Genoeg van alle tweede plaatsen

Dirk Kuijt is een modelprof. Toch is zijn prijzenkast leeg. Misschien is de blonde motor van Oranje en Liverpool daarom nog altijd onvermoeibaar.

Hij noemt zichzelf een 'drie- vierdagenspeler', iemand die het liefst om de drie, vier dagen een wedstrijd voetbalt. Vandaag is er een bijzonder duel van Oranje: in Rotterdam tegen Moldavië ter viering van de kwalificatie voor het EK van volgend jaar.

Het voetballeven trekt in volle vaart aan Dirk Kuijt (31) voorbij. Vandaag passeert hij de tachtig interlands, een grens die tot een decennium geleden schier onhaalbaar was voor Nederlanders.

Kuijt mocht dan niet tot de zogenaamde Grote Vier (Sneijder, Van Persie, Robben, Van der Vaart) van het WK-jaar 2010 behoren, hij speelt altijd in Oranje. Omdat hij nooit omvalt, linies in balans houdt en scoort, of hij nu spits is of hangt op de flank. Met zijn eeuwige arbeidslust, op welke akker van het voetbal ook, staat hij model voor volksclub Liverpool en het elftal van bondscoach Van Marwijk.

Het symbool van het Nederlands elftal, dat pendelt tussen de eerste en tweede plaats op de wereldranglijst, is toe aan de laatste duels van weer een indrukwekkende kwalificatiereeks, met 24 uit 8, 34 doelpunten voor en 5 tegen. 'Dit elftal is zo gretig, er straalt zo veel plezier af. Iedereen wil bij dit Oranje zijn. Het is een genot om in dit elftal te spelen.' Het is zo'n uitspraak waartoe je iedere international kunt verleiden.

Of anders deze: 'Alles moeten we doen om het maximale uit een eindtoernooi te halen; het winnen van dat toernooi. Deze groep beseft dat een paar dagen samen, elke wedstrijd, elke training, een stap is naar die doelstelling.' Voor hemzelf geldt ook: 'Ik ben genoeg tweede geworden in mijn leven. Dat telt niet. Ik ben een winnaar en dan wil je iets tastbaars hebben om later op terug te kijken.'

Want Dirk Kuijt is, grof gezegd, een winnaar zonder zilverwerk. De KNVB-beker met FC Utrecht is zijn enige prijs. Maar die lege kast is geen schrikbeeld. Voetbal is meer dan prijzen winnen. 'Ik ben overal geweest. Finale Champions League, WK-finale, bekerfinale gewonnen, tweede in de competitie met Feyenoord, tweede met Liverpool.

'Het heeft ook met geluk en details te maken. Als ik nog één goal maak in de Premier League, heb ik daarin vijftig keer gescoord voor Liverpool. Dan ben ik de vijfde Nederlander die dat lukt en de vijfde speler van Liverpool sinds de invoering van de Premier League. Dan heb je het toch over namen als Gerrard, Torres, Owen, Van Persie, Van Nistelrooij, Hasselbaink, Bergkamp. Dat doet me wat.'

Zijn fitheid helpt hem bijna fluitend door het voetballeven. Waar anderen afhaken door blessureleed, blijft Kuijt staan. Af en toe klopt hij op de tafel tijdens het gesprek. Hij wil het noodlot niet tarten. Hij is fit, gretig en net weer vader geworden, voor de vierde keer.

Nou ja, hij zit af en toe op de bank bij Liverpool en dat bevalt matig. Dat is ook een kwestie van rouleren door trainer Dalglish, nu Liverpool fors heeft ingekocht. Hij kan niet anders dan fit blijven en alles geven. Al jaren heeft hij een vast begeleidingsteam, met een fysiotherapeut en een haptonoom. 'Het mentale aspect is het belangrijkst. Voetballen is meer dan één keer per dag trainen en op zaterdag een wedstrijd spelen. Mijn begeleiders kennen mijn lichaam en de manier waarop ik sport bedrijf.

'In het hedendaagse voetbal speel je meestal om de drie, vier dagen. Toen ik net in Engeland was, leefde ik van wedstrijd naar wedstrijd. Op zaterdag een wedstrijd, zondag uitlopen, maandag een rustige training om het lichaam weer op gang te krijgen, dinsdag voorbereiding op de volgende wedstrijd, woensdag weer voetballen. Training is dan puur het onderhouden van het lichaam, al je energie sparen voor de wedstrijd.

'Nu is de trainingsintensiteit hoger, omdat we geen Europees voetbal spelen. Maar ik moet je eerlijk zeggen: ik ben een drie- vierdagenspeler. Ik denk dat het voor het voetbal in het algemeen beter zou zijn als er één wedstrijd in de week was, want dan kon je het lichaam beter laten herstellen van kleine blessures. Er gaat eigenlijk geen wedstrijd voorbij dat je geen pijn hebt. Je leeft van wedstrijd naar wedstrijd, met kleine pijntjes. Kleine pijntjes worden groter, totdat het een keer ophoudt.'

Hij verzwikte zijn enkel ernstig, vorig jaar tegen Zweden. 'Ik ben nog steeds elke dag met die enkel bezig, om zo goed mogelijk voor de dag te komen. Ik kan aan mijn rechterenkel voelen of ik mijn lichaam aan het overbelasten ben of niet. Die enkel is de zwakste plek in mijn lichaam. Als die gaat protesteren, moet ik alert zijn op de rest van mijn lichaam. Dan komen de pijntjes overal.

'Mijn fysieke gesteldheid is een kwaliteit. Ik heb een goede conditie en een goed herstelvermogen. Een hoge pijngrens misschien ook.' Hij noemt zijn blessures door de jaren heen. Linkerenkel, rechterenkel, schouder. Alle drie opgelopen trouwens bij het Nederlands elftal.

Maar als hij fit is, speelt hij in Oranje. 'Bondscoach Van Marwijk is een van de trainers die vanaf het begin onvoorwaardelijk vertrouwen in me had. Hij was de enige die het écht in mij zag zitten. Dat is belangrijk, zeker als je van FC Utrecht naar een grote club in Nederland gaat. De manier waarop hij met me omging bij Feyenoord en nog met me omgaat, daaruit voel je vertrouwen.'

Altijd moest hij zich extra bewijzen, mede door zijn wat ongepolijste stijl. 'Dat is een beetje het verhaal van mijn persoon. Bij Utrecht zeiden ze dat het een perfecte club voor me was, dat een stapje hoger vermoedelijk te hoog gegrepen zou zijn. Dat was ook zo bij Feyenoord, bij het Nederlands elftal, bij de stap naar Liverpool. Het ging altijd goed. Ik kan veel met woorden zeggen, maar het beste is om dat met mijn voeten te doen.

'Mij kun je niet vergelijken met Van Persie of Sneijder. Maar als je de statistieken vergelijkt, in assists of goals, kom je ongeveer op hetzelfde uit. Zeker op rechts ben ik een schakel tussen verdediging en aanval. Ik blijf gaan en in het teambelang denken. En door mijn fysieke gesteldheid kan ik altijd in de slotfase een goal maken.'

Behalve in de WK-finale dan, toen hij al was gewisseld, net als in de verloren kwartfinale van het EK tegen Rusland.

'Ik speelde op het WK niet mijn beste wedstrijden en dan is het aan de trainer een keus te maken. Maar ik heb zelf altijd zoiets: hoe moeilijker een wedstrijd, hoe beter die me ligt. Omdat ik iemand van de lange adem ben.'

Of de finale anders was afgelopen met Dirk Kuijt: 'Dat is koffiedik kijken. Als we hadden gewonnen door een wissel, had de bondscoach nog op de schouders gezeten. Zo'n beslissing neem je in het heetst van de strijd. Maar soms denk ik er nog weleens aan. Als het een slijtageslag wordt en je ziet mensen kramp krijgen in de verlenging van de finale, denk ik: daar ligt wel mijn kracht.'

undefined

Meer over