Gevestigde thuiszorg ontdeed zich snel van luis in de pels

Begin jaren negentig besloot politiek Den Haag dat marktwerking de thuiszorg beter en goedkoper moest maken. Het Beterschap, een particulier thuiszorgbureau in Eindhoven, werd ingezet als breekijzer....

Eind 1996 kreeg Het Beterschap, als een van de 26 nieuwkomers op de markt, van overheidswege een erkenning en een startsubsidie; nog geen drie jaar later, op 20 januari 1999, ging de firma failliet met een schuld van ruim een miljoen gulden.

Marktwerking moest de thuiszorg beter en goedkoper maken, besloot de overheid halverwege de jaren negentig. Daarom kregen kleine goedkope bureautjes als Het Beterschap de kans om de traditionele thuiszorgmolochs te beconcurreren. In Eindhoven werd echter niet het establishment slachtoffer van de marktwerking, maar de van overheidswege aangewezen luis in de pels.

Het wedervaren van Het Beterschap kan model staan voor het echec van de marktwerking in de thuiszorg.

Om te beginnen was het jaar 1996 al bijna voorbij toen het geld voor Het Beterschap beschikbaar kwam. Het bureau - drie jaar eerder overgenomen door Peter van der Weide, zoon van de oprichtster, en diens vrouw Henriëtte - had nog niet voldoende mensen en materiaal beschikbaar om daadwerkelijk thuiszorg te leveren. Maar de regionale zorgverzekeraar, de CZ-groep in Tilburg, wist een oplossing. De reguliere Thuiszorg Eindhoven had wel genoeg personeel, maar geen geld. Als Het Beterschap zijn budget nu eens gebruikte om de zorg van Thuiszorg Eindhoven te betalen, bleef het geld voor de regio behouden. En zo geschiedde. Niet alleen in 1996, maar ook daarna.

Kort voor Het Beterschap failliet ging, bleek dat Thuiszorg Eindhoven dik acht ton tegoed had van de kleine concurrent voor geleverde zorg. Het geld was op. Maar de werkelijkheid achter die constatering is complex.

Het budget van Het Beterschap was nog geen 2,5 miljoen. Een schijntje in verhouding tot de 40 miljoen die de grote broer in Eindhoven te besteden had. Maar de kleine nieuwkomer moest behoorlijk afzien. De oude thuiszorg-instellingen plaatsten hun patiënten zelfs liever op hun eigen wachtlijst dan ze door te sturen naar Het Beterschap. Maar verre en daardoor kostbare klussen in uithoeken van Brabant waren Het Beterschap van harte gegund.

De overheid van haar kant stelde strikte eisen aan administratie en kwaliteit. Om daaraan te kunnen voldoen, namen de Van der Weides personeel in dienst, investeerden in computers en een ruimer kantoor. Van een klein bemiddelingsbureau groeide Het Beterschap uit tot een bedrijf met 230 werknemers. Het geld kwam van de bank. Betere tijden zouden spoedig aanbreken, verwachtte het echtpaar Van der Weide. Dan kon de schuld worden afgelost.

Maar dat optimisme was ijdel. Het Beterschap had voordien alleen te maken met klanten en verpleeghulpen, nu moest het onderhandelen met verzekeraars, het ministerie in Den Haag en de thuiszorg in de regio. De Van der Weides misten ervaring en gehaaidheid op dit terrein.

Maar wat Het Beterschap vooral opbrak, waren de uurtarieven die verzekeraar CZ-Groep vergoedde. Die waren soms de helft lager dan de tarieven die de gevestigde organisaties ontvingen. Ex-directrice H. van der Weide: 'We moesten bedelen om een contract met de verzekeraar. Die dwong ons tot lage vergoedingen.'

Als Het Beterschap tijd van leven had gekregen, wie weet, had het de verliezen kunnen goedmaken. Maar die tijd was er niet. Zo kon het gebeuren dat de klanten, de inspectie en het personeel tevreden waren over Het Beterschap, maar dat het bureau er toch niet in slaagde kostendekkend te werken. Toen Het Beterschap in 1998 in zware financiële nood geraakte, kon het niet op steun rekenen. Want de nieuwkomer was nooit welkom geweest.

De overheid schafte de marktwerking in 1998 af. De bestaande concurrenten, zoals Het Beterschap, konden nog tot 2001 rekenen op een jaarlijks budget van 2,5 miljoen en dat was dat.

Thuiszorg Eindhoven ontdekte dat er nooit met Het Beterschap was afgerekend voor de zorg die het namens de nieuwkomer had verleend en verlangde de onmiddellijke voldoening van de achterstallige betaling van 8,5 ton. Maar dat geld was opgegaan aan salarissen, computers en verbouwingen.

Serieuze reddingspogingen zijn nauwelijks gedaan. J. Vermeulen, manager van verzekeraar CZ: 'In september '98 informeerde het bestuur van Het Beterschap ons over de financiële moeilijkheden. Toen pas kregen we summiere jaarcijfers over 1997 te zien. Nooit eerder hadden we signalen ontvangen dat het niet goed ging.'

Bij ontleding van de boedel stuitten de curatoren op een ondoorzichtige bedrijfsconstructie. Naast de Stichting Het Beterschap stonden op hetzelfde adres nog twee rechtspersonen ingeschreven: de Stichting Homecare en Thuiszorgcentrale Zuid-Nederland BV. Eigenaar: Peter van der Weide. Personeel van Het Beterschap is ingezet voor die twee bedrijven, die nog tonnen moeten betalen aan Het Beterschap.

In zijn faillissement staat Het Beterschap alleen. Maar niet in zijn ondoorzichtige netwerk van bv's en stichtingen. De concurrentiekracht van de 'Beterschap-bureautjes' is gering gebleken, daarvoor waren ze te klein. De marktwerking maakte wél de weg vrij voor de reguliere thuiszorg om zelf particuliere bureautjes op te zetten, teneinde het geld dat ze voor de marktwerking moest inleveren, binnenboord te houden.

Binnenkort publiceert staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid een onderzoek van de Economische Controle Dienst naar de bv-kerstboom van Thuiszorg Pantheon in Drenthe. De rekenmeesters van het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg, die de financiële handel en wandel van bijna iedereen in de gezondheidszorg kennen, formuleren hun ervaring zo: 'De thuiszorg is zo transparant als een kapotgeslagen autoruit.'

Meer over