AnalyseTrage reactie kabinet

Gevoel van urgentie ontbrak volledig bij Afghaanse evacuatie. Het kabinet was aan vakantie toe

Al in het voorjaar waren er grote zorgen over het lot van Afghaanse tolken. Waarom behandelt het kabinet hun evacuatie dan pas sinds vorig weekend als een urgente kwestie? Gebrek aan leiderschap en angst voor populistisch rechts spelen een rol.

Het eerste vliegtuig met 35 Nederlandse evacués uit Afghanistan landt op Schiphol. Beeld Robin van Lonkhuijsen / Hollandse Hoogte /  ANP
Het eerste vliegtuig met 35 Nederlandse evacués uit Afghanistan landt op Schiphol.Beeld Robin van Lonkhuijsen / Hollandse Hoogte / ANP

Naar de evacuatie uit Kabul, nog steeds in volle gang, zal ongetwijfeld over tientallen jaren nóg verwezen worden. Lang na de parlementaire debatten en onderzoeken, documentaires en films, zullen historici staan voor taaie vragen als: hoe verklaren we dat op het moment dat Afghaans personeel verdrukt of beschoten werd bij de toegangspoort van Kabul Airport, Den Haag debatteerde over de vraag of, en zo ja onder welke voorwaarden, ze überhaupt welkom waren? Dat wordt een hele kluif.

Ook nu wordt de vraag opgeworpen: hoe zijn we hier beland? Het eerste antwoord is: in relatieve stilte, zonder al te veel maatschappelijke ophef. Die is vooral van de afgelopen week, sinds de val van Kabul. Verder domineren in de publieke opinie al langer de binnenlandse cultuuroorlogen − échte oorlogen komen daar zelden bovenuit.

Vanaf eind 2019 bestaat er een regeling − destijds al door de Kamer afgedwongen, met Salima Belhaj (D66) voorop − waarbij tolken die voor de Nederlandse militairen werkten niet langer hoeven te bewijzen dat ze vervolgd worden om voor asiel in aanmerking te komen. Met de uitvoering daarvan schoot het lang niet op: tolken die zich meldden moesten vaak meer dan een jaar wachten op uitsluitsel, en hoorden vaak niets terug.

Dit voorjaar, en zeker nadat president Biden in april de terugtrekking van westerse troepen aankondigde, begon een groepje veteranen en andere betrokkenen, zoals oud-leider van de militaire vakbond Anne-Marie Snels, zich grote zorgen te maken over het lot van de tolken. Dat hun positie helemaal gevaarlijk zou worden na terugtrekking van westerse militairen, was voor alle betrokkenen duidelijk. Toen Navo-chef Jens Stoltenberg het vertrek aankondigde, ging de eerste vraag over de tolken.

Evacuatieplan

De Tweede Kamer zette het onderwerp na de eerste mediaberichten snel op de politieke agenda. Het was het begin van maandenlang touwtrekken: de Kamer die eerst vroeg, toen eiste, ten slotte dwóng tot het slechten van bureaucratische barrières en erkenning van het kabinet dat dit een hoogst urgente kwestie was. Dat laatste lukte pas vorig weekend, tussen minister van Buitenlandse Zaken Kaags etentje met de oppositie en minister van Defensie Bijlevelds filmbezoek door, toen premier Rutte ‘intensief overleg’ meldde.

De grote vraag is: waarom zo laat? In een debat begin juni nam minister van Defensie Bijleveld een motie over waarin het kabinet werd gevraagd alles te doen om de tolken terug te halen vóór de beëindiging van de militaire missie en ook een evacuatieplan op te stellen. Een maand later liet ze zich ontvallen tegen een journalist die zich afvroeg waarom de evacuatie nog niet begonnen was: ‘Nou, de soep zal niet zo heet worden gegeten als ze wordt opgediend’.

De motie voerde ze grotendeels niet uit. Ze maakte begin juli gewag van een evacuatieplan, maar erg serieus kan dat niet geweest zijn − los van wat er ligt aan standaardplannen. Deze week lichtte ze toe dat haar ‘plan’ het inzetten van commerciële vluchten was en dat pas net voor afgelopen weekend het organiseren van militaire vluchten was begonnen. Begin juli zei Bijleveld ook tegen de Kamer dat ze het element in de motie dat de tolken terug moesten zijn ‘vóór de militaire terugtrekking beëindigd was’, niet had begrepen. ‘Ze wilde het niet begrijpen’, zegt Kati Piri (PvdA) nu.

Het zijn maar enkele voorbeelden uit een aaneenschakeling van gebeurtenissen die volgens Haagse betrokkenen aantonen dat het vooral ontbrak aan urgentie, aan politiek leiderschap en coördinatie tussen departementen. Op cruciale plekken − zoals bij de top van Buitenlandse Zaken en Defensie − gebeurde niets, en vertrok men op vakantie. De historicus Maarten Brands noemde Nederland ooit een ‘zwakstroomdemocratie’ − niet in staat tot grote besluiten, niet geschikt voor internationale crises.

Navo

Het ontbreken van een gevoel van urgentie op plekken waar men beter zou moeten weten, steekt experts het meest. ‘Je zit niet voor niks elke week aan tafel te ouwehoeren bij de Navo’, zegt een ingewijde. ‘En je mensen in Washington horen ook dingen. Het kan niet dat ministers van niks wisten.’ Ook is er weinig geduld met het politieke excuus dat men overvallen is door de plotse val van Kabul. Zoals iemand binnen defensie zegt: ‘Natuurlijk was de snelheid een verrassing, maar dat de Taliban oprukten en planden het over te nemen was al duidelijk sinds president Trump aankondigde dat Amerika een weg naar de uitgang zocht. Dat wisten militairen wel, hoor.’

‘Nederland deelt in de internationale malaise’, zegt diplomatiekenner Robert van de Roer. ‘Wij zaten net als andere Europese landen altijd op de bagagedrager van Amerika, vooral in Navo-verband. Die volgzaamheid heeft consequenties. Misschien dacht daarom niemand eraan een extractieplan te maken.’ Opvallend is in elk geval dat Frankrijk, dat altijd zelf nadenkt over veiligheidszaken, wel bij de les was en weken voor de val van Kabul begon met de evacuatie.

En hoe zit het met Rutte en Kaag? Rutte, zeggen ingewijden, bemoeit zich altijd pas op het allerlaatst met een crisis, als het echt moet − zoals vorig weekend, toen de Taliban al aan de poorten van Kabul stonden. Toen werd de knoop doorgehakt om (binnen grenzen) ruimhartiger naar andere medewerkers dan tolken te kijken − mensen die tot dusver bij bosjes waren afgewezen. Tot dan toe was het altijd: ‘Rustig aan, anders breekt het touwtje’. De angst voor populistisch rechts speelde mee, ondanks de opvallend brede steun in de Kamer om ‘onze tolken’ te redden.

Beiden waren bovendien met vakantie én afgeleid door een andere klus − een waar Kaag geen enkele ervaring mee heeft: de formatie. Toch zal Kaag, de grote internationale crisismanager, niet blij zijn met haar rol in deze crisis. Want ook zij was afwezig, net als haar departement. En Bijleveld? Die zal voor altijd de minister blijven die op de dag dat Kabul viel, zei: ‘We hebben de Afghanen laten zien dat het ook anders kan.’

Meer over