Getto-kids malen de leraren fijn

Alleen hardgekookte leraren houden orde in moeilijke klassen, registreerde socioloog Bowen Paulle...

Door Gerard Reijn

De eerste dag de beste dat Bowen Paulle die school in de Amsterdamse Bijlmermeer bezocht, zag hij hoe hard het leven daar was: een ervaren leraar werd fijngemalen door zijn klas. 'Die man kon het gewoon niet aan. De leerlingen gingen grappen maken, of lieten hem gewoon maar praten. Ze scholden elkaar uit. Of ze riepen naar elkaar: ik sla je op je bek. Die man kwam vrijwel niet aan lesgeven toe.'

Het had schokkend kunnen wezen, ware het niet dat Paulle net een paar jaar had lesgegeven aan een zwarte school in de New Yorkse wijk The South Bronx. Daar was hij wel erger gewend.

Hij zat zelf ook in de Bronx op school. 'Wij woonden in Manhattan. Ik vond mijzelf heel goed in basketball, te goed voor op een blanke school. Mijn vader was nog profbasketballer geweest in Europa en ik wilde ook basketball spelen. Zo kwam ik op een katholieke, zwarte school in de Bronx.

'Dat katholieke, maar vooral het schoolgeld van een paar duizend dollar per jaar, maakte die school selectief, veel braver dan de public schools. Maar ik was er wel bijna de enige met een blanke-middenklasseachtergrond .'

Hier werd zijn belangstelling voor achterstelling geboren. Hij maakte er kennis met de merkwaardige kenmerken van de Amerikaanse rassenscheiding: die had weinig met kleur te maken.

'Bowen, you are not white', kreeg hij regelmatig te horen.

Na de middelbare school ging hij naar een 'super-elitair' college in Boston, maar telkens als hij terugkwam in New York hoorde hij hoe het zijn vrienden van die relatief brave zwarte school in de Bronx verging: 'Die heeft iemand neergeschoten en zit vast.' 'Die is opgepakt voor drugshandel.' 'Die is neergeschoten in North Carolina.'

'Ik realiseerde me wat het verschil was tussen hen en mij. Het waren gewoon slimme kerels, die wilden ook naar college. Maar ik kwam uit de middenklasse. Ik had economisch kapitaal meegekregen, maar ook cultureel kapitaal. Bij ons thuis lagen Dostojevski en Shakespeare op de tafel, en The New York Times. '

Een van zijn vrienden, ook een blanke middenklasser, werkte in de Bronx op een zwarte public school vol probleemkinderen. Hij nodigde Paulle uit om eens te komen kijken. 'De meeste kinderen hier zijn schatjes', had hij gezegd, 'maar er zitten een paar rotte appels tussen.' Dat bleek maar al te waar, want deze vriend werd een paar jaar later doodgeschoten door een ex-leerling. Paulle ging op de uitnodiging in en voor hij het wist, had hij er een baan, als leraar Engels en maatschappijleer.

Strijdperk

Een baan is niet het juiste woord; het was een strijdperk, waarin hij zich elke dag staande moest zien te houden. 'Ik was totaal overdonderd. Van mijn voeten geblazen. Er was emotie, stress, opwinding. Er was dag in dag uit electricity in de gang, in de lokalen. De hele school was één groot spanningsveld. Er waren gangs, er werd geflirt, er waren bijna-vechtpartijen.'

Al snel wist hij dat hij naar dat strijdperk een onderzoek wilde doen. Wat er nou écht gebeurt. Wat zich afspeelt tussen de leraren en leerlingen, tussen de leerlingen onderling. En toen hij in 1999 naar Nederland kwam, was het plan al snel gerijpt om dat onderzoek in Nederland voort te zetten en er een vergelijkende studie van te maken. Socioloog prof. dr. Bram de Swaan had aan één gesprek genoeg: 'We are in business', zei de hoogleraar. 'Ik ben je promotor.'

Er waren verschillen tussen de scholen, dat is waar. Die in de Bijlmer was speelser, die in de Bronx was rauwer. Maar wat Paulle vooral opviel, waren de overeenkomsten. Zowel daar als hier werden de gebeurtenissen in de klas vooral bepaald door de dagelijkse wanorde, 'flows van emotie', informele processen en bedreiging. En aan beide zijden van de oceaan was een betrekkelijk kleine groep 'ghetto fabulous'-jongeren bepalend. Jongeren met wie in de klas nauwelijks een land was te bezeilen. Zij domineerden de anderen, onder wie de brave 'nerds'.

Slechts een enkele leraar kon orde houden, en slaagde erin zelfs in de moeilijkste klassen meer dan 50 procent van de tijd les te geven. De meesten kwamen niet verder dan een 30 procent, sommigen moesten al genoegen nemen met een paar minuten.

Wat voor leraren waren succesvol? 'Het had niet te maken met imposant voorkomen. Ik heb grote, zwarte kerels gezien die het niet konden, maar ik bespreek in mijn boek ook een kleine Hindoestaanse die het wel had. En een kleine, onooglijke blanke met een baard. Het is moeilijk uit te leggen hoe zij het deden. Zij managen het emotionele klimaat in de klas, ze grijpen in voordat er iets gebeurt. Ze gooien hun hele wezen erin, hun hele persoon. Ze stoppen er enorm veel energie in.'

Concreter? 'Ik zag zo'n leraar in een situatie waar het dreigde mis te gaan, en die duikt op een leerling af. Gezicht vlak voor hem. En hij schreeuwt. 'Wat kom je hier doen man?' Heel hard, heel veel energie. Maar diezelfde man kon ook heel zacht zijn, lijfelijk aardig. (Paulle geeft een vriendelijke duw tegen de schouder) Hé buddy, gaat ie? Heel dichtbij, lijfelijk.

'Het is niet alleen maar een machtsstrijd, maar ook een grote emotionele betrokkenheid. Als het goed gaat, zijn deze leraren heel aardig, maar zodra er iets fout dreigt te gaan, zie je een automatische metamorfose. Dan worden ze kil, keihard. Dan maken ze die kinderen af. Dan zijn ze hun worst enemy. Maar pas op: zij zijn wel de populairste leraren.'

Is dat te leren? 'Heel moeilijk. De kinderen voelen het aan, binnen een paar minuten. Zoals een nieuwe hond bij een koppel husky's. De troep voelt meteen aan of die nieuwe straks hun collega is of hun eten. Ik heb gezien hoe het zou moeten, ik heb het geanalyseerd, en ik heb het ook geprobeerd. Maar de klas had het onmiddellijk door. He's a fraud. Ze vraten me op.'

Dat is erg somber. Je kunt vaststellen wat een goede leraar doet, maar het is niet te leren. 'Het is niet zo dat je er niets mee kunt. Waar het om gaat, is die emotionele betrokkenheid en het scheppen van duidelijkheid. Die kinderen vonden heel belangrijk dat bij die leraren alles duidelijk was. Je kunt er als school een regime voor creëren. Ik gebruik dat woord bewust. In Amerika komen steeds meer scholen op met een haast militair karakter.

Military academies.

Compleet met marcheren, met push-ups en met drill sergeants. Veel ouders en kinderen uit de zwarte buurten kiezen ervoor. Want daar is rust, reinheid en regelmaat. Daar zijn ze veilig.'

Een Glen Mills voor gewone leerlingen? 'Die school ken ik niet zo, maar wat is er mis met het een lichamelijke benadering? Je ziet leraren die de kunst verstaan van het orde houden, ook heel sterk het lichamelijk gedrag beheersen. 'Ga rechtop zitten, draai je om.' Religies werken met ook lichamelijke rituelen. Samen zingen, samen bewegen, processies, het wij-gevoel ervaren.'

Werken de beleidsmakers dan op het verkeerde niveau? 'Het debat wordt bepaald door de middenklasse. Het lichamelijke element en het emotionele element zijn uit dat debat. Het gaat over normen, waarden en meningen, maar daar ligt het probleem helemaal niet.

'Deze jongeren zijn vaak heel conventioneel tot conservatief. Ze zijn voorstander van religie in school, ze willen een diploma, ze willen een gezin. Het probleem ligt bij de chaos in de dagelijkse praktijk op school.'

Meer over