Genieten van het houtige geluid van het Philharmonia Orchestra

Het 'British Season', zoals het Concertgebouw zijn lopende concertseizoen aanduidt, heeft ook zijn weerslag op de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten. Maandag opende die met 'het meest opgenomen orkest ter wereld', het Philharmonia Orchestra uit Londen, later in het seizoen volgen het Orchestra of the Age of Enlightenment en de London Philharmonic....

Het Philharmonia Orchestra, in 1945 door het platenlabel EMI opgericht voor het maken van opnamen met de dirigent Otto Klemperer, trad in de goedgevulde Grote Zaal aan onder leiding van Christoph von Dohnányi, die in Londen aan zijn zesde seizoen als chefdirigent bezig is.

Was de opstelling van het orkest al opvallend (met de contrabassen linksachter de eerste violen, en de tweede violen rechtsvoor op het podium), de klank was dat des te meer. Al uit de eerste frasen van Wagners intieme Siegfried-Idyll rees een strijkersgeluid zoals zelden nog te bewonderen valt: houtig en enigszins schril, vergeleken met de rijke glans die tegenwoordig in zwang is.

Dohnányi's volslagen onthaaste tempo en vrije, kamermuzikale aanpak boden alle gelegenheid om van die oude klank te genieten. Het af en toe weifelen van de strijkers en niet-aanspreken van de houtblazers paste eigenlijk wonderwel bij de kwetsbaarheid ervan.

Minder haperingen waren er in het Vioolconcert van Sibelius, waar Dohnányi zich een empatisch begeleider toonde van de jonge Lisa Batiashvili. Met de vereiste zigeunerachtige schwung en een frappant warme toon opende die vergezichten op een mysterieuze, herfstachtige wereld.

Na de pauze deed Dohnányi volledig recht aan de tweestrijd in Brahms' Eerste Symfonie, door de niet aflatende romantische stress van de eerste delen (het Philharmonia Orchestra bleek wel degelijk te kunnen ronken) te doen uitmonden in een finale met een veel afgewogener, klassiek-Beethoveniaans geluid.

Meer over