Gesoigneerde heer in literair verkeer

's Ochtends tussen zes en half acht schreef hij aan zijn romans, voordat hij naar de krant ging. Schrijver, journalist en levensgenieter Adriaan van der Veen maakte er heel wat, maar de meeste zullen hem niet overleven....

Arjan Peters

OP 3 juli 1948 schreef Paul Rodenko aan Gerrit Borgers over een fusie tussen de literaire tijdschriften Podium en Criterium: 'Gesteld dat wij bij Meulenhoff terechtkomen, dan stel ik als redactie voor: Morriën, Hermans, Adriaan vd Veen (dit is toch wel een belangrijke figuur en afgezien van zijn creatieve werk hebben we wat aan hem voor onze internationale plannen: de Amerikaanse sector!).'

In zijn studie over literaire tijdschriften in de eerste jaren na de oorlog (Speeltuin van de titaantjes, 1993) haalt de neerlandicus Piet Calis deze brief aan, gevolgd door de toelichting dat Adriaan van der Veen tijdens de oorlog in de Verenigde Staten had gewoond, en sinds 1946 redacteur letteren was van de NRC.

Daar zou hij blijven tot 1979. Diezelfde krant meldde gisteren als eerste dat de journalist-schrijver Adriaan van der Veen (1916) vrijdag jongstleden in Den Haag is overleden. Een levensgenieter die twintig boeken schreef, van welke Het wilde feest (1952, Van der Hoogtprijs) en In liefdesnaam (1975, Vijverbergprijs) het bekendst zijn. In zijn necrologie somde oud-collega J.J. Peereboom trouwhartig een aantal titels op, om er aan toe te voegen: 'Al zal haast niemand zich uitvoerig herinneren wat er in stond, veel lezers hebben hem daar leren kennen.' Van zijn hand verschenen romans tot in de jaren tachtig: Alibi voor het onvolkomen hart (1983), Onvoltooid verleden (1985), Alvena (1988).

Wie kent ze? Dat is het lot van Adriaan van der Veen: een naam die wel iets oproept, maar wiens oeuvre bij leven eigenlijk al in de vergetelheid was geraakt. In de handboeken gaat een enkel compliment nooit zonder het geciteerde type twijfel, alsof men wel wist maar nooit uitsprak dat deze gesoigneerde Haagse heer geen belangwekkend literator was. Uit de literaire atlas Ik probeer mijn pen (1979): 'Van Adriaan van der Veen is zeker zijn roman Het wilde feest het vermelden waard, maar veel ander werk is ondanks het engagement van de schrijver in het half-triviale blijven steken.'

Alleen Willem Frederik Hermans maakte korte metten met 'Adriaan ''Sunshine'' Van der Veen', in Podium (1955). In het polemische artikel 'Het meccanodoosje van Adriaan van der Veen' (later opgenomen in Mandarijnen op zwavelzuur, 1964) liet Hermans zien dat je de zinnen van Van der Veens roman Wij hebben vleugels (1946) in willekeurige volgorde kon plaatsen, zonder dat dat iets afdeed aan de betekenis van de vertelling: 'Hij is geen eposschrijver, geen romanschrijver, geen novellenschrijver, geen prozaschrijver. Hij is een zinnetjesschrijver. Elke dag maakt hij er een paar, 's ochtends van acht tot negen.' In 1960 vertelde Van der Veen dat het iets anders lag: elke ochtend schreef hij van zes tot half acht aan zijn romans. Daarna wekte hij zijn gezin en ging hij naar de krant.

De als literatuur vermomde lectuur van deze 'vriendelijke vreemdeling' (zo heette een boek uit 1969) maakt weinig overlevingskansen. En zijn destijds geëngageerde opvattingen over anti-semitisme in Amerika, over uitbreiding van de legale abortus in Nederland, zijn verdediging van de lesbische Anna Blaman toen die als onzedelijk gold - het werd, het was, het is gedaan, om het met Vasalis te zeggen.

In 1938 schreef hij Oefeningen. Dat zouden het blijven.

Meer over