Gewonden bij etnische onlusten in Kosovo

Duizenden etnische Albanezen en etnische Serviërs zijn zondag met elkaar in botsing gekomen in de stad Mitrovica, in het noorden van Kosovo. Volgens waarnemers was er sprake van de zwaarste etnische onlusten sinds de onafhankelijkheidsverklaring van de Servische provincie in februari 2008.

De politie en de NAVO-vredesmacht zetten traangas in om verdere escalatie van het geweld te voorkomen. Twee Serviërs raakten gewond.

De rivier de Ibar verdeelt Mitrovica in een Servisch deel in het noorden en een Albanees deel in het zuiden. De meesten van de 120 duizend Serviërs in Kosovo weigeren samen te werken met de regering in Pristina, die door etnische Albanezen wordt gedomineerd. In het noorden van Kosovo heeft Pristina dus feitelijk geen gezag.

Een boze Albanese menigte betoogde zondag tegen gemeenteraadsverkiezingen die de etnische Serviërs in het noorden van Mitrovica hadden georganiseerd met steun van de Servische regering in Belgrado.

Een aantal NAVO-landen, waaronder Nederland, maakte in 1999 met wekenlange bombardementen op Joegoslavië een einde aan het feitelijke gezag van Belgrado in Kosovo. Het kwam onder tijdelijk VN-bestuur te staan, maar bleef een deel van Servië. Belgrado, dat Kosovo als middeleeuwse wieg van de natie beschouwt, erkent de onafhankelijkheidsverklaring dan ook niet.

Meer over