Gewoon, lekker Hollands

Honderdduizenden Europeanen hebben in Spanje hun toevlucht gezocht. Ze mogen er inmiddels stemmen én zich kandidaat stellen bij lokale verkiezingen....

Iñaki Oñorbe Genovesi

Plotseling duikt haar beeltenis op in het dorre Spaanse landschap. Een reusachtige zwart-wit poster langs de kant van de weg waarop Ana Vasbinder oproept mee te helpen bij de verwezenlijking van haar droom. Hazlo Posible! Maak het mogelijk!

Wat die droom is? Dat komt later. Evenals een nadere kennismaking met de 47-jarige Nederlandse vrouw met de speelse kralenketting en witte broekpak op de poster. De sociaal bewogen juriste die bijna tien jaar geleden de politiek in werd gepraat en morgen als eerste buitenlandse vrouw burgemeester van een Spaanse gemeente kan worden.

Over Ana Vasbinder komen we nog genoeg te spreken. Maak eerst kennis met haar woonplaats Jávea, een sensueel klein stadje aan de Costa Blanca. Een knooppunt van geurende velden vol sinaasappelbomen, indrukwekkende baaien en de hier nog altijd helderblauwe Mediterranée. Een relaxed plaatsje, waar de historische binnenstad met zijn nauwe steegjes natuurlijk overgaat in moderne toeristische straten, pittoreske boulevards en uitnodigende stranden.

Jávea is geen paradijs op aarde. Wel de op een na gezondste plek ter wereld. Dat hebben ze hier niet zelf verzonnen bij wijze van goedkoop promotiepraatje. maar heeft de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) in een rapport laten bepalen. Het verklaart wellicht waarom ruim 32 duizend Spanjaarden en buitenlanders juist deze stille uithoek tussen Alicante en Valencia hebben uitgekozen als hun thuis.

Voor wat dat cijfer overigens waard is. In de lange zomers van Jávea – van maart tot oktober – bevolken soms 100 duizend of meer mensen het stadje. Wie ze zoekt, moet niet alleen kijken op de terrasjes bij de haven en het zandstrand van El Arenal, maar ook de imposante heuvels rond Jávea beklimmen. Daar stuit je op morsige nederzettingen vol hippies en tref je oude huisjes met alternatieve genezers en zelfbenoemde sjamanen. Daar kom je erachter dat de sekte van Bhagwan er zijn grootste commune van Spanje heeft zitten.

Wie een huis in Jávea wil kopen moet echter opschieten. Was het stadje een paar jaar geleden nog een goedkope bestemming aan de Costa Blanca, tegenwoordig is Jávea een van de duurste gemeenten van de Spaanse oostkust. Zo duur zelfs dat jongeren die er zijn opgegroeid vaak noodgedwongen moeten vertrekken. En de prijzen blijven maar stijgen.

Ana Vasbinder kan er boos om worden. Zoals ze dat ook kan worden over het feit dat lokale jongeren nauwelijks worden aangemoedigd een baan buiten de toeristensector of de bouw te zoeken. Of kan fulmineren tegen hotels en appartementencomplexen in Jávea die ‘hartstikke illegaal’ uit de grond zijn gestampt door dubieuze projectontwikkelaars en corrupte politici.

Regelmatig wijst ze op gebouwen die zonder vergunningen of dankzij smeergeld zijn neergezet. Ze verhaalt over strafrechtelijke onderzoeken en rechtszaken tegen zeven van de huidige 21 raadsleden van Jávea vanwege het aannemen van smeergeld. En schrikt als blijkt dat haar eigen schandaaltje ook tot Nederland is doorgedrongen.

Een smerige affaire, zegt ze zelf. Onrechtvaardig ook. Om een bloem. Een peperdure orchidee om precies te zijn. Die ze als wethouder voor haar kantoor zou hebben gekocht met gemeenschapsgeld. En erger nog, waarvoor ze een tuinman in dienst zou hebben genomen om de orchidee wekelijks te komen verzorgen.

Vasbinder: ‘Pure onzin! Ik wilde gewoon, lekker Hollands, een bloemetje op mijn bureau. En die ‘tuinman’ was de verkoper van de orchidee. Een vriend die aanbood wekelijks dat ding te komen verzorgen. De arme ziel heeft nog een persconferentie moeten geven om alles te ontkennen! Maar wat nog het meest steekt, is dat degenen die met de beschuldigingen kwamen zelf dubieuze commissies van wel 300 duizend euro hebben aangepakt van projectontwikkelaars.’

Voor het eerst sinds onze eerste ontmoeting twee dagen geleden, verdwijnt de lach uit haar gezicht. Met de hand op het hart bezweert ze nog nooit een euro te hebben aangenomen. Nog nooit haar hand te hebben opgehouden voor smeergeld. Had ze dat wel gedaan, had ze nooit hoeven breken met de conservatieve Partido Popular, de partij die haar acht jaar geleden vroeg de politiek in te gaan en mee te doen aan de lokale verkiezingen.

Waarom de PP dat deed? Ze weet het nog steeds niet. Haar afkomst misschien? Die ongekende mix van Nederlandse koopmansgeest, Zuid-Amerikaanse passie en Indische ondoorgrondelijkheid die de kleine vrouw in zich verenigt? Of toch haar opvallende eigenschap om zonder aarzeling overal in te duiken? Een eigenschap die haar leven vaak op zijn kop heeft gezet. Neem negentien jaar geleden toen een zondags uitstapje vanuit Alicante naar Jávea met echtgenoot Maarten ertoe leidde dat ze vrijwel direct naar het stadje verhuisden, er een kliniek openden – Maarten is arts – en Nederlandse gepensioneerden aan de Costa Blanca wegwijs ging maken in het Spaanse woud van regeltjes.

Maar ja, het was liefde op het eerste gezicht met Jávea. Maar pas jaren later als wethouder van Sociale Zaken en Cultuur ontdekte ze echt hoe het stadje was. Hoezeer het was stil blijven staan. Vasbinder introduceerde wijkverpleging voor ouderen en zieken. Ze overtuigde ouders om hun geestelijk gehandicapte kinderen niet langer uit schaamte te verstoppen. En doorbraak met haar strijd voor meer vrouwenrechten een deel van de traditionele machocultuur in het stadje.

Haar inspanningen leverden echter niet alleen schouderklopjes op. Vooral de zes Spaanse families die decennia lang in Jávea de lakens uitdelen, zaten vaak niet te wachten op Vasbinders ‘gekkigheden’. Laat staan dat ze aan de vooravond van de lokale verkiezingen geamuseerd zijn bij de gedachte dat diezelfde Vasbinder als eerste burger het voor het zeggen kan krijgen in ‘hun stadje’.

En daarmee komen we bij Vasbinders droom. Niet om burgemeester te worden. Dat is nooit haar doel geweest toen zij vorig jaar met Spanjaarden, Britten, Nederlanders, Duitsers en nog een hoop andere nationaliteiten – ‘Jávea telt er 83’ – de partij Nueva Jávea oprichtte. De partij moest de macht van de ‘eeuwig zittende figuren’ doorbreken. De gemeenteraad moest een afspiegeling worden van de snel veranderende bevolking.

Want hoe kan het toch zijn, vraagt Vasbinder zich af na haar zoveelste bezoek aan het gemeentehuis dezer dagen, dat bijna de helft van de bewoners buitenlanders zijn, maar slechts drie van de 21 raadsleden niet-Spanjaarden? ‘Dan weet je dat er iets mis is. Zoals er iets mis is met feit dat ambtenaren in dit stadje bewoners slechts in het plaatselijke dialect, het Valenciaans, wensen aan te spreken. Waarom niet in het Engels? Of in het Nederlands? Er wonen hier wel drieduizend Nederlanders! Die zijn er niet alleen om belastingen te betalen. Ze hebben ook recht op een fatsoenlijke dienstverlening.’

Kijk, zulke uitspraken maken haar populair onder de Nederlandse bewoners die massaal zeggen op haar te gaan stemmen. Maar ook veel jonge Spanjaarden vertrouwen erop dat zij de juiste kandidaat is om Jávea mee te stomen in de vaart der volkeren. ‘La Chineta es forastera, ma fa faena’, zeggen ze liefkozend over haar. ‘Het Chineesje is van buiten, maar krijgt wel dingen voor elkaar.’ Vasbinder kan alleen maar glunderen bij dit soort uitspraken, maar weet ook dat pas in het stemhokje zal blijken wat deze waard zijn.

Haar partij heeft zich in elk geval het meest geroerd in de aanloop naar de verkiezingen. Om de haverklap organiseerde Nueva Jávea persconferenties waarin oplossingen voor de dagelijkse problemen van de bevolking werden aangedragen. Neem de ondergrondse parkeerplaats nabij het strand van El Arenal. Of de bouw van een stijlvol theater, al jaren een persoonlijke wens van Vasbinder.

Of ze er komen? Morgen zal blijken of na de Phoeniciërs, de Romeinen en de Moren een kleine Nederlandse vrouw een historische machtsgreep in Jávea zal plegen. ‘Burgemeester Ana Vasbinder, klinkt eigenlijk wel gek hé?’

Meer over