Gevangene in haar eigen huis

Nuri Ali, een Nederlandse moslima, vluchtte samen met haar zoontje uit Londen. Nu dreigt ze terug te worden gestuurd naar haar Taliban-man....

‘Puur omwille van de religie’ is Nuri Ali (26) in 2006 naar Engeland gegaan om daar met een man, die ze alleen kende van het internet, ‘islamitisch’ te huwen. Nauwelijks twee jaar later is de Nederlandse bekeerlinge de ‘Talibanachtige toestanden’ waarin ze in Londen terecht was gekomen, ontvlucht.

Ze zit met haar zoontje op een schuiladres in Nederland. De Centrale Autoriteit wil haar via de Nederlandse rechter dwingen naar haar ‘slavenbestaan’ in Londen terug te keren. Een aanklacht wegens ontvoering hangt boven haar hoofd. Maar Nuri is vastbesloten. Ze gaat ‘nooit meer’ naar haar Taliban-man terug.

Op haar geheime adres vertelt Nuri dat ze tien jaar moslim is, en bereid is ‘alles voor mijn religie te doen’. Ze heeft fouten gemaakt, eerder in haar leven. Door een vriendje te kiezen, omdat hij er goed uitzag en een goede babbel had. Ze kwam erachter dat hij weliswaar moslim was in naam, maar niet in zijn daden. Nuri: ‘Vanuit de islam verdient de vrouw veel respect. Daar zag ik bij hem niets van terug.’

De relatie strandde. Nuri raakte ervan overtuigd dat ‘het niet goed is een partner te kiezen vanwege zijn uiterlijk of zijn geld’. Ze voelde dat ze voortaan haar ‘hele leven, hart en vertrouwen in Allah moest leggen’.

Op internet liep ze een Brits-Indiase moslim tegen het lijf. ‘Het was op een site waar niet-moslims vragen kunnen stellen over de islam. ‘Hij en ik zaten in alles op een lijn’, zegt ze. Het klikte, de twee communiceerden – voornamelijk over religie – in het Engels.

Nuri werd op afstand verliefd op de devote Brit. ‘In de islam heb je een speciaal gebed, istikhara, dat je doet als je een belangrijk besluit moeten nemen. Ik vroeg Allah om leiding en alles wees erop dat ik naar Engeland moest om samen met hem het pad naar het Paradijs te bewandelen.’

Nuri schreef zich uit bij de Nederlandse burgerlijke stand. Vol vertrouwen reisde ze naar Engeland om daar ‘een geheel nieuw leven te beginnen’. Haar nieuwe liefde haalde haar van het vliegveld. ‘We zijn meteen doorgelopen naar de moskee. Ik had het idee dat ik hem al tien jaar kende.’ Dezelfde dag traden ze ‘islamitisch’ in het huwelijk in Leyton (Londen). Daar kreeg ze haar islamitische naam.

Nuri, die de zorg kreeg over twee kinderen uit een eerder islamitisch huwelijk van haar man, voelde zich de eerste periode in Engeland heel gelukkig. ‘Ze accepteren moslims meer dan hier. Britse oude dametjes praatten gewoon met me bij de groenteboer, terwijl ik toch een niqab (gezichtssluier, red.) droeg.’

Ze leefde in sobere omstandigheden: kale wanden, geen meubels. Ze sliep geregeld op de grond. Dat vond ze geen probleem, ze ambieerde geen luxe.

Toen ze acht maanden zwanger was, sloeg de stemming om. Haar werkloze man schreeuwde tegen zijn kinderen, ging geregeld door het lint en gaf haar de schuld van alles. ‘Als ik niet precies deed wat hij zei, schreeuwde hij: ongehoorzame vrouw.’ Hij strafte haar, sneed haar communicatie met de buitenwereld af.

Ze twijfelde aanvankelijk aan zichzelf. Beproevingen was ze ook wel gewend. In de islam word je geacht die te doorstaan, daar word je geloof alleen maar sterker van. Haar bekering bijvoorbeeld was thuis bepaald niet goed gevallen. Ze groeide op in een klein stadje buiten de Randstad in een ongelovig gezin. Haar vader noemde zich christen, maar was niet praktiserend. Haar moeder was niet religieus. Haar ouders scheidden toen ze nog jong was.

Op de openbare basisschool leerde ze twee moslimkinderen kennen. Die wekten haar interesse voor dat geloof. Zij vierden het Suikerfeest, het Offerfeest, vastten tijdens de Ramadan en hadden het vaak over zaken die haram (slecht) of halal (toegestaan) waren. Tijdens de Ramadan kwam ze bij die kinderen thuis. ‘Adembenemend’ vond Nuri de sfeer. Vooral het reciteren van de vader uit de Koran.

Ze wilde alles weten over de islam, de Koran, de profeet. Op haar 16de bekeerde ze zich, stiekem bij een oudere moslima thuis. Op haar 18de kreeg ze van een vriendin haar eerste hoofddoek. Haar metamorfose voltrok zich in het diepste geheim. Ze was bang dat haar moeder haar op straat zou betrappen en haar hoofddoeken en islamitische boeken zou verbranden. Ze had alles verstopt tussen de kleding in haar kast.

Jaren las, bad en vastte ze heimelijk. Ze had voortdurend onenigheid met haar moeder, totdat zij de situatie accepteerde. Ze was ervan overtuigd geraakt dat de bekering van haar dochter geen pubergril was. En dat Nuri, ondanks het andere geloof en de andere kleding, nog altijd het meisje was met wie ze ‘kon lachen en gek kon doen’.

Aan Nuri’s Londense beproeving kwam echter geen einde. Na de geboorte van haar zoon ‘werd het van kwaad tot erger’. Overal moest ze toestemming voor vragen. Ze had geen eigen inkomsten. Geld dat vanuit Nederland werd opgestuurd, werd meteen ingepikt. Ze mocht de deur niet uit zonder zijn goedkeuring. Geen extra flessenvoeding kopen voor de baby, die hele nachten huilde van de honger en alleen ‘natuurlijk’ aan de borst mocht. Een bemiddelingsgesprek bij de moskee, waarbij haar man volgens Nuri de mantel werd uitgeveegd door de imam, hielp niet.

Haar zoontje mocht geen geluid maken. Hij dreigde met geweld. Ze raakte volstrekt geïsoleerd, een gevangene in haar eigen huis. Ze kon niet slapen, niet eten, zich nergens op concentreren. ‘Heel voorzichtig probeerde ik hem duidelijk te maken dat ik het niet meer trok.’ Zowel haar situatie als die van haar kind werd ‘ondraaglijk’. Ze bad tot Allah, waarna het gevoel overheerste dat ze daar weg moest.

Vluchten was niet makkelijk, hij was bijna altijd thuis. Op een dag – hij had een sollicitatiegesprek – greep ze haar kans. Ze moest vlug handelen. Ze pakte een luierzak, stopte daar wat spullen in: haar koran, wat boeken, brieven. Ze ging nooit naar buiten zonder toestemming. Maar ze wist: het is nu of nooit.

Met steun van moslima-netwerken in Engeland en Nederland, slaagde Nuri er in te vluchten. Op 31 maart landde ze op Schiphol. ‘Zusters’ in Engeland brachten haar naar het vliegveld en regelden tickets voor haar. Het Nederlandse netwerk haalde haar van het vliegveld, zorgde voor een woning, meubels, kinderkleding en begeleidde haar naar een arts. Die trof een ‘bleek en mager klein kind’ aan, dat ziek en ondervoed was en er ‘jonger uitzag dan zijn kalenderleeftijd’.

Deze maand viert haar zoontje zijn eerste verjaardag. Hij is met sprongen vooruit gegaan, is vrolijk, begint te brabbelen. Bijna vier maanden is Nuri nu in Nederland. Haar man is naar haar op zoek. Hij heeft een advocaat ingeschakeld en eist haar terugkeer. E-mails die de Volkskrant heeft ingezien, worden steeds dreigender van toon. Aanvankelijk smeekt hij Nuri thuis te komen. Later stuurt hij een mail van 21 A4’tjes vol met citaten van islamitische geleerden. Hij schrijft dat ze islamitisch dwalend is, omdat ze – zonder zijn toestemming – zijn woning heeft verlaten, zijn zoon aan zijn gezag heeft onttrokken, en zonder mahram (verplichte mannelijke begeleider volgens de islam) naar een ander land is gereisd. Terwijl zij ook zonder mahram naar hem toe was gegaan.

Volgens de geciteerde geleerden heeft de vrouw ‘de plicht haar man te gehoorzamen’. Ze mag niemand in haar woning laten ‘aan wie haar man een hekel heeft’. Ook geen familie. Het citaat dat Nuri het meest afschrikt is dat de vrouw een slaaf en gevangene is van haar echtgenoot en hij het recht heeft het contact met haar ouders te verbreken.

Ze heeft inmiddels bij de Unit Multi-etnisch Politiewerk melding gemaakt van het ‘naar eerwraak neigende’ gedrag van haar man, die haar familie, haar vriendinnen en een Nederlandse stichting die opkomt voor moslima’s in nood, telefonisch stalkt.

Vanwege dat ‘obsessieve gedrag’ van de ‘Britse Taliban’ wil de stichting anoniem blijven. ‘We zijn bang dat hij hier straks op de stoep staat’, zegt een woordvoerster. Ze hoopt dat de Nederlandse autoriteiten Nuri niet ‘terug naar de hel’ sturen. ‘Dat druist in tegen de vrouwenrechten’, aldus de woordvoerster. Nuri kan een voorbeeld zijn voor andere moslima’s die plompverloren in een islamitisch huwelijk duiken. ‘Ze is niet de enige, er zijn er veel meer.’

Meer over