Gevlooi bij de koffieautomaat

Die op zijn borst roffelende gorilla, is dat niet onze directeur met die grote auto?..

tekst Karolien Knols . fotografie Stefanie Grètz

Daar lopen ze: de tien secretaresses van de facilitaire dienst van de Isala Klinieken te Zwolle, fototoestel in de aanslag, door Apenheul in Apeldoorn. Langs de doodshoofdaapjes, de brulapen, de wanderoes en de berberapen, beurtelings vertederd en opgewonden.

Bij een foto van een vrouwtjeschimpansee die haar kind beschermt: 'O ja, dat ben ik. Ik wil altijd moeder overste zijn.'

Bij de brulapen: 'Whoeaaaaa.'

Bij de bonobo's, die tijdens het voederen even snel op elkaar kruipen: 'Tien seconden! Je krijgt niet eens de tijd om te zeggen dat je hoofdpijn hebt!'

En bij het mannetje dat daarna met een erectie en een groenteboeket door het hok loopt: 'Kijk 'm nou, met z'n preistengel.'

Het is donderdagochtend 10 uur, in een schrale ochtendzon. Nog even en dan zal in een Afrikaanse onderzoekstent op het terrein van Apenheul de cursus 'Help, mijn baas is een aap' beginnen. Oorspronkelijk bedoeld voor managers die iets willen leren over oergedrag; inmiddels is de cursus een gewild dagje uit voor bedrijven en afdelingen waar het rommelt op de werkvloer.

Want de zilverrug die zich op de borst slaat - herkennen we daarin niet de baas die elke ochtend met de grootste auto het parkeerterrein oprijdt? Het gevlooi - is dat iets anders dan de dagelijkse samenscholing rond de koffieautomaat? En dat mannetje daar, dat vandaag voor het eerst aan de groep berberapen is toegevoegd, onrust zaaiend - dat is toch net die nieuwe collega die al weken het evenwicht op de afdeling verstoort?

Ellebogen

Precies, dat dacht Patrick van Veen dus ook. Van Veen, opgeleid als bioloog in een tijd dat er voor biologen helemaal geen werk was, is sinds twee jaar directeur van Apemanagement. Samen met Apenheul ontwikkelde hij de cursus 'Help, mijn baas is een aap'. De kennis die hij daarin overdraagt, deed hij onder meer op in de tijd dat hij zelf in een 'management developmenttraject' zat bij een grote verzekeringsmaatschappij. Een ratrace naar de top, noemt Van Veen zo'n intern opleidingstraject. 'Het gaat helemaal niet om de inhoud, of om wie goed is. Het gaat erom zo ver mogelijk je ellebogen uit te steken en vriendjes te worden met de directie, of liever nog: met de raad van bestuur. Daar had ik dus geen zin in.'

Of hij de ruimte kreeg om, zoals biologen bij dieren plegen te doen, zijn collega's te observeren, vroeg hij zijn bazen bij Reaal Verzekeringen. Dat mocht. Niet veel later verlegde hij zijn werkterrein en begon hij zijn eigen zaak. Tien 'grote observatietrajecten' doet hij nu per jaar. Evenzoveel workshops. Hij geeft lezingen en wordt door bedrijven ingehuurd om sociaal gedrag op de werkvloer te observeren.

De belangrijkste lessen, over het bedrijf als apenrots: van alle communicatie binnen een bedrijf gaat slechts 15 procent over de inhoud, de overige 85 procent gebruiken we om te functioneren in de sociale groep; managers kunnen wel snijden, maar niet observeren; conflicten in bedrijven worden zelden goed uitgevochten; de formele hi'rarchie in een organisatie kan haaks staan op de biologische hi'rarchie.

Dat er een wildgroei is aan trainingen met dieren verontrust Van Veen wel een beetje. 'Knuffelen met varkens, ik zou niet weten wat je daar als manager van opsteekt.' Maar naar apen kijken, is volgens hem leerzaam: 'Onze genen komen voor 99 procent overeen met die van de chimpansees, apen hebben net als wij een lange kinderperiode waarin ze veel mogen leren, ze kunnen tot op hoge leeftijd leren, ze zijn zelfbewust, en mensapen kunnen inschatten hoe er op hun wordt gereageerd, en daarop anticiperen.'

Agressieve overname

'Mooi weer, hè', zegt Patrice Klompenhouwer terwijl ze met een kop koffie voor de tent gaat zitten. 'Vind je?', vraagt een collega. 'Dan ben je de enige.'

Dat is het probleem van dit secretariaat in een notendop. Patrice is de nieuwe baas van de tien secretaresses - alleen, die naam heeft ze formeel niet. Ze is 'coørdinator'.

Dat zit zo. Voor de laatste reorganisatie werkten alle secretaresses voor een eigen manager. De een voor de manager Keuken, de ander voor de manager Inkoop, een derde voor de manager Voeding. Dat was natuurlijk wat: rechtstreeks aangestuurd worden door je baas. Dat gaf status. Maar nu zitten de vrouwen voor het eerst samen op een afdeling. Moeten ze verantwoording afleggen aan Patrice, die tussen hen en de managers in is komen te staan. Maar die managers, die passeren Patrice nog regelmatig. Ze blijven hun eigen secretaresse te veel rechtstreeks aansturen.

Een week voor de training in Apenheul zei Patrice Klompenhouwer aan de telefoon: 'Ik voel hier en daar weerstand. Er is machtsstrijd, ja. Ik moet meer met de vuist op tafel, maar dat is niet mijn sterkste kant.' En: 'Ik hoop dat we door de training het groepsgevoel kunnen versterken.' Patrick van Veen zag het zo: 'Die dames moeten leren niet meer voor alles naar hun manager te hollen. Bij bavianen en gorilla's komt een nieuwe leider aan de macht door een agressieve overname. Die zet meteen heel duidelijk zijn positie neer. De vraag is: kan Patrice dat?'

Informele leider

Het voorstelrondje begint. De opdracht is: kies uit vijf apen, met vijf verschillende gezichtsuitdrukkingen, de aap die bij je past. Opvallend veel vrouwen kiezen de observerende, afwachtende wanderoe, of de moederlijke chimpansee. Patrice Klompenhouwer herkent zichzelf niet in de dominante gorilla, maar in de bonobo met zijn gezicht in de lucht: 'Ik wil altijd alles weten.' 'O ja?', zegt collega Geertje, die later die middag de informele leider van de groep wordt genoemd.

Na het voorstelrondje is er een powerpointpresentatie in de tent. De gemoederen lopen hoog op als het gesprek komt op de komende reorganisatie, waarbij waarschijnlijk iedereen een flexplek zal krijgen.

Patrick van Veen: 'Dat gaat dus niet werken. Want iedereen wil zijn eigen plek. Dat zit in ons oergedrag. Mannetjes willen elke ochtend even tegen hun bureau plassen.'

Gelach. Iemand zegt: 'Zoiets doen wij ook, we zetten 's ochtends eerst onze tas op het bureau. Kopje koffie ernaast...'

Van Veen: 'Dus met een flexplek doorkruis je de hele groepsstructuur. Elke ochtend onrust. Terwijl je je veilig wilt voelen.'

Nog zo'n onderwerp dat een gevoelige snaar raakt: vlooien. Hoe doen wij dat?, vraagt Leontine, 'want friemelen kan natuurlijk niet. Dan ben je meteen ongewenst intiem'.

Van Veen zegt: 'Wij gaan kletsen, roddelen, koffie voor elkaar halen. Vlooien is de olie in de sociale machine. En het grappige is: er wordt meer naar boven gevlooid dan naar beneden.'

Zegt Patrice Klompenhouwer tegen de groep: 'Dus jullie vlooien mij.'

Maar dat is niet zo. Althans, niet vandaag. Pik je normaal vrij snel de leider van een groep eruit, hier in Apenheul wijst niets erop dat Klompenhouwer de hoogste in de hi'rarchie is. Ze fotografeert apen en collega's, staat steeds letterlijk aan de rand van de groep. Niet één keer is ze het middelpunt. Niet één keer verheft ze haar stem om aandacht te vragen. Zelfs als iedereen de opdracht krijgt zijn plaats binnen de groep te defini'ren, ook weer aan de hand van foto's van apen, en ze voor de mantelbaviaan kiest, een dominante, dan zegt ze: 'Maar machtsvertoon, dat ken ik niet.'

Goed dan, nog een opdracht. Stelt u zich voor, luidt die, u bent de diermanager van Apenheul en u staat aan de wieg van een nieuw fusieproject: een groep van vier bonobo's wordt uitgebreid met twee nieuwe groepen die onderweg zijn vanuit Kinshasa. Het is aan u die fusie in goede banen te leiden. Welke individuen laat u het eerst kennismaken? Hoe en waar vindt de kennismaking plaats? En in welk tijdsbestek?

Twee groepjes van vijf vertrekken naar de bonobo's. Daar ontstaat een discussie.

Patrice: 'Is het een idee, jongens, om die twee dominante vrouwen eerst aan elkaar te laten wennen? Want als de leiders het met elkaar kunnen vinden, vormt het team zich vanzelf.'

Joyce, die al talloze reorganisaties heeft meegemaakt: 'Kun je niet de laagst geplaatsten bij elkaar zetten, meteen in het hok waar ze horen? Want die kunnen niet zo goed tegen verandering.'

'Zet die apen gewoon allemaal bij elkaar', zegt collega Miep. 'Dan hebben ze steun aan elkaar. Dat dominante vrouwtje komt toch wel bovendrijven. Die vecht dat wel uit.'

Respect

Terug voor de tent, zegt Patrice Klompenhouwer: 'Ik denk dat we een hecht team zijn.' Haar collega's knikken, terwijl zeker de helft zichzelf nog geen twee uur geleden als einzelgènger of buitenstaander heeft getypeerd. 'We draaien niet om de hete brei heen', zegt Klompenhouwer. Weer instemmend geknik. O ja, ze voelen zich allemaal gelijk aan elkaar. Ze hebben respect voor elkaar. Er spelen geen onderhuidse dingen.

Maar waarom wordt Patrice dan steeds door Joyce tegengesproken? Waarom is iedereen stil als Geertje iets zegt? En waarom zegt Monique, buiten gehoorsafstand van de rest: 'Ik hou niet van grote groepen vrouwen. Dat vind ik te gevaarlijk.'

Een week na de cursus zegt Patrick van Veen: 'Ik had gehoopt dat ze iets verder waren in de onderkenning van hun problemen. Dat ze al door hadden gehad dat ze er moeite mee hebben Patrice als hun nieuwe leider te accepteren. Patrice had dat ook hardop moeten zeggen. Dan had ik aan al die vrouwen die zichzelf als individualist neerzetten kunnen zeggen: dat maakt het wel verdomd lastig als je als team moet functioneren.'

En wat hebben de vrouwen van de facilitaire dienst van hun dag aapjes kijken opgestoken? Patrice Klompenhouwer zegt het maar eerlijk: 'Ik had nooit gedacht dat het vooral voor mij zinvol zou zijn. Elke verandering op de afdeling zal bij mij moeten beginnen.'

Meer over