Gerrit mocht graag zingen

Hij was hun vriend. En die vriend moesten ze zaterdag begraven. Filip Marsboom en Willem van Twist namen afscheid van Gerrit Komrij.

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN SCHOORL

AMSTERDAM - Ze waren wat vroeger naar Felix Meritis in Amsterdam gekomen, voor het afscheid van Gerrit Komrij. Dan konden ze tenminste in alle rust hun bloemstuk neerleggen en was er voor het eerst in hun jarenlange bewondering een tekst voor hem, en niet door hem: 'Dag lieve Gerrit.'

Zo voelde het voor Willem van Twist (67) en Filip Marsboom (48) ook, als het afscheid van een lieve vriend, en niet als het afscheid van het object van hun gezamenlijke verzamelwoede. De twee grootste Komrij-collectioneurs hadden in de zaal gewacht tot de kist over de verregende grachtengordel was gekropen en daarna geluisterd hoe een 'bibliotheek vol verhalen' over Komrij werd uitgestrooid, door Kees van Kooten, Jan Mulder, biograaf Onno Blom.

Over zijn ziekte wisten ze niet veel, dat verzweeg Gerrit liever, al hadden ze regelmatig contact. Dat 'de Opperpoeper' vorig jaar in Jakarta gegrepen werd door ernstige verstoppingen was hun lang onbekend. Spoorslags werd Gerrit overgevlogen naar Maleisië waar hij in het ziekenhuis visioenen had van zijn eigen dood en van het bericht op Teletekst: 'Gerrit Komrij overleden. Hij is ontploft in een ziekenhuis in Kuala Lumpur.'

In maart dit jaar hadden ze allebei Komrij nog ontmoet. Hij deed een toer ter promotie van zijn nieuwste boek De Loopjongen, en Filip, in het dagelijks leven journalist bij Het Laatste Nieuws, reed hem rond, van Mechelen naar Brugge, naar Terneuzen, naar Gent en Antwerpen, waar ook Willem aanschoof. De autoritjes waren speciaal, vooral als lang genoeg werd gezocht naar een zender met meezingbare liederen, zoals de evergreen April in Portugal. Want dat weet dus niet iedereen: Gerrit mocht graag zingen.

Nooit meer hetzelfde

Als 17-jarige kreeg Filip van een invalkracht op school in het Belgische Turnhout een boek van Komrij in zijn mik geduwd, Heremijntijd. Exercities en ketelmuziek. Hij had nog nooit van Komrij gehoord, of iets van hem gelezen. Wat hij hier las, was zoals hij dacht dat het moest zijn. Geen Belgisch Barok-gebrabbel, maar hier was iemand bezig een helder, prikkelend verhaal te vertellen, met een grap en een pointe, en in fabelachtig Nederlands. De volgende dag liep hij de lokale boekhandel binnen en kocht alles wat er aan Komrij stond, inclusief De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten. De literatuur zou voor Filip nooit meer hetzelfde zijn.

Een eerste ontmoeting volgde zes jaar later, in 1986, inmiddels studeerde hij letteren. Komrij was in Filips stad Antwerpen, en tijdens een signeersessie toverde Filip het manuscript van Sing Sing tevoorschijn. 'Nou nou', klonk Komrij, 'hoe komt zo'n jonge jongen aan zo'n manuscript.'

Op diezelfde signeersessie was ook Willem van Twist, die Komrijs debuut Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten van een persoonlijk opdracht wilde laten voorzien. Hij had een cartoon meegenomen waarop een signeersessie stond afgebeeld, met als onderschrift: 'En nu maar gauw doodgaan.'

Van die humor, daar hield Komrij van. Hij noemde Van Twist altijd 'de uitvinder' omdat die als docent techniek een 'vochtsensoor' had bedacht. Komrij schreef ooit De Patentwekker over een uitvinding: een brandende kaars in de bilnaad gestoken, die precies zo lang brandt als de nachtrust duurt en de wekker overbodig maakt.

'Ja, Willem, we hebben allebei een uitvinder in ons', wist Komrij.

Van Twist verzamelt alles van Gerrit - alle reguliere uitgaven, bibliofiele creaties, manuscripten, tijdschriften, kranten, films, brieven en toneelvertalingen. Een exotisch voorbeeld uit zijn verzameling: een van een Georgische professor gekregen Cyrillische vertaling van Hutten en Paleizen.

Vijf kaarsjes

Komrij hield niks speciaal voor hen achter, ze moesten er moeite voor doen, ze moesten er voor zweten, voor die verzameling. Heel af en toe mailde Gerrit 'dat er iets aan zat te komen'.

Curieus aandenken van Marsboom: vijf kaarsjes van Komrijs 65ste-verjaarsdagstaart, in een servetje meegenomen uit het pand van de Bezige Bij.

Maar veruit het allermooiste bezit van Marsboom is de regel die Komrij in maart dit jaar in De Loopjongen schreef: 'Voor mijn vriend Filip Marsboom'. Hij heeft kasten vol boeken, speciale unieke uitgaven, veelal gesigneerd, maar nog nooit had dat woord 'vriend' erbij gestaan.

Ja, ze waren bevriend - Filip voelde dat zelf al veel langer zo. Ze gingen goed en vaak samen op café in Antwerpen, gingen eten (Filip een zevengangenmenu en Komrij een half visje). Hij was in Portugal geweest, en stond altijd klaar als Gerrit weer eens door een literaire organisator aan zijn lot werd overgelaten, en bracht hem, net als Van Twist, van hot naar her.

Dat Gerrit ziek was, daar hadden ze een vermoeden van. Er was uiteindelijk contact geweest met de broer van Komrij's levenspartner Charles en die had het gezegd, een paar weken geleden: 'Het was ernstig.'

Vorige week donderdagnacht hoorde hij zijn telefoon piepen, er was een sms'je van een bevriende journalist die nachtdienst had. Gerrit was dood. Hij zette zijn computer aan, checkte het nieuws en las de bevestiging.

Hij liep naar zijn boekenkast, trok De Loopjongen eruit, en keek naar Gerrits handschrift en die ene regel. En met het boek tegen zich aan gedrukt, heeft hij geweend, ja geweend. Om de dood van de grote literator Gerrit Komrij (1944-2012), een ware vriend.

undefined

Meer over