Gewone richtlijnen zorgen voor herstel

Mensen die de eerste tekenen van ouderdomssuiker vertonen, kunnen met gezond eten en matige lichaamsbeweging al een hoop risico's wegnemen....

Mensen met een verhoogd risico op type 2 diabetes, beter bekend als ouderdomssuiker, zijn het meest gebaat bij een programma gebaseerd op algemene aanbevelingen voor voeding en lichaamsbeweging. Je hoeft geen speciale diëten te volgen en niet naar de sportclub', concludeert de arts-onderzoeker dr. Marco Mensink naar aanleiding van het onderzoek Diabetes: A Way of Life waarop hij vrijdag promoveerde aan de Universiteit van Maastricht.

Tegen de achtergrond van de wereldwijde toename van het aantal gevallen van type 2 diabetes (verwacht wordt een verdubbeling van 150 miljoen nu naar 300 miljoen in 2025) is het opmerkelijk dat zelfs bij mensen die al in een stadium van prediabetes verkeren, het risico met betrekkelijk eenvoudige maatregelen aanzienlijk verkleind kan worden.

Uit eerdere onderzoeken bleek dat ook medicijnen de kans op het ontwikkelen van diabetes bij mensen met een verhoogde bloedsuikerspiegel kunnen verkleinen. Maar de combinatie van een gezond dieet met beweging is nog veel effectiever, denkt Mensink.

Uit 2820 Maastrichtenaren die tot de risicogroep behoorden (ouder dan 40 jaar, overgewicht, of diabetes in de familie) selecteerde Mensink drie jaar geleden 114 deelnemers voor zijn Study on Lifestyle-Intervention and Impaired Glucose Tolerance Maastricht' (SLIM). Deze mensen hadden allemaal een verstoorde glucose-tolerantie. Dat wil zeggen dat zij s ochtends op een nuchtere maag een normale bloedsuikerspiegel hadden, maar dat deze twee uur nadat ze gegeten hadden, wel te hoog was. Dit verschijnsel is het voorstadium van daadwerkelijke diabetes.

De meerderheid van de deelnemers had een Body Mass Index (BMI, een schaal voor het meten van over-of ondergewicht) van meer dan 25. Bij een BMI van 25 is sprake van overgewicht, vanaf 30 van vetzucht. Overgewicht is aantoonbaar de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van type 2 diabetes. En dat is weer een kwestie van eetgewoonten. Met bijvoorbeeld een toename van 40 gram vet in de voeding wordt de kans op het ontwikkelen van diabetes 6 keer zo groot.

Het belangrijkste doel van het onderzoek was te meten wat het effect is op de glucose-tolerantie van de combinatie van dieet en beweging. Tevens wilde Mensink weten wat de rol is van verstoringen in de vetstofwisseling in de skeletspier bij het ontstaan van glucoseintolerantie en insuline-resistentie. Het onderzoek duurt zes jaar, het proefschrift is gebaseerd op de resultaten van de eerste twee jaar. Vergelijkbare onderzoeken zijn kortgeleden op grotere schaal in Finland en Amerika uitgevoerd. Het aantal nieuwe gevallen van diabetes was in beide studies bij de groep die een voedings-en bewegingsprogramma volgde met 58 procent gedaald ten opzichte van de controlegroep.

Mensink verdeelde de deelnemers in twee willekeurige groepen: 59 behoorden tot de controlegroep en kregen aan het begin alleen algemene informatie over gezonde voeding en leefwijze. De 55 anderen deden mee aan het lifestyleinterventieprogramma. Ze kregen individueel voedingsadvies van een diëtiste en hadden elke drie maanden een herhalingssessie.

Hun dieet was gebaseerd op de algemene richtlijnen van de Nederlandse Voedingsraad: minder vet en dan liefst onverzadigde in plaats van verzadigde vetten (olijfolie in plaats van boter) en vezelrijk voedsel, zoals groenten, fruit en volkorenproducten. Gestreefd werd naar een gewichtsafname van 5 tot 10 kilo (5-7 procent van het oorspronkelijke lichaamsgewicht).

Als uitgangspunt voor lichaamsbeweging golden de richtlijnen van de Nederlandse Hartstichting: gedurende vijf dagen een half uur matige fysieke inspanning. De deelnemers kregen persoonlijk advies welke vorm van beweging het beste voor ze was. Daarnaast konden ze gratis meedoen met een fitnessprogramma, aangeraden werd een frequentie van een keer per week. Uiteraard werd ook geadviseerd te stoppen met roken en, indien nodig, het alcoholgebruik te verminderen.

Van beide groepen werd jaarlijks de bloedsuikerspiegel gemeten, de BMI, het vetpercentage, taille-en heupomvang en bloeddruk. De deelnemers moesten een conditietest doen en elk jaar een eetdagboek over drie dagen (twee doordeweekse, een weekenddag) inleveren.

Na twee jaar was het gemiddeld gewicht in de interventiegroep afgenomen met 2,4 kilo. Het gewicht in de controlegroep was nagenoeg gelijk gebleven. Hoewel de interventiegroep gemiddeld zo'n drie kilo zwaarder was dan de controlegroep (een verschil dat was ontstaan door uitvallers in beide groepen), bleek de verandering in leefwijze een duidelijke positieve invloed te hebben op de glucose-tolerantie. Bij de interventiegroep bleek na 2 jaar 50 procent van de deelnemers een normale glucose-tolerantie te hebben, terwijl dat in de controlegroep slechts 29 procent was. Bij de interventiegroep was ook de conditie verbeterd, bij de controlegroep was die achteruitgegaan.

Het blijkt dus dat een programma met algemene voedings-en bewegingsrichtlijnen die geen moeizame inspanningen met zich meebrengen kunnen leiden tot herstel bij mensen die al aardig op weg zijn diabetes te ontwikkelen. Mensink vermoedt dat dit ook komt doordat door een betere conditie de vetstofwisseling in de spieren beter functioneert, wat een gunstig effect heeft op de glucose-tolerantie en insulineresistentie.

Dit zijn de resultaten na twee jaar en het is altijd de vraag hoe dit op de lange termijn verdergaat', zegt Mensink. We laten nu na drie jaar de teugels wat vieren, de begeleiding wordt minder intensief en dan kijken we of deelnemers het vol kunnen houden. Uiteindelijk moeten de mensen het toch zelf doen.'

Meer over