Gevangen tussen fabrieksmuren voor bruidsschat

Het Indiase KPR Mill vervaardigde kleding voor H & M en C & A. Het personeel werkt er onder barre omstandigheden....

Door Ana van Es

Chitra (19) was stiekem vereerd dat de wervingsagent van KPR Mill, meneer Muti, de moeite nam om bijna elke dag bij haar langs te komen. Hij gaf niet op voordat Chitra had gepraat met haar nichtje, dat al bij KPR Mill werkte. Het nichtje overtuigde haar om ook bij deze fabriek te komen. ‘We krijgen hier drie keer per dag te eten en zijn gelukkig’, beloofde ze.

In 2005 ging Chitra, toen ruim 14 jaar oud, aan de slag in de spinnerij van de vestiging van KPR Mill in Indiampalayam. Ze woonde in een hostel op het fabrieksterrein en mocht na werktijd niet weg, behalve soms op zondag, onder begeleiding. Twee keer per jaar kon ze acht dagen met vakantie naar familie. Door de vochtige hitte en de katoenvezels die ze inademde had ze het soms benauwd. Chitra hield vol, want na drie jaar bij KPR Mill zou ze een groot geldbedrag krijgen: 30.000 roepie (500 euro), genoeg om haar bruidsschat te betalen.

Sumangali-werksters, worden meisjes als Chitra genoemd, omdat de beloofde bonus aantrekkingskracht uitoefent op ongetrouwde meisjes (‘sumangali’ in het Tamil). Officiële cijfers ontbreken, maar volgens een plaatselijke ontwikkelingsorganisatie, Serene Social Services Society, werken alleen al in de omgeving van Tirupur, een belangrijke textielstad op een uur rijden van Coimbatore, 21.000 meisjes onder het sumangali-systeem. In heel de deelstaat Tamil Nadu gaat het vermoedelijk om een veelvoud daarvan.

De meisjes worden gerecruteerd uit afgelegen dorpen in Tamil Nadu, waar de grond te droog is voor akkerbouw. Hun ouders kunnen de middelbare school niet betalen. Het aanbod van een wervingsagent van de textielfabrieken komt daarom als geroepen. Werken in een fabriek geeft status: er is airconditioning en je huid blijft licht. Ze krijgen weliswaar veel minder betaald dan het Indiase minimumloon, maar na drie jaar is er de bonus voor hun bruidsschat.

In India knijpt iedereen een oogje dicht voor het sumangali-systeem. Vakbonden accepteren deze meisjes vaak niet als lid. ‘Dat is niet de wet, maar wel de praktijk,’ zegt een vakbondsman. Lokale ontwikkelingsorganisaties hebben veel informatie over de arbeidsomstandigheden en organiseren soms publieke bijeenkomsten. Maar ze zijn huiverig om hun bevindingen te publiceren, uit angst voor bedreigingen en ‘gedoe’. En de overheid grijpt niet in omdat de textielindustrie, motor van de plaatselijke economie, verlegen zit om goedkope arbeidskrachten.

Het systeem is vooral populair bij katoenspinnerijen, waarvan Tamil Nadu er de meeste van heel India heeft. Katoen wordt hier gekaard, tot draad gesponnen en vervolgens bij een stof- of kledingfabriek afgeleverd. Daarom is het lastig om een relatie vast te stellen met een westerse afnemer. Indiase fabrieken maken bovendien vaak gebruik van een exportbedrijf onder een andere naam. Ook de meisjes worden soms door een speciaal wervingsbureau uitbetaald.

Bij KPR Mill, waar Chitra kwam te werken, is de relatie met Westerse afnemers wel duidelijk. Het beursgenoteerde bedrijf is, met een jaaromzet van 130 miljoen euro en 9.000 textielarbeidsters verdeeld over vijf vestigingen, een grote speler in Tamil Nadu. KPR Mill heeft alles in huis, van katoenbewerking en het maken van stof tot het vervaardigen van kleding. Alle kleding die het bedrijf maakt, is bestemd voor export.

Volgens KPR betalen ze de meisjes minimaal 3.450 roepie (57 euro) per maand, waar dan circa 1.000 roepie afgaan voor kost en inwoning. Maar Chitra verdiende volgens eigen zeggen maximaal slechts 1.300 roepie per maand (21 euro). Dat is minder dan eenvierde van het minimumloon voor een textielwerkster in India.

Het is gebruikelijk dat de meisjes hun salaris moeten afstaan aan hun familie, omdat die zo arm zijn dat ze alle extra inkomsten kunnen gebruiken. Soms krijgen de meisjes zakgeld, om snoep van te kopen. Ook Chitra mocht het geld niet zelf houden. Haar vader kwam het ophalen. ‘Het was niet veel,’ zegt hij verontschuldigend. ‘En we moesten kleding en verzorgingsmiddelen voor haar betalen.’

Palanisamy Nataraj, directielid van KPR Mill, is trots op zijn arbeidsmodel. ‘Meisjes krijgen hier kansen die Indiase meisjes normaal niet krijgen. Voor plattelandsmeisjes is het een grote stap vooruit om hier te mogen werken. Thuis moeten ze brandhout rapen en voor het vee zorgen. Terwijl ze hier zijn, arrangeert de familie een huwelijk.’

Bij de vestiging van KPR Mill in Arasur, een ommuurd complex vlak buiten Coimbatore, zitten na lunchtijd honderden identiek geklede meisjes in een aula. Ze nemen eerst een gebedshouding aan, en geven dan gehoor aan iemand die vanaf een podium commando’s roept. Ze gaan staan, gooien hun armen omhoog, buigen naar voren, draaien naar links, naar rechts, en gaan weer zitten, alles synchroon. Daarna marcheren ze naar hun werkplek. Dit ritueel herhaalt zich twee keer per dag.

‘Bij meisjes is het gemakkelijk om discipline te handhaven,’ zegt financieel directeur Kumar als hem wordt gevraagd waarom bij KPR Mill vrijwel alleen vrouwen in uitvoerende functies werken. ‘We vinden het niet goed als ze het complex verlaten. Jongens zouden zich nooit bij die regel neerleggen, die willen de straat op, altijd maar meer vrijheid. Meisjes zijn gewoon blij met wat je ze geeft.’

Volgens Kumar zou het cultureel onacceptabel zijn als zijn werkneemsters zomaar het terrein zouden mogen verlaten. ‘Ze zijn ongetrouwd, weet je. We moeten hen veiligheid bieden.’

Alle in totaal 9.000 textielarbeidsters van KPR Mill wonen in hostels op het terrein. Het hostel van Arasur ziet er goed onderhouden uit, met een ruime binnenplaats. De woonruimtes zijn wel klein, met matten om op te slapen.

Dat de meisjes nauwelijks contact hebben met de buitenwereld, biedt ook een ander voordeel, zo blijkt. Directeur Nataraj: ‘Vakbonden maken geen enkele kans om binnen te komen.’ Volgens Kumar geven vakbonden veel onrust. ‘Elders zijn textielfabrieken gesloten door toedoen van vakbonden. Wij bieden de meisjes alle faciliteiten. Waarom zou je dan nog vakbonden nodig hebben?’

Nataraj zegt dat de meisjes na drie jaar nu een bonus van 40.000 roepie mee krijgen. ‘Je kunt het zien als spaargeld dat wij inhouden op hun loon. Het helpt ze om te trouwen. Vrouwen moeten daar in onze cultuur veel voor betalen.’

Westerse klanten zouden geen moeite hebben met deze manier van werken. ‘Veel potentiële klanten worden aangetrokken door onze faciliteiten en ons unieke arbeidsmodel’, zegt Kumar. Desgevraagd showt hij de kleding die C & A en H & M in zijn fabriek laten maken – een herensweater, een rood poloshirt en een kinderlegging.

C & A en H & M beëindigden eerder – in respectievelijk 2007 en 2009 – de samenwerking met KPR Mill vanwege de slechte arbeidsomstandigheden. Pas toen ze dit jaar opnieuw werden benaderd door Quantum Knits, een volledige dochteronderneming van KPR Mill, gingen ze weer met het bedrijf in zee.

In de meeste textielfabrieken in Tamil Nadu zijn werktijden van twaalf uur heel gewoon. Maar KPR stelt dat de meisjes nooit meer dan acht uur per dag werken. De resterende tijd wordt besteed aan het volgen van onderwijs, yoga- of computerles. Er zijn vier computers voor duizenden meisjes. Op het terrein is een zwembad, dat tijdens het bezoek van de Volkskrant niet werd gebruikt, volgens personeel omdat er ‘mannelijke bezoekers’ op het terrein aanwezig zijn.

Chitra bevestigt dat er computer- en yogaklassen worden gegeven, maar zelf was ze daar na werktijd te moe voor. Op vrijdag en zaterdag werkte ze namelijk twaalf in plaats va acht uur per dag. ‘Ter compensatie, zodat we een dag per week vrij konden zijn.’ Die vrije dag ging overigens voor een groot deel op aan het schoonmaken van het hostel en het wassen van kleding. Uitstapjes buiten de poort waren er zelden bij.

Op de werkvloer bewerken meisjes balen katoen met grote machines. KPR Mill verstrekt hen mondkapjes, een soort grote zakdoeken, maar die dragen ze liever niet, vanwege de vochtige hitte op deze afdeling. ‘Van die maskers krijg je het benauwd,’ aldus Chitra. Volgens Kumar worden voor dit zware werk alleen meisjes vanaf 18 jaar aangenomen.

Verderop, in de spinnerij, rolschaatsen meisjes over de vloer langs de spinmachines. Op deze manier kunnen ze de machines sneller controleren dan wanneer ze zouden lopen. Acht uur per dag rolschaatsen is voor meisjes fysiek slopend, waarschuwt een lokale ontwikkelingsorganisatie. Volgens Kumar gebeurt het rolschaatsen vrijwillig. ‘Rolschaatsen verbetert de efficiency met 65 procent. De meisjes krijgen een uitgebreide training. Als ze niet meer willen, dan accepteren we dat ook.’

Lakshimani (22) kan haar vingers niet buigen. Het is net alsof ze reuma heeft. Toen ze 17 jaar was, kwam ze in dienst bij KPR Mill in Indiyampalayam. Voor die tijd hielp ze haar familie op het land. Net als Chitra werd ze benaderd door een wervingsagent van het bedrijf. ‘Er kwam een man langs, en die beloofde 30 duizend roepie als ik daar drie jaar zou werken.’

Nadat ze anderhalf jaar als schoonmaakster in de fabriek had gewerkt, werd ze ziek en moest ze noodgedwongen stoppen. Lakshimani is zichtbaar gehandicapt, maar de oorzaak daarvan is onduidelijk. ‘Het komt door de chemicaliën waarmee ze moest schoonmaken’, zegt ze zelf. Volgens haar oom is de hitte in de fabriek de boosdoener.

Na haar vertrek kreeg Lakshimani het tot dusver opgebouwde geldbedrag van 15 duizend roepie niet mee naar huis. Bij veel textielfabrieken die een sumangali-systeem hanteren, lijkt het niet uitbetalen van de bonus in dergelijke gevallen eerder regel dan uitzondering. Het vormt één van de bezwaren die ontwikkelingsorganisaties en westerse kledingbedrijven tegen deze werkwijze hebben.

Bij KPR Mill krijgen de meisjes geen arbeidscontract, wat het lastig maakt om achteraf te controleren wat hen precies is beloofd. Maar tijdens een bezoek aan de fabriek in Arasur ontkent Nataraj de beschuldigingen. ‘Meisjes krijgen altijd hun deel, ook als ze eerder weggaan, wat daar ook de aanleiding voor is.’

Pas toen Lakshimani haar verhaal vertelde op een openbare bijeenkomst van voormalig sumangali-werksters in Chennai, bood KPR haar opeens een schikking aan, vertelt ze. Ze zouden 12 duizend roepie betalen. Bij de vrouwencommissie van de rechtbank in Chennai probeert Lakshimani nu alsnog het resterende geld te krijgen. Ze woont bij haar oom in huis.

Bij de textielbedrijven worden meisjes vaker ziek, beweren medewerkers van lokale NGO’s die zijn verenigd in de Coalition Against Sumangali Scheme. Een aantal werkneemsters van KPR is volgens deze organisatie met voedselvergiftiging opgenomen geweest in het ziekenhuis. Volgens een lokale krant zou een meisje zijn overleden. In een lokale Dalit-gemeenschap, traditioneel de kastelozen in India, leidde de affaire tot grote woede tegen KPR Mill.

Bestuurder Nataraj van KPR noemt de verhalen valse aantijgingen. ‘De vakbonden haten dit systeem, want ze verliezen hun macht. Daarom verzinnen ze dit soort verhalen.’

Chitra maakte de drie jaar bij KPR Mill vol en ontving de beloofde 30.000 roepie. Maar ze kreeg niet de kans om dat aan een bruidsschat uit te geven, want kort na haar vertrek uit de fabriek kreeg ze buikpijn. In een plaatselijk ziekenhuis werd ze geopereerd. Artsen vonden een prop katoenvezels in haar darmen, vermoedelijk binnengekregen tijdens het werken met ruwe katoen zonder beschermingsmasker. Al het geld ging op aan de operatie. Haar gearrangeerde verloving werd afgeblazen.

Reacties van H & M en C & A
H & M en C & A hebben de gelegenheid gekregen om te reageren op de bevindingen van de Volkskrant inzake KPR Mill.

H & M is vrijdag een onderzoek begonnen naar de werkwijze van KPR Mill. Wanneer H & M een sumangali-systeem constateert, zal zij de samenwerking met dit bedrijf beëindigen.

C & A heeft drie verklaringen afgegeven. In de eerste schriftelijke verklaring stelt het modewarenhuis dat zij in de veronderstelling verkeerde zaken te doen met een ander bedrijf, Quantum Knits. Pas onlangs ontdekte C & A dat dit een volle dochter is van KPR Mill. C & A stelt in mei 2007 haar zakenrelatie met KPR te hebben beëindigd, nadat aanwijzingen voor het bestaan van een sumangali-systeem aan het licht waren gekomen.

In een tweede verklaring stelt C & A dat er bij KPR alleen een proefzending van dertig kledingstukken is vervaardigd. De eigenlijke order, 58 duizend herentruien, zou afgelopen week zijn geannuleerd, omdat de arbeidsomstandigheden bij het bedrijf ‘verdacht’ zijn.

Ten slotte stelde C & A vrijdag in een telefonische verklaring dat de afdeling communicatie zich aanvankelijk heeft vergist: C & A heeft bij nader inzien nooit orders geplaatst bij KPR Mill, ook niet voor mei 2007.

Meer over