weten te overtuigen dat we er in elk geval nog een tweede jaar aan vast moeten plakken. En wat mij betreft hoeft het daarbij niet te blijven.'

Naast Lahiri's voorliefde voor Italië en het Italiaans ligt er nog een tweede reden aan haar verhuizing ten grondslag: de behoefte om ergens anders te wonen. 'Al mijn boeken gaan over het fenomeen vreemdeling zijn. Maar hoewel ik ben opgevoed door mensen die zich vreemdeling voelden en zelf technisch een immigrant ben, heb ik in mijn bewuste leven nooit ergens anders dan in de Verenigde Staten gewoond. Weliswaar heb ik mij daar nooit thuis gevoeld, toch was het de enige plek die ik kende als achtergrond van mijn leven. Ik vond dat daar wat aan moest veranderen.'

Een van de aantrekkelijke kanten van haar nieuwe leven vindt Lahiri dat ze nu eindelijk buitenstaander is in een omgeving die ze zelf heeft gekozen. 'In Amerika was ik altijd buitenstaander zonder dat te willen. Dat was dikwijls vervreemdend. Hier klopt het: ik zie er niet uit als een Italiaanse, spreek geen Italiaans als een Italiaanse, maar dat ik er toch woon is het gevolg van een eigen beslissing. Dat werkt bevrijdend, alsof ik ben herboren. Er wordt hier niets van me verwacht.'

Jhumpa Lahiri's wortels liggen in de Indiase deelstaat West-Bengalen. Haar vader emigreerde in 1964 van Calcutta naar Londen, in de hoop daar een beter bestaan op te kunnen bouwen. Een paar jaar later trouwde hij met een Indiase uit zijn geboortestreek, die vervolgens overkwam, waarna in 1967 Jhumpa werd geboren. Twee jaar later verhuisde het gezin naar de Verenigde Staten, aanvankelijk naar Boston, Massachusetts, later naar Kingston in het aanpalende Rhode Island.

Na meerdere voltooide doctoraalstudies, een proefschrift en twee cursussen creative writing werd ze kunstdocente en schreef daarnaast korte verhalen. In 1999 debuteerde ze met de bundel The Interpreter of Maladies (Een tijdelijk ongemak), waarin de problemen en dilemma's van het opgroeien in twee culturen, de Indiase en de Amerikaanse, een centrale rol speelden. Het jaar daarop werd de bundel bekroond met de Pulitzer Prize for Fiction. Lahiri was in één klap een beroemd en goedverkopend schrijfster.

In de jaren die volgden, publiceerde ze de roman The Namesake (2003, De naamgenoot) en de verhalenbundel Unaccustomed Earth (2008, Vreemd land). Recentelijk zag haar tweede roman het licht: The Lowland, in het Nederlands vertaald als Twee broers, haar omvangrijkste en meest ambitieuze boek tot nu toe.

'Al vanaf 1997 is dit het boek dat ik wilde schrijven. Uitgangspunt was een verhaal dat ik had gehoord van mijn grootouders in Calcutta, naar wie wij regelmatig op bezoek gingen. Vlak bij hun huis waren tijdens onlusten in de jaren zestig twee broers voor de ogen van hun familie door de politie geëxecuteerd. Dat verhaal is jarenlang door mijn hoofd blijven spoken en zestien jaar geleden ben ik er met mijn vader over gaan praten. Vervolgens schreef ik een eerste scène voor een boek, maar kwam er niet verder mee. Want in wezen begreep ik niet goed waarover ik schreef.'

Gedurende tien jaar liet Lahiri het gegeven rusten, maar kreeg het niet uit haar hoofd. Pas tegen de tijd dat ze haar tweede verhalenbundel had voltooid, had ze de moed zich opnieuw in het onderwerp te verdiepen. Ze las over de geschiedenis van West-Bengalen in de jaren zestig en zeventig, toen als gevolg van sociale misstanden een radicaal-communistische beweging ontstond die zich op steeds heftiger wijze afzette tegen het corrupte gezag, met een golf van wederzijds geweld als voorspelbaar gevolg.

Vervolgens reisde ze naar Calcutta, sprak met mensen die actief bij de gebeurtenissen in die tijd betrokken waren geweest, of deze van nabij hadden meegemaakt. 'Ik ondervroeg oudere mannen, die nog altijd met vuur over hun gefnuikte idealen spraken, en anderen bij wie de desillusie de overhand had gekregen. Ze vertelden me over hun idealen, hun daden, maar ook hoe het dagelijks leven van de mensen er toen uitzag, hoe de jongeren naar school gingen, wat ze daar deden, waar ze met elkaar over spraken, alles.'

De kennis en het begrip van de historische omstandigheden maakte het voor Lahiri gemakkelijker om vervolgens haar eigen verhaal te creëren. Ze schiep haar eigen personages, die los kwamen te staan van de broers waarmee haar fascinatie begon. Zo ontstonden de degelijke, conventionele Subhash, die al vrij snel afstand zal nemen van de radicale beweging, en diens charismatische jongere broer Udayan, die er de belichaming van wordt.

Naast de twee broers uit de Nederlandse titel, telt Lahiri's boek nog een derde belangrijk personage: Udayans echtgenote Gauri, een buitengewoon krachtige en eigenzinnige figuur wier handelen, net als dat van Udayan, grote consequenties zal hebben voor iedereen in haar directe omgeving.

'Qua persoonlijkheid sta ik het dichtst bij Subhash, al is hij dan een man en leeft hij in een ander tijdperk. Gauri was aanvankelijk een totaal raadsel voor me, het was een geweldige uitdaging om me in te leven in een zo radicale persoonlijkheid, die zo'n totaal andere invulling geeft aan het moederschap. Ik ben moeder van twee jonge kinderen en zij vormen een integraal onderdeel van mijn bestaan. Tot mijn grote geluk kan ik mijn loopbaan als schrijver heel goed combineren met het moederschap. In Gauri heb ik een personage geschapen voor wie dat totaal anders ligt. Niet iedereen is zo gelukkig als ik.'

Al vanaf haar eerste boek merkte Lahiri dat ze door veel Amerikanen van Indiase komaf als een rolmodel wordt beschouwd. En niet echt tot haar genoegen. 'Het is me erg vaak overkomen dat na een lezing mensen op me afkwamen en zeiden: hartelijk dank dat u mijn verhaal heeft geschreven. Ik weet dat dat alleen maar vriendelijk is bedoeld, maar het geeft me altijd weer een ongemakkelijk gevoel. Ik claim volstrekt niet om wie dan ook te vertegenwoordigen en schrik terug van het idee dat anderen mij wel als zo'n vertegenwoordiger zien. Tsjechov is van geweldige invloed op mij geweest. Als hij nu de kamer zou binnenlopen, zou ik hem graag bedanken dat hij zijn verhalen heeft geschreven. En hij schreef echt niet over Bengaalse meisjes die opgroeien in Amerika.'

Lahiri is terug bij het thema migratie dat, hoe hedendaags het woord ook klinkt, natuurlijk een fenomeen van alle tijden is, lees er Exodus maar op na. Ze heeft er een theorie over, die ze op haar kenmerkende wijze in een mooi beeld vervat. 'Wanneer je als mens sterk geworteld bent, zoals mijn ouders dat waren, kan migratie werken als een zaag en een levenslang trauma veroorzaken. Ik ben meer als de waterplanten in het moerasland, het lowland dat ik in mijn boek beschrijf. Mijn wortels hebben geleerd in het water te dwarrelen, beweeglijk te zijn. Migratie betekent voor mij geen ontworteling meer.'

GEUZENNAAM

Jhumpa Lahiri's officiële voornamen luiden Nilanjana Sudeshna. Toen een Amerikaanse onderwijzer haar ouders vroeg naar een wat eenvoudiger roepnaam, stelden deze haar Bengaalse koosnaampje Jhumpa voor. Lahiri heeft zich lange tijd voor deze naam geschaamd. In De naamgenoot laat ze haar hoofdpersoon door een samenloop van omstandigheden de naam Gogol krijgen. De jongen haat de roepnaam, die hem tot een buitenstaander maakt, ziet zijn ouders als verraders en gaat zich uiteindelijk anders noemen. Lahiri zelf heeft Jhumpa uiteindelijk maar als geuzennaam omarmd.

undefined

Meer over