NieuwsGevangenis Vught

Gevangenis Vught verdacht van financiering terrorisme

De gevangenis in Vught wordt verdacht van het financieren van terrorisme. Via de bankrekening van de inrichting is geld verstrekt aan gevangenen die op dat moment op de sanctielijst terrorisme stonden. Wie iemand op die lijst geld geeft, pleegt een strafbaar feit.

Een arrestantenbus komt aan bij de PI Vught.  Beeld ANP
Een arrestantenbus komt aan bij de PI Vught.Beeld ANP

De verdenking betekent dat het ene onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid (namelijk het OM) strafonderzoek doet naar een andere tak van hetzelfde ministerie: de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Of de zaak daadwerkelijk voor de rechter wordt gebracht, is nog onduidelijk. ‘Het onderzoek loopt nog’, is het enige dat een woordvoerder van het OM erover kwijt wil.

De wonderlijke verdenking kwam deze maand aan het licht tijdens een zitting van het gerechtshof Den Haag. De rechters bogen zich over de zaak van de 43-jarige Barbara Z. uit Alphen aan den Rijn, die in 2017 enkele malen 100 euro overmaakte aan haar echtgenoot Mohamed D. Hij zat destijds vast op de terroristenafdeling (TA) in Vught, omdat hij zich eerder in Syrië zou hebben aangesloten bij Islamitische Staat. Barbara Z. schonk haar man geld, waarmee hij in de gevangeniswinkel onder meer sigaretten, deodorant en hagelslag kocht.

Mohamed D., die later tot drie jaar cel werd veroordeeld, stond op de nationale sanctielijst terrorisme. Dat is een lijst van het ministerie van Buitenlandse Zaken, waarop personen en organisaties staan vermeld die volgens justitie betrokken zijn bij terrorisme. Door hun banktegoeden te bevriezen wil de overheid het hun lastiger maken hun terroristische activiteiten voort te zetten. Geld overmaken aan personen op de sanctielijst is strafbaar.

Zodoende werd het boodschappengeld van Barbara Z. door justitie opgevat als terrorismefinanciering. Haar advocaat Tamara Buruma vindt dat absurd, omdat Z. het geld boekte op een rekeningnummer van de PI Vught. ‘Het is een gevangenisrekening die door de Nederlandse staat wordt beheerd.’

Niet Barbara Z., maar de gevangenis gaf het geld door aan Mohamed D. ‘Niemand ging er vanuit dat het strafbaar was om geld over te maken naar deze gedetineerde’, zegt Buruma. En als dat niet had gemogen, ligt de verantwoordelijkheid daarvoor volgens de advocaat bij de PI Vught. Maar die heeft er nooit op gewezen dat dit strafbaar is.

Het OM is dan ook nog niet klaar met de gevangenis, zegt de advocaat-generaal in de rechtszaal. De penitentiaire inrichting is volgens haar ‘nog steeds verdachte’ van terrorismefinanciering. Niet alleen gaf de gevangenis betalingen van familieleden door, zij betaalde gedetineerden op de sanctielijst soms ook salaris voor hun werkzaamheden in de inrichting.

Dat deed lange tijd bij niemand in de gevangenis de alarmbellen rinkelen, stelt het gerechtshof vast. Ook toen wel duidelijk was dat de handelingen strafbaar zijn, werden de betalingen niet stopgezet. Dit had volgens de PI Vught ‘humanitaire redenen’. In 2019 is er daarom ook een ontheffingsregeling gekomen voor gedetineerden die op de sanctielijst staan, zodat zij net als anderen aankopen kunnen doen in de gevangeniswinkel.

Of de gevangenis in Vught vervolgd gaat worden, is dus nog onduidelijk. Intussen heeft het gerechtshof wel geoordeeld dat het OM niet ontvankelijk is in de zaak van Barbara Z. Volgens de rechters is het ‘apert onredelijk’ deze vrouw te vervolgen voor het overboeken van geld op een gevangenisrekening. De sanctielijst terrorisme is bedoeld om te voorkomen dat geld wordt gebruikt om ontwrichtende aanslagen te plegen, aldus het gerechtshof. ‘Dat staat wel ver af van de mogelijkheid voor een gedetineerde om hagelslag en deodorant aan te schaffen in de winkel van de penitentiaire inrichting.’

Oud-directeur over de zwaarste regimes in Vught

Volgens voormalig directeur Yola Wanders van de PI Vught wordt het radicaliseringsproces van gevangenen op de terrorismeafdeling soms versterkt door kortzichtige politieke beslissingen. ‘Mensen voelen zich achtergesteld als je zegt: die moordenaar verderop mag wel op zijn spelcomputer, maar jij hebt bruine ogen, jij zit op de terroristenafdeling, jij mag dat niet. Dan ontstaat er wrok en grief tegen het systeem.’

Meer over