Gespleten persoonlijkheid in split screen

Hoe kan de wereld van een gespleten persoonlijkheid het best worden weergegeven? Regisseur Ang Lee komt in zijn Hulk met een simpel antwoord op die vraag: in split screen....

David Sneek

Vanaf het begin, lang voordat Bruce Banner zich realiseert dat in hem een monsterlijk alterego schuil gaat, maakt Lee mooi gebruik van de oude techniek, en verdeelt hij het filmbeeld in verschillende kaders. Het verstrooit de aandacht, waardoor er meer lijkt te gebeuren dan te volgen is, en roept bovendien associaties op met de origine van het verhaal: de marvel-strips.

In de stripverhalen en de daarop volgende televisieserie was Banner een fysicus die muteerde als gevolg van een overdosis radioactiviteit, maar dat is inmiddels niet meer unheimlich genoeg. De filmversie maakt van hem een bioloog, die het slachtoffer is van genetische manipulatie. Een overmoedig DNA-experiment van zijn vader vormt de basis voor zijn metamorfosen, de gammastraling is slechts een katalysator.

Banner verandert, het is bekend, wanneer hij zijn woede niet kan controleren in een groot groen monster. In Hulk betekent dat ook een gedaanteverwisseling van mens - de Australische acteur Eric Bana - naar digitaal special effect, en daar ligt het belangrijkste probleem van de film. De computerhulk is cartoonesk en beweegt en vecht als een superieure vorm van kleianimatie, een onrealistische verschijningdie op gespannen voet staat met zijn menselijke gedaante.

Lee, maker van Crouching Tiger, Hidden Dragon en The Ice Storm, is te getalenteerd om een oninteressante film te regisseren, maar de kloof die gaapt tussen de twee kanten van het personage heeft hij niet weten te overbruggen.

Eric Bana, eerder overtuigend in Chopper, speelt Banner introvert, gekweld, alsof zich een psychologisch drama gaat voltrekken, en hij surreële geheimen met zich meedraagt. Wanneer zijn duistere zijde dan eindelijk losbarst, blijkt het om niet veel meer te gaan dan een matig monster in tegenvallende actiescènes.

Meer over