Geschiedenis volgens Frits Weeda

Wij lopen gezessen door de duinen en gooien af en toe een sneeuwbal. Hier en daar laat een sneeuwpop zich groeten....

Barber van de Pol

Vorige week, in de auto door de sneeuw over die ene beschikbare snelwegbaan bij Joure, begon voor mij de euforie. Zo mooi! Eenmaal in Amsterdam waande ik me zelfs in Montréal, maar het licht was anders daar. Het was weer vroeger, dat was het, ik was weer een kind, maar wat was ik groot! Hoe dan ook, iedereen op straat grijnsde van een oud-vaderlandse pret zonder een spat patriottisme. Almachtige daarboven, geef ons maar vaker zo'n week.

Het gesprek in de duinen gaat over vroeger. Er komt een reünie van het Barlaeus en daar hebben sommigen van ons iets mee. Is een van je schoolvrienden nog tot de canon doorgedrongen, ha ha? De kranten staan vanwege het Boekenweekthema vol over zowel de geschiedenis als de canon van de Lage Landen, vandaar de grap. Je kunt deze weken nauwelijks onbevangen met je tijd samenvallen. Het is of je een rol speelt in een stuk waarin waar je bij staat al het kaf van het koren wordt gescheiden.

Leven we soms om, met een variant op Mallarmé, in een geschiedenisboek te komen? Dan kunnen we het bijna allemaal wel schudden. Dan wordt dat dus als onderdeel van de anonieme groep 'volk' of 'overigen'. Door de quiz-zieke media lijkt de geschiedenis ineens vooral te bestaan uit mazen waar je naamloos door zult wegvallen. Er is veel mest nodig om een enkele orchidee te laten bloeien, juicht A. tevreden.

Vandaag vatten we alles luchtig op. Geschiedenis, dat is iets wat je overziet en waaraan je je kunt spiegelen. Er lijkt lineaire voortgang in te zitten. Over enge cycli en eventuele definitieve neergang heeft niemand het. Voor de meesten betekent geschiedenis trouwens gewoon het paradijs van je jeugd. Er zijn geen paradijzen behalve verloren paradijzen, nietwaar? Iets gewoons als geluk krijgt pas achteraf glans.

Ik zag een fototentoonstelling in het Amsterdams Gemeentearchief over 1958-1965, de tijd dat wij allemaal groot werden. Bij Frits Weeda, de fotograaf, geen gezoek naar canon of glamour, het is meer een ode aan het ware. Hij legde een Amsterdam vast dat zichtbaar in afbraak en opbouw verkeerde, zoals het dat misschien altijd is.

Het oog trok als vanzelf naar de details, naar de schillen, naar de enorme rotzooi op straat, waarvan hutten werden gebouwd en fikkies gestookt, door verwoed buitenspelende jongens met gestopte ellebogen en schuingeknipte lokken. De meisjes droegen geplooide, knielange rokken en warme, wollen vesten waarvan je de kleuren vermoedt, al is alles zwart-wit-grijs. Je ruikt avontuur. Er wordt veel bewogen op die foto's, maar de tijd is gefixeerd.

Op mijn mooiste foto staat een auto in de Van Baerlestraat 'richting Roelof Hartplein', naast een stoep met sneeuwresten. Het is het licht dat betovert, het vroege lentelicht van deze week, en het klopt: maart '63, staat daar. Ik moest toen nog in Amsterdam aankomen, maar tegenwoordig passeer ik dat punt dagelijks. Zo'n concordant in de tijd, hoe futiel ook, bezorgt je makkelijk een eeuwigheidsgevoel.

In 1987 was er al zo'n tentoonstelling van Weeda's werk, maar was die wel hetzelfde? De familiefoto's, die voor mij als ex-aangetrouwd familielid toch snoep voor de ogen moeten zijn geweest, was ik vergeten. Op de helft ervan heeft vader Jan Frits' jeugd gevangen, de andere helft is van de hand van de groot geworden zoon. Nostalgie ligt op de loer, maar met dat sentiment neemt de zoon alvast geen genoegen. '. . alles wat gebeurde, gebeurde overal. dus alles wat specifiek Amsterdam is op de foto's, inclusief de Westertoren, is toeval', staat in zijn handschrift op een groot papier dat je niet kan ontgaan. Een kunstenaar zoekt een non-positie om onbevooroordeeld te kunnen denken en kijken, schreef Coetzee. Ook Weeda abstraheert het gevoelige met lichtelijk vervreemdende perspectieven en lichtvallen. De foto's hebben een tijdloze kracht. Maar je kunt er ook herkennend naar kijken, en ja knikken. Dit is de achterkant van de geschiedenis, waar het krioelt, en die is de meesten van ons het vertrouwdst.

Meer over