Gevecht tegen de tand des tijds

De triatlon bestaat 25 jaar, maar de meeste triatleten zijn een stuk ouder. Volwassen kerels verzetten zich tegen de ouderdom....

Tekst: Mark van Driel ; Foto's: Jean Pierre Jans

Het bloed staat in zijn schoenen, zijn lijf is verkrampt en hij grimast van de pijn.

Maar Gregor Stam voelt zich een winnaar, net als een kwart eeuw geleden, toen hij in Den Haag de eerste triatlon op Nederlandse bodem won.

Als 19-jarige deed hij elf uur en elf minuten over het parcours dat bestaat uit 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42,195 kilometer hardlopen. Stam is nu 43 jaar, maar sneller dan destijds. Drie kwartier sneller om precies te zijn.

'Ik heb mezelf verslagen', zegt Stam vergenoegd, nadat hij op de finishlijn een flesje pils heeft achterover geslagen, zijn duizelingen te boven is gekomen en zijn kapotte hielen in de EHBO-tent heeft laten behandelen.

Stam geniet. Hij koestert de illusie dat hij in Almere de tand des tijds heeft weerstaan. Zijn eindtijd en klassering (106de van de 503 mannelijke deelnemers) bieden zelfs ruimte tot fantaseren over toekomstige prestaties. 'Er zit nog meer in', oppert hij monter.

De opmerking is kenmerkend. Stams wens zichzelf te blijven verslaan, ondanks het verstrijken van de jaren, leeft bij veel triatleten.

De triatlon is niet meer voor jonge, onbezonnen en wellicht overmoedige tieners die het heroïsche inzien van de combinatie van drie zware evenementen, die 27 jaar geleden op Hawaii ten doop werd gehouden. Het is een beproeving geworden voor volwassen kerels. Zij lijken zich uit alle macht te verzetten tegen de voortschrijdende ouderdom.

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers in Almere is hoog. 60 Procent is ouder dan 40 jaar. Van de groep triatleten tussen de 21 en 40 jaar is het grootste deel, voor zover valt waar te nemen, ver in de dertig.

'De sport vergrijst', constateert Jan van der Marel, de viervoudig winnaar die zelf als 25-jarige zijn eerste triatlon in Almere won en zaterdag tiende werd. Gerrit Schellens, voor het vierde opeenvolgende jaar winnaar bij de mannen, is 39. Cora Vlot, de viervoudig kampioene bij de vrouwen, 42.

De topatleten zien hun leeftijd als een voordeel. Zij achten het uitgesloten dat een tiener ooit nog eens een triatlon wint, zoals Stam 25 jaar geleden deed. De eensluidende opvatting is dat hij als pionier profiteerde van het gebrek aan kennis in die tijd.

'Een hele triatlon kan je als jonge jongen niet meer winnen', meent de 37-jarige Frank Heldoorn, die met zijn tweede plaats de nationale titel veroverde. 'Je moet geduld hebben, veel trainen en ervaring opdoen.'

Ook veelvoudig kampioen Rob Barel, eerste in de categorie tot 50 jaar, denkt dat succes op oudere leeftijd past bij de triatlon. 'Het optimum voor een triatleet valt niet per definitie samen met het moment waarop iemand in de kracht van zijn leven is. Het heeft te maken met tijd die je hebt om te trainen, met mentale gesteldheid. Je ziet bij veel duursporten dat de leeftijd omhoog gaat.'

Tegelijkertijd constateert menigeen dat de aanwas van jeugd ontbreekt. De kwart-triatlon, die olympische status heeft, weerhoudt jongeren van een overstap naar de klassieke afstand. De trainingsarbeid schrikt af. Maar ook de reputatie van de triatlon heeft aan kracht ingeboet.

De combinatie van de drie marathonafstanden werd 25 jaar geleden nog als haast onmenselijk afgeschilderd. In rechtstreekse televisieuitzendingen werd het uitzonderlijke doorzettingsvermogen van de deelnemers geprezen. Tegenwoordig wekken de toppers de indruk dat ze nauwelijks afzien tijdens de triatlon, zo fit staan ze na afloop aan de finish. Op televisie blijft de aandacht beperkt tot een paar minuten.

Van der Marel: 'In de beginjaren moest iedereen nog ontdekken wat de triatlon was. Iemand als Axel Koenders (viervoudig winnaar in de jaren tachtig, red.) heeft laten zien dat je de triatlon zonder zwakke punten kon afwerken, dat het van begin tot einde topsport kon zijn. Dat gaat ten koste van de heroïek.'

Voor de heroïek zorgen de recreanten nog wel. Zij worstelen met de wind, die over de eindeloos lange dijk bij het Gooimeer waait. Zij strijden tegen onwillige spieren en overtollige kilo's. Ze weerstaan de behoefte om op te geven, ook als ze moeten overgeven van vermoeidheid.

Juist de prestaties van de veertigplussers, die in de ochtendschemer zijn gestart en finishen terwijl de avond valt, spreken in Almere tot de verbeelding van het publiek, dat de langzaamste triatleet met meer enthousiasme onthaalt dan de snelste.

Helemaal terecht vinden de topatleten dat niet. Zij lijden meer pijn dan de recreanten, denken ze, al ogen hun bewegingen soepeler. 'De meeste recreanten zouden meteen stoppen als ze een seconde zouden voelen wat wij voelen', meent Heldoorn.

Maar de toppers hebben ook bewondering voor het doorzettingsvermogen van de recreanten. Zij maken deel uit van de traditie, vindt de Belgische winnaar Schellens, die zelf nog nooit in het donker is gearriveerd. 'Als in België de laatste atleet binnenkomt staat alleen de kerkklok nog op straat. Hier blijft iedereen op de laatste wachten, ik ook. Dat is mooi.'

Ook Stam vindt het eerbetoon gepast. De topper van weleer gelooft dat meedoen aan een triatlon hetzelfde heilzame effect heeft op alle deelnemers, of ze nu acht of vijftien uur doen over de wedstrijd. De pijn werkt louterend. 'Van pijn word je wijzer', zegt Stam. 'Je komt dicht bij jezelf. Dat is waar de triatlon om draait.'

Echt?

Stam lacht: 'Wat ook heerlijk is: dat biertje na afloop. Bier en chocola. Och jongen, dat is zo lekker.'

Meer over