Gewapende strijd IRA is na 35 jaar voorbij

Het Noord-Ierse vredesproces is nooit goed op gang gekomen door de halsstarrige weigering van beide partijen de wapens in te leveren, maar daarin is nu verandering gekomen....

1970-1971: Het Iers Republikeinse Leger (IRA) neemt de wapens op.

1972-1979: De IRA pleegt talloze aanslagen, onder meer na Bloody Sunday, als Britse militairen veertien deelnemers aan een mars voor burgerrechten doodschieten. De IRA doodt onder anderen de oom van de Britse koningin Elizabeth, Lord Mountbatten.

1973-1974: Eerste voorzichtige pogingen tot een machtsdeling tussen protestanten en katholieken. Het Akkoord van Sunningdale loopt op niets uit, na een algemene staking van protestanten.

1981: Tien IRA-gevangenen sterven in de gevangenis na een hongerstaking. In de volgende jaren pleegt de IRA aanslagen tot in Londen. Doelwit zijn onder meer de ambtswoning van de premier en een hotel in Brighton op het moment dat de Conservatieven daar hun congres houden.

1991: Verscheidene partijen beginnen onderhandelingen, maar Sinn Fein, de politieke tak van IRA, doet niet mee.

1992: Politiek keerpunt: in Londen komen voor het eerst na de Ierse deling van 1921 politici uit Ierland en Noord-Ierland samen. In Dublin beginnen onderhandelingen tussen de Britse en Ierse regering over de kwestie Noord-Ierland.

1997: Nadat de IRA een bestand heeft afgekondigd, wordt Sinn Féin, de politieke vleugel van de IRA, toegelaten tot het in 1996 begonnen vredesoverleg van alle betrokken partijen. De echte doorbraak. Voor het eerst zit de grootste protestantse partij in Noord-Ierland, de Ulster Unionist Party van David Trimble, aan een tafel met Gerry Adams van Sinn Féin. De Democratische Unionistische Partij van de radicale dominee Ian Paisley, die tegen elk concessie aan de katholieken is, blijft weg.

1998: In april rolt een vredesakkoord uit de onderhandelingen, de Goede Vrijdag Akkoorden. Die worden in mei met ruime meerderheid aanvaard door zowel Ieren als Noord-Ieren. Ze voorzien in een regionaal parlement (108 zetels) met beperkte bevoegdheden, een ministerraad en een raad die zich bezighoudt met de relatie tussen Ulster en Ierland. Het parlement kan alleen besluiten nemen met een meerderheid van 70 procent om te voorkomen dat de protestantse meerderheid steeds de katholieke minderheid overstemt.

1999: In januari bereiken de protestantse en katholieke leiders in Noord-Ierland een akkoord over een regering van tien ministersposten (met Sinn Féin), maar het cruciale punt, de ontwapening van de terreurgroepen, blijft onopgelost. In december komt het regionaal parlement voor het eerst bijeen.

2000: Na de publicatie in januari van een vernietigend rapport van de internationale commissie die moet toezien op de overeengekomen ontwapening van de IRA, stelt Londen het parlement op non-actief. Eind mei hevelt Londen het directe bestuur over Noord-Ierland over naar de provincie. De IRA belooft betere samenwerking met de ontwapeningscommissie.

2001: Noord-Ierse unionistische premier Trimble neemt in juli ontslag, omdat de IRA niet meewerkt met ontwapening. In oktober maakte het Ierse Republikeinse Leger bekend dat het begonnen is met de ontwapening. In november wordt Trimble opnieuw gekozen tot eerste-minister.

2002: In april maakt IRA bekend dat het aan de tweede fase van de ontwapening is begonnen. Een spionageschandaal maakt echter een voorlopig eind aan het protestants-katholieke zelfbestuur. In oktober neemt Londen het beheer van de provincie weer in handen. Dezelfde maand zegt de IRA de contacten met de ontwapeningcommissie te hebben verbroken.

2003: In november vinden verkiezingen plaats voor de Assemblee. De uitkomst is weinig hoopgevend, omdat radicale partijen als de DUP en Sinn Féin winnen. De patstelling wordt niet doorbroken.

2004: Een poging van de Britse premier Blair, zijn Ierse collega Ahern en president Bush om het vredesproces weer vlot te trekken, loopt op niets uit. Het controleren van de ontwapening door de IRA blijkt opnieuw een struikelblok.

2005: Blair en Ahern verklaren in februari tesamen dat de criminele activiteiten van de IRA een obstakel vormen voor het vredesproces. De organisatie wordt in verband gebracht met een bankoverval waarbij 38 miljoen euro buit werd gemaakt en met de moord op een katholieke man. De IRA reageert door te zeggen dat al zijn vredesvoorstellen van tafel zijn gehaald. In april dringt Sinn Fein leider Gerry Adams er bij de IRA op aan de wapens neer te leggen. Het wordt tijd deel te nemen aan het politieke vredesproces. Op 28 juli beveelt de IRA zijn vrijwilligers de gewapende strijd te staken.

Meer over