Reportage

Gevlucht naar Nederland, want met rolstoel de schuilkelder in – dat gaat niet

Nederlandse zorgorganisaties vangen ongeveer 500 lichamelijk en verstandelijk gehandicapte Oekraïense kinderen en volwassenen op. Meer plekken zijn er niet beschikbaar en in de reguliere opvang kunnen nieuwe vluchtelingen niet terecht. ‘Dit zijn de kwetsbaarste mensen.’

Michiel van der Geest
De gevluchte Oekraïners met een handicap poseren voor de foto in de buurt van het Amstelpark. Ze worden opgevangen in een verpleeghuis. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De gevluchte Oekraïners met een handicap poseren voor de foto in de buurt van het Amstelpark. Ze worden opgevangen in een verpleeghuis.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ze bleven zo lang ze konden. Tot de dagen kwamen waarop het luchtalarm vijf keer per dag klonk en Sergej Jefimov (47) dus vijf keer per dag zijn kamer moest ontvluchten, door de gang via de trap naar de schuilkelder. ‘Dat is voor een gezond mens al lastig. Maar helemaal voor mij, in mijn rolstoel.’ Hij en zijn vrouw Natalja moesten vluchten.

Op 14 april vertrokken ze richting Polen; vanuit Dnipro met een vluchtelingentrein, waarin drie wagons waren gereserveerd voor mensen in een rolstoel. Daar ontmoetten ze het echtpaar Leonid en Nina Dolmatov. Met zijn 93 jaar was het voor Leonid ‘niet makkelijk om te gaan, maar het moest’, vertelt zijn vrouw, terwijl hij op bed ligt te slapen. Hun huis in Severodonetsk (Oost-Oekraïne) brandde enkele dagen daarvoor af. Nu de gevechten op hun hevigst zijn in hun geboortestad lukt het op geen enkele manier meer om contact te krijgen met het thuisfront.

Crisisopname

De echtparen zijn uiteindelijk terechtgekomen in een verpleeghuis in de Amsterdamse wijk Buitenveldert, waar ze op de vierde verdieping drie kamers bewonen. Dat zij niet in de reguliere opvang beland zijn, is te danken aan stichting Soft Tulip, een stichting van Nederlandse zorgorganisaties in de ggz, ouderen- en gehandicaptenzorg.

Al twintig jaar ondersteunen zij zorgorganisaties in onder andere Oost-Europese landen, vertelt Hanneke Vrielink die namens de Amsterdamse zorginstelling Cordaan in het bestuur zit. Dus toen de oorlog uitbrak, werd Vrielink gebeld door haar contacten in Oekraïne. ‘We hebben hier gezinnen in schuilkelders met verstandelijk beperkte kinderen, ernstig gehandicapten, dove en blinde kinderen, vertelden ze. Of wij konden helpen.’ Vrielink begon te bellen en binnen drie dagen had ze tweehonderd opvangplekken bij elkaar genetwerkt.

De opgevangen Oekraïners op pad in de omgeving van het Amstelpark. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
De opgevangen Oekraïners op pad in de omgeving van het Amstelpark.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De opvang vindt plaats in locaties die tijdelijk leegstaan, worden verbouwd of officieel nog niet open zijn. Vrielink: ‘Zorgorganisaties zijn gewend aan crisisopnamen, in elk verpleeghuis gebeurt het wekelijks dat mensen met spoed moeten worden geplaatst. Leveranciers leverden gratis bedden, schoonmaak, eten.’

Extra aandacht

Een heel contrast met de gemeenten en andere overheidsinstanties waarop ze een beroep moest doen. ‘De zorg werkt altijd al 24 uur per dag, gemeenten zijn van 9 tot 17 open en veelal bureaucratisch. Belde je om extra plekken, dan was het antwoord: wij voldoen al aan het aantal vluchtelingen dat we moeten opnemen. Je bent dan afhankelijk van een ambtenaar die voor deze mensen iets extra’s wil doen. Gelukkig treffen we die ook vaak.’ Inmiddels vangen de zorgorganisaties samen nu ongeveer vijfhonderd mensen op. Nieuwe opvangplekken zijn nauwelijks te vinden, geld voor de organisatie en het geregel is er bijna niet meer.

Het is een ingewikkelde groep, zegt Vrielink, die veel extra aandacht vraagt. Naar een stadsdeelkantoor of een huisarts gaan, is een verzoeking, dus zijn ze altijd afhankelijk van een gemeenteambtenaar of arts die bereid is naar een locatie te komen om leefgeld of medische zorg te regelen. ‘Dit zijn de kwetsbaarste mensen. Zij zaten in Oekraïne in het zorgsysteem vanwege hun beperking, daar komt nu ook een oorlogstrauma overheen.’ In de reguliere opvang kunnen ze dan ook nauwelijks terecht. ‘Een kind met autisme heeft overzicht nodig, maar hoe kun je dat nu bieden als moeder terwijl de vader aan het front zit. Deze kinderen kunnen op een grotere opvanglocatie de hele boel ontregelen. Het stressniveau is hoog.’

Soep en broodjes

Toch, zeggen Nina Dolmatov en Sergej Jefimov via een tolk, beschouwen ze hun plekje in Buitenveldert als het paradijs. Ja, ze zouden graag een keer naar zee gaan. En ja, Jefimov, die op zijn 23ste een dwarslaesie opliep bij een ongeluk in Portugal en zich sindsdien opwerkte tot paralympisch zwemkampioen van Oekraïne, snakt naar een bezoek aan het zwembad. ‘Het is me al drie keer beloofd, maar het is er nog niet van gekomen.’ Maar toch: ze kunnen wandelen in het Amstelpark en ‘hier gaat het luchtalarm maar één keer in de maand’.

Dat laat onverlet dat ze terug willen, maar hoe en wanneer? En hoe leefbaar is een vernietigde stad eigenlijk voor iemand in een rolstoel? Niemand die het weet.

Vrielink is blij dat ze de hulp kan bieden. ‘De eerst groep die aankwam, was een groep van 45 mensen, van wie veel ernstig lichamelijk of verstandelijk gehandicapt. In Huizen hadden we met man en macht gewerkt om een locatie op orde te maken. Op zaterdagavond stonden we klaar met soep en broodjes. De vluchtelingen hadden twee dagen in de bus gezeten vanuit Polen. Bij elke sanitaire stop duurde het twee uur voordat iedereen de bus uit was, en weer twee uur voordat iedereen er weer in zat. De luiers waren op, het was een bende in de bus. Een van de buschauffeurs was een markante Duitse man, met een enorme baard. Hij was ook tot een van de begeleiders gebombardeerd en bekaf.

‘We hadden ook een speelhoek ingericht voor de kinderen. Een jongetje van vijf zag dat, rende de bus uit en begon meteen zoet te spelen. De chauffeur zat er vlakbij even uit te puffen, nog vol in de emotie van wat hij allemaal had meegemaakt. Toen hij het jongetje zag, draaide hij zich om en zei tegen mij: ‘Dit is wat ik van de oorlog ga proberen te onthouden. Wat er ook gebeurt, een kind wil spelen.’

Meer over