Reportage

Gevlucht naar een besneeuwd tentenkamp

Zweden heeft zich verslikt in zijn gastvrijheid en kan de snel toenemende vluchtelingenstroom niet verstouwen. Het sociale stelsel staat op springen, vindt een Iraans raadslid voor een antimigratiepartij.

Carlijne Vos
null Beeld An-Sofie Kesteleyn
Beeld An-Sofie Kesteleyn

Van onder de gekleurde dekbedjes in de 14-persoons tent klinkt gesmoord protest. De Afghaanse, Iraakse en Iraanse jonge mannen willen niet worden gestoord. 'Stel je niet aan', zegt Idriss (27) uit Tsjaad in het Engels en Frans en port ze lachend om op te staan. Ondanks de taalverschillen kunnen de mannen het goed met elkaar vinden in het kamp even buiten Malmö. De bittere kou en verveling vormen een nieuwe gemeenschappelijke vijand en die verbindt.

null Beeld An-Sofie Kesteleyn
Beeld An-Sofie Kesteleyn

Met een temperatuur van min 5 graden - nog mild voor de Zweedse winter - waagt niemand zich buiten de tent. Alleen om te eten of tv te kijken, rennen ze af en toe naar de gemeenschapstent, stevig ingepakt in winterjassen die ze tot hun blijdschap van 'de aardige Zweden' hebben gekregen. Het grootste deel van de dag brengen de 160 alleenstaande mannen door in bed.

Sommigen zijn uitgeput, zoals de Somaliër Ahmed (20) die dicht bij de elektrische kachel in de tent op zijn telefoon zit. Verjaagd door de terreurorganisatie Al Shabaab deed hij drie maanden over zijn reis, betaalde duizenden dollars aan gewetenloze smokkelaars en moest aanzien hoe twintig reisgenoten omkwamen van de honger en dorst toen ze in een vrachtwagen de Sahara overstaken. 'Ik begrijp nog steeds niet waarom ik het geluk heb gehad deze hel te overleven.'

Het witte tentenkamp dat in het besneeuwde landschap vrijwel aan het zicht wordt onttrokken, geldt als een schandvlek voor het migrantvriendelijke Zweden. Het land zag zich gedwongen vluchtelingen onder te brengen in dit eerste en enige tentenkamp van Zweden toen de migranten dit najaar ineens met duizenden per dag kwamen. Sinds september zijn meer dan 80.000 vluchtelingen binnengekomen; zulke aantallen kan zelfs het gastvrije en goed georganiseerde Zweden niet meer verstouwen.

'Als we mensen in hartje winter in tenten moeten onderbrengen is de grens bereikt van wat we humane opvang noemen', vindt Tobias Akerman van het Zuid-Zweedse Migratie Agentschap. 'Het dieptepunt was in november toen we zeventig mensen op straat moesten laten slapen terwijl er een sneeuwstorm op komst was.'

null Beeld
Beeld

Verslikt in gastvrijheid

Zweden heeft zich verslikt in de eigen gastvrijheid en zag zich eind vorig jaar genoodzaakt de vluchtelingenstroom een halt toe te roepen. Sinds 4 januari komt niemand meer zonder geldig identiteitsbewijs over de Oresundbrug die Zweden met Denemarken verbindt.

Het is volgens Akerman nog te vroeg om te zeggen dat de maatregel de vluchtelingenstroom tot stilstand heeft gebracht. 'Vanwege de winter wagen sowieso al minder mensen de oversteek naar Europa.' Maar dat de grenscontroles nodig waren, onderkent inmiddels bijna iedereen. De Zweedse verzorgingsstaat is uit zijn voegen gebarsten. Er is geen woning meer te vinden, elke potentiële opvanglocatie is benut. Tienduizenden kinderen wachten op onderwijs, leraren zijn er niet. In de zorg- en welzijnssector is het vechten om zorgverleners die op grote schaal zijn ingezet voor de opvang van vluchtelingen.

Aan de balies in het registratiecentrum van Malmö is het ondanks de grenscontroles als vanouds druk. Nieuwe asielzoekers melden zich aan de ene balie, bij de andere balies staan migranten met vragen over huisvesting, werk, opleiding of gezinshereniging.

'Organisatie is niet ons probleem', zegt Akerman, 'de uitdaging is het vinden van huisvesting.' Nieuwkomers worden voorlopig geparkeerd in een hotel aan de rand van de stad totdat er een plek is gevonden elders in het land, meestal in het hoge ijskoude noorden.

null Beeld An-Sofie Kesteleyn
Beeld An-Sofie Kesteleyn

Wachten op een verblijfsvergunning

In een van de kamers, Spartaans ingericht met slechts drie stapelbedden, wacht een Iraaks gezin met zeven kinderen op nieuws over de volgende bestemming. 'Al wordt het Lapland, we zijn blij als we eindelijk een veilige plek hebben', zegt Alaa (45). Hij is met zijn vrouw en zeven kinderen uit Ramadi, Irak, gevlucht voor Islamitische Staat. Na eerst twee jaar in de Koerdische stad Kirkuk te hebben geschuild was al hun geld op. Ze verkochten hun laatste bezit - de auto - om smokkelaars te betalen voor de reis naar 'veilig' Europa.

Zoals het gezin van Alaa wachten tienduizenden vluchtelingen op een verblijfsstatus. De wachttijd is opgelopen tot meer dan een jaar. Nu betreft de grootste zorg nog het vinden van tijdelijke huisvesting, maar de echte problemen beginnen als mensen eenmaal een verblijfsvergunning hebben.

Kunnen zoveel nieuwkomers integreren in een samenleving met een krappe arbeidsmarkt en een al overspannen woningmarkt? De Zweden beseffen langzamerhand dat dit onvermijdelijk gaat leiden tot sociale spanningen en tot teleurstelling en frustratie bij de vluchtelingen die dachten in Zweden snel een nieuw leven te kunnen starten.

'Het wordt een onvoorstelbare uitdaging', beaamt locoburgemeester Carina Nilsson van Malmö. 'We moeten jaarlijks duizend nieuwe woningen zien te realiseren, binnen tien jaar moeten er 25 scholen zijn gebouwd. De komende drie jaar hebben we al 1.200 extra leerkrachten nodig. Waar moeten we die in hemelsnaam vandaan halen?' Ook het gebrek aan werk in haar regio baart Nilsson zorgen. 'Als vluchtelingen niet snel aan het werk komen, groeit het ongeduld en de frustratie. Dat werkt integratie tegen.'

Het integratievraagstuk is actueel sinds vorige week bekend werd dat ook in Zweden op grote schaal aanrandingen zijn gepleegd door - vermoedelijk - jonge vluchtelingen. De politie en de media worden verweten uit 'politieke correctheid' de affaire bewust te hebben verzwegen. Ook zouden zij de rechtse anti-migratiepartij Zweden Democraten niet in de kaart hebben willen spelen. Die partij is in de peilingen omhooggeschoten van 12,9 procent bij de verkiezingen van 2014 naar boven de 20 procent.

In het tentenkamp in de sneeuw zijn de jonge mannen nog onwetend van de omslag in Zweden. De Afghaan Jawid (24) skypet met zijn jongste zoontje die hij in de door Taliban beheerste provincie Laghman heeft achtergelaten. Hij maakt zich zorgen over zijn gezin en kan alleen maar bidden dat hem asiel wordt verleend. 'Ik kan niet wachten totdat ik mijn vrouw en kinderen kan laten overkomen en we allemaal veilig zijn.'

undefined

Interview

Lees hier het inteview met Nima Gholam Ali Pour, immigrant uit Iran, nu raadslid van een Anti-immigratiepartij.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over