'Geweld ís ook lelijk, en afstotelijk'

The Killer Inside Me, de nieuwe film van Michael Winterbottom, veroorzaakt ophef door het vele geweld erin. Maar, zegt de regisseur: 'Het gaat eigenlijk over liefde.'

Ultragewelddadig en vrouwonvriendelijk: zo staat The Killer Inside Me al bekend sinds de première begin dit jaar tijdens het Sundance Film Festival in Utah. Eigenlijk vanaf het moment dat één vrouw in het publiek opstond en schreeuwde dat het een walgelijke film was, 'echt walgelijk!' Volgens haar moest het festival zich schamen dat er zoiets in het programma was opgenomen.


En al snel volgden meer verhalen en speculaties over de film noir van regisseur Michael Winterbottom. Actrice Jessica Alba zou tijdens de vertoning zijn weggelopen. En waarom schittert hoofdrolspeler Casey Affleck door afwezigheid op de gastenlijsten van de festivals waar de film werd vertoond?


Nog geen maand na Sundance, in februari op het filmfestival in Berlijn waar The Killer Inside Me ook wordt vertoond, weerspreekt Winterbottom - hees door een verkoudheid, maar nog altijd een spraakwaterval - de geruchten al op routine. Nee, dat zijn acteurs de film niet promoten betekent niet zij hem ook afstotelijk vinden, legt hij geduldig uit aan het groepje journalisten in het Berlinale Palast. Ze staan er volledig achter. Hun absentie is gewoon een kwestie van drukke werkschema's. En trouwens: 'Bij de tweede en derde screening tijdens Sundance merkte ik al dat de kijkers, vooral de journalisten, een beetje teleurgesteld waren dat de film niet gewelddadiger was.'


Hij mag de verhalen relativeren, helemaal onverwacht kan de ophef niet zijn geweest. Winterbottom is niet gek: hij wist heus wel dat zijn verfilming van het gelijknamige boek uit 1952 niet makkelijk te verhapstukken is. Jim Thompsons verhaal over de vriendelijke sheriff die stiekem een sadistische psychopaat is die door een opstapeling van problemen volledig ontspoort, staat bekend als een van Amerika's meest compromisloze misdaadromans. Het inktzwarte mensbeeld en nietsontziende geweld waren ongetwijfeld de redenen dat vele regisseurs er al op vastliepen voordat Winterbottom de roman in handen kreeg en vastbesloten raakte deze te verfilmen. 'Het verhaal shockeerde me, maar ik werd verliefd op het boek. Ik bleef er maar over na denken. Dus besloot ik het zo letterlijk mogelijk te verfilmen. Dan houd je je niet bezig met vragen als: hoeveel mensen zouden er op dit punt nog in de zaal zitten? Je let op details. Tijdens de montage raak je bovendien immuun voor wat je ziet - dan moet je een nieuw paar ogen erbij halen. Toch ben ik ergens wel verbaasd als mensen zeggen dat ze sommige scènes echt niet kunnen aanzien.'


Daarmee doelt Winterbottom vooral op de twee scènes die de meeste ophef opleverden: daarin slaat sheriff Lou Ford (Casey Affleck) twee vrouwen dood, met zijn blote handen. In zijn boek vergelijkt Thompson dat met het gevoel 'een pompoen tot moes te beuken'. Dat is al een onprettige omschrijving, maar het zien is een heel ander verhaal. Zeker als de camera, op het perverse af, blijft hangen op dichtgeslagen ogen, een gebroken neus en de rest van de bloederige massa die ooit een gezicht was.


Maar dat is het probleem niet, denkt Winterbottom. Het duurt lang voordat Ford - 'sorry' mompelend - echt het leven uit de meisjes heeft gemept. Heel lang. 'Eigenlijk is het helemaal niet zo expliciet. Maar iemand doodslaan met je blote handen, kost nu eenmaal tijd. En in die tijd gaat de kijker zich afvragen hoe dat moet zijn, hoe dat moet voelen en waarom hij dat juist de vrouwen aandoet van wie hij houdt.' Dan, wat geïrriteerd: 'Er zijn veel films die erg gewelddadig zijn, en waarin geweld dient als entertainment. Geweld is de reden dat mensen ernaar kijken; ze genieten ervan. Dit is het tegenovergestelde. Hier is het geweld niet 'cool' of opwindend. En nu klaagt iedereen dat het verschrikkelijk is. Inderdaad, maar het hoort ook lelijk, en afstotelijk, en destructief te zijn.'


Zijn ergernis lijkt oprecht. Wat hem het meest dwars lijkt te zitten, is dat mensen het wel hebben over de bruutheid van de film, maar niet nadenken over de functie van het geweld. Want daar draait The Killer Inside Me volgens Winterbottom juist om. 'Ik denk dat Thompson het geweld gebruikt als metafoor. Hij schrijft eigenlijk over de menselijke conditie. Hij laat zien dat we geneigd zijn vooral de meest intieme relaties te vernietigen, dat we juist de mensen die het dichtst bij komen het hardst aanpakken. Caseys personage is daar een heel extreem voorbeeld van. Hij is de noir-versie van wat we allemaal op een zekere manier doen: soms weet je dondersgoed dat je daden niet goed zijn, dat ze schadelijk zijn voor jezelf en voor een ander. En toch doe je het. Omdat iets in je dat blijkbaar wil.'


De neiging naar zelfdestructie dus - iets waar niet alleen de sheriff van het slaperige Texaanse stadje aan lijdt. En vandaar dat het Lou Fords geliefdes zijn die het gruwelijkst aan hun eind komen. Wat er weer toe leidde dat critici de film vrouwonvriendelijk noemden. 'Maar hij doet het omdat hij zichzelf haat. Daarom moet hij degenen die van hem houden vernietigen. Het is geen film over masochisme; het gaat over liefde.'


Dat kon wel eens de werkelijke reden zijn waarom The Killer Inside Me zo moeilijk te verstouwen is, speculeert Winterbottom. Het is eerder een maatschappelijk verhaal dan een portret. 'Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in de psychologie van de seriemoordenaar. Ik laat niet zien hoe het zover heeft kunnen komen.' En ondertussen domineert deze niet te duiden psychopaat wel elk shot van de film. 'Het is een ongemakkelijk perspectief. Hij doet aardig, maar je bent je constant bewust van wat er achter die façade schuilt. En tegelijkertijd zit je aan hem vast. Meer is er niet.'


Zoiets valt of staat natuurlijk bij de acteur. Met Affleck, die ook al zo ongrijpbaar was in Gone Baby Gone en The Assassination of Jesse James, vond hij precies de juiste mengeling van charme en gevaar. 'Ik weet niet hoe hij het doet, ik weet ook niet zeker of hij weet hoe hij het doet, maar hij verliest zich echt in het personage.'


Het maakte de gewelddadige scènes vooral voor Affleck moeilijk. Zo moest na elke 'klap' de make-up bijgewerkt worden. 'De technische kant is langzaam en saai en hij moest telkens maar in zijn rol blijven.'


Met The Killer Inside Me heeft Winterbottom het voor elkaar gekregen weer een heel andere film te maken dan op zijn toch al eclectische cv staat. Van een lesbische roadmovie tot politieke thrillers, van geëngageerde semidocumentaires tot arthouseporno, maar een bijna klassieke Amerikaanse genrefilm stond er nog niet tussen. Sterker nog: het is de eerste keer dat Winterbottom zijn film volledig in de Verenigde Staten opnam. 'Dat iconische landschap, de setting van een Amerikaans stadje. Het sprak me aan om dat eens te laten zien.'


In zijn boek krabt Thompson het vernis van de Amerikaanse droom, hij legt de duisternis bloot die schuilt achter de keurige witte hekjes. Hoewel de regisseur voortdurend benadrukt dat The Killer Inside Me vooral een universeel verhaal vertelt, geeft hij toe dat de setting belangrijk was. 'Als je in Engeland naar het grootste gebouw van een stad kijkt, is dat het gemeentehuis. Maar in de kleine Amerikaanse stadjes waar we op zoek waren naar geschikte locaties, merkte ik dat de rechtbank, het politiebureau en de gevangenis het centrum domineerden. Dat is de wereld die Thompson kende. Het is een interessant verschil.' Winterbottom besloot die dubbelzinnigheid te benadrukken met de muziek. 'Die Western Swing uit de jaren vijftig geeft het iets vals opgewekts.'


Toch waakte hij ervoor dat het eruit zou gaan zien als een 'nep jarenveertig-film' of een pastiche van noir-films vol donkere schaduwen. 'Maar ik wilde ook niet iets heel moderns maken, door met digitale camera's rond te gaan rennen. Het boek is de basis - daar komen de noir-elementen vandaan. Maar ik wilde vooral de dialogen naar voren laten komen. De filmstijl moest simpel zijn, klassiek, en in dienst van de personages.'


Als een journalist voorzichtig een vergelijking oppert met Stanley Kubrick (ook een veelzijdig regisseur en een groot Jim Thompson-fan) fronst Winterbottom de wenkbrauwen. 'Ik bewonder hem, maar we zijn wel heel andere regisseurs', stelt hij. 'Dan kun je me net zo goed vergelijken met Woody Allen. Maar wat ik heel knap vind aan zijn films - die uit de jaren zestig en zeventig vooral - is hoe koud ze durven te zijn. Tegenwoordig moet je je bij films kunnen identificeren met het karakter, of op zijn minst met hem meeleven. Kubrick was veel botter: hij geeft niets een sentimentele lading. Je ziet slechts wat er gebeurt.'


The Killer Inside Me (2010)


The Shock Doctrine (2009)


Genova (2008)


A Mighty Heart (2007)


The Road to Guantanamo (2006)


A Cock and Bull Story (2005)


9 Songs (2004)


Code 46 (2003)


24 Hours Party People (2002)


In This World (2002)


The Claim (2000)


Wonderland (1999)


With or Without You (1999)


I Want You (1998)


Welcome to Sarajevo (1997)


Jude (1996)


Go Now (1996)


Butterfly Kiss (1995)



Jim Thompson verfilmd

De verhouding tussen de Amerikaanse pulpschrijver Jim Thompson (1906-1977) en de filmwereld is er een van haat en liefde. Regisseurs als Sam Peckinpah (The Getaway, 1972) en Stephen Frears (The Grifters, 1990) verfilmden zijn boeken. Stanley Kubrick, die hem inhuurde als scenarist voor The Killing (1956) en Paths of Glory (1957), noemde zijn The Killer Inside Me 'het meest kille en geloofwaardige inkijkje in de verwrongen geest van een misdadiger dat ik ooit heb gelezen.'


En toch bleek het verfilmen van Thompsons werk vooral problematisch. Wie zijn duistere universum - bevolkt door psychopaten, perverselingen, alcoholisten en ander zelfdestructieve types - afzwakt, haalt de angel eruit. Maar wie dat niet doet, maakt films die het grote publiek niet wil zien.


Thompson zelf was dan ook nooit tevreden over de verfilmingen. Voor een paar duizend dollar verpatste hij vlak voor zijn dood de rechten van The Killer Inside Me, waarna Burt Kennedy het boek verfilmde. De dochter van de schrijver vertelde Winterbottom bij een bezoek aan de set dat hij altijd vond dat hij te weinig credit kreeg van Stanley Kubrick. Later hoorde Winterbottom van Walter Hill, die het scenario voor The Getaway bewerkte, dat hij daar ook 'niet al te gelukkig mee was'. Winterbottom, lachend: 'En dus is het misschien maar goed dat hij dit nooit heeft kunnen zien.'


Meer over