Getuigen van de shoah EGODOCUMENTEN LEGGEN EMOTIES EN FEITEN VAST

'NOOIT VERGETEN' wordt vaak als dwingend motto meegegeven aan oorlogsliteratuur die rond mei verschijnt. De Franse historicus Henry Rousso heeft onlangs het verlammende effect van deze rituele bezwering gehekeld in een behartenswaardig boekje, dat niet voor niets de titel La hantise du passé ('De obsessie met het verleden') draagt....

Bovendien twijfelt hij aan de pedagogische waarde ervan. De lectuur van de mei-oogst van dit jaar doet inderdaad de vraag rijzen of het morele schokeffect dat die teweegbrengt, zal verhinderen dat het weer gebeurt. Maar zulke overwegingen mogen de overlevenden natuurlijk nooit ervan weerhouden hun verhaal te vertellen.

Sommige overlevenden schrijven op wat ze zich herinneren. Zo vertelt Jacob van Gelder in Naar de hel. . . en terug vooral over zijn kampervaringen in Auschwitz.

Een andere manier van herinneren is de confrontatie met de 'schuldige plaatsen' of met de lotgenoten uit die periode. In Een klaagmuur in Rijssen gaat Wiesje de Lange met haar Israëlische zoon op zoek naar de omgekomen familieleden. Het is een wat larmoyante zoektocht, waarbij het meer om de emoties van nu lijkt te gaan dan om de gebeurtenissen van toen.

Om die gebeurtenissen is het Merlyn Frank wel te doen in haar reconstructie van het leven van de moeder die ze nooit heeft gekend: Koosje - Een dinsdagskind. Koosje Frank werd samen met haar man bij aankomst in Sobibor vergast, nadat zij nog kans had gezien op het station in Utrecht haar baby Merlyn aan wildvreemden mee te geven.

Maar ook haar boek heet een roman. De lezer die geïnteresseerd is in wat er toen werkelijk gebeurde, heeft het meeste baat bij de authentieke egodocumenten, de brieven of dagboeken die tijdens de oorlog of kort daarna zijn geschreven. Zo'n egodocument lijkt Josl Rakover wendt zich tot God te zijn.

De Poolse gettostrijder Josl Rakover schrijft tijdens de laatste uren van de opstand van het getto van Warschau een brief aan God. Deze brief zal hij in een flesje in de muur stoppen alvorens zich met benzine te overgieten. Het is echter niet Josl Rakover die deze brief heeft geschreven, blijkt uit het nawoord, maar de Litouwse jood Zvi Kolitz. Hij deed dat zestien maanden na het einde van de oorlog tijdens de strijd van de joden om een beschermd vaderland in Palestina. Het boek blijkt een pseudo-egodocument.

In hoeverre zijn pseudo-egodocumenten nodig om inzicht te verschaffen in de shoah? Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in verschillende Oost-Europese getto's de gebeurtenissen zo nauwkeurig mogelijk gearchiveerd, opgetekend en in flessen, jampotjes of melkbussen begraven, om zo deze joodse gemeenschappen voor de vergetelheid te behoeden. Slechts een deel daarvan is na de oorlog ontdekt en vaak pas veel later gepubliceerd.

Deze directe getuigenissen uit de 'bibliotheek van de ondergang' doen twijfelen aan de pretentie in het nawoord van Kolitz' boek dat Rakovers brief in zekere zin een hoger waarheidsgehalte heeft dan een authentiek ooggetuigenverslag. Ook van een ander pseudo-egodocument, Wolfgang Koeppen's indrukwekkende roman Jakob Littners aantekeningen uit een aardbol (Toth; 1993), geschreven twee jaar na Rakovers brief, werd vaak beweerd dat het waar was zoals alleen fictie waar kan zijn en in die zin een scherper inzicht verschaft in de jodenvervolging.

Maar wie bijvoorbeeld Het opgedoken boek (Van Gennep; 1993) van Simcha Guterman kent, heeft Rakovers brief niet meer nodig om diens vragen aan God gesteld te zien. Evenmin hoeft men dan het verhaal van de Duitse romancier Koeppen te lezen om te weten hoe het was het jachtobject van de nazi's in Oost-Europa te zijn.

De Poolse jood Guterman stopte zijn op kleine reepjes papier geschreven verslag van de vervolging van de joden uit Plock in flessen die hij her en der verstopte tot hij in 1944 bij de opstand van Warschau omkwam. Slechts een van zijn manuscripten werd in 1978 gevonden en in vele talen vertaald, omdat het tot de overtuigendste ooggetuigenverslagen van de jodenvervolging behoort. Als zodanig maakt het de eerder gepubliceerde pseudo-egodocumenten overbodig, hoe interessant deze in andere opzichten ook mogen zijn.

De aantekeningen van Jozef Hilel Borensztajn, een naar Nederland geëmigreerde Poolse jood, werden pas onlangs door zijn zoon ontdekt en uit het Jiddisch vertaald: Dagboek 1943-1945. Evenals voor de kroniekschrijvers van de getto's stond voor Borensztajn vast dat hij de plicht had datgene wat hij gezien had verder te vertellen. De gedachte dat er niemand zou overblijven die daarover na de oorlog getuigenis zou kunnen afleggen, kwelt hem zelfs meer dan wat ook.

Zijn nuchtere beschrijvingen van het leven in Westerbork, Theresienstadt, Auschwitz en de werkkampen zijn minder door de tijd gefilterd dan de veel later geschreven herinneringen van bijvoorbeeld Jacob van Gelder, die ontsierd worden door overdrijvingen. Evenals Borensztajn het onnodig vond wat hij zag ook nog eens 'de hel' te noemen, zijn voor de recensent adjectieven als 'indringend' of 'beklemmend' bij het lezen van zoveel gruwelijkheid ontoereikend.

De kwantiteit van het leed is bij de waardering van egodocumenten over de shoah trouwens nauwelijks van belang. De ervaringen van Borensztajn en Van Gelder in Polen overtreffen in fysieke wreedheid die van de joodse vluchtelingen Adele en Wilhelm Halberstam. Toch zijn de brieven 'Lieve kinderen. . .' die de Halberstams van 1939 tot 1943 vanuit Amsterdam aan hun naar Chili geëmigreerde kinderen schreven, er niet minder indrukwekkend om.

Ondanks de optimistische toon van Wilhelm Halberstam sijpelt in elke brief door hoe deze bejaarde mensen weer wat van hun vrijheid hebben moeten afstaan en elke keer weer wat geïsoleerder zijn geraakt. Vele van hun kennissen verkiezen de Duitsers voor te zijn en maken een eind aan hun leven. Anders dan Adele blijft Wilhelm de vergassing in Auschwitz bespaard; hij sterft in Westerbork. Door de Duitsers tot de bedelstaf vervallen hadden zij nooit het fel begeerde visum voor Chili kunnen bemachtigen. In deze brieven wordt de geschiedenis verbonden met de persoonlijke geschiedenis en worden het subjectieve, het discrete en het vluchtige tot leven gewekt.

Rob van Olm ten slotte vulde een lacune door de geschiedenis van een verzetsgroep te beschrijven waarover weinig bekend is, maar die verantwoordelijk was voor liquidaties van enkele belangrijke collaborateurs en nazi's in Nederland. In Recht, al barste de wereld probeert hij meer te weten te komen over de Amsterdamse verzetsgroep CS-6 en in het bijzonder over de studente Reina Prinsen Geerligs, die in de herinnering voortleeft vanwege de naar haar vernoemde literaire prijs. Helaas slaagt Van Olm daarin maar ten dele. Over deze op jonge leeftijd gefusilleerde Nederlanders valt nu eenmaal niet zo veel meer te vinden dan wat anekdotes.

Wel had hij beter even de delen van De Jongs geschiedschrijving over Nederland in de Tweede Wereldoorlog kunnen raadplegen. Niet alleen om deze groep meer in de context van de Duitse bezetting te plaatsen, maar ook om hem te behoeden voor een blunder als zouden de Duitsers Oelschlägel en Wehner vlak na de oorlog door verzetsstrijders zijn neergeschoten. Deze Duitsers waren al tijdens de laatse oorlogswinter geliquideerd. De monumenten op de Apollolaan en het Weteringplantsoen in Amsterdam herinneren aan de gijzelaars die daar zijn gefusilleerd als Duitse represaille voor deze liquidaties.

Dick van Galen Last

Jacob van Gelder (Ben Dror): Naar de hel... en terug - Het beest in de mens.

De Nieuwe Haagsche; 133 pagina's; * 27,-.

ISBN 90 72766 40 7.

Wiesje de Lange: Een klaagmuur in Rijssen.

Kok Voorhoeve; 116 pagina's; * 22,50.

ISBN 90 297 1566 9.

Merlyn Frank: Koosje, een dinsdagskind.

Conserve; 138 pagina's; * 29,95.

ISBN 90 5429 092 7.

Zvi Kolitz: Josl Rakover wendt zich tot God.

Ten Have; 89 pagina's; * 24,90.

ISBN 90 259 4747 6.

Jozef Hilel Borensztajn: Dagboek 1943-1945.

Ambo; 213 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 263 1395 0.

Irmtrud Wojak & Lore Hepner (redactie): 'Lieve kinderen. . .' - Brieven uit Amsterdamse ballingschap naar de Nieuwe Wereld 1939-1943.

Bert Bakker; 259 pagina's; * 39,90.

ISBN 90 351 1938 X.

Rob van Olm: Recht, al barste de wereld - Reina Prinsen Geerligs en de ondergang van de verzetsgroep CS-6.

Conserve; 175 pagina's; * 29,95.

ISBN 90 5429 093 5.

Meer over